“You’re shattered on the ground,
But still I find you there,
Next to me.”

Justine Heidi Harbours

Net op het moment als mijn bloedeigen vader mijn trui van mijn lichaam wil scheuren, verdwijnen zijn handen ineens. Zijn hele aanwezigheid achter me lijkt te verdwijnen en een seconde later hoor ik een keiharde klap. Ik trek vlug mijn shirt goed, terwijl ik over mijn schouder kijk. Mijn zicht is troebel en ik knipper een paar keer om er zeker van te zijn dat mijn hersenen geen grapjes met me spelen. Een paar seconden gaan voorbij en de scène is nog niet veranderd, dus sta ik mezelf toe om een zucht van opluchting aan mijn lippen te laten ontsnappen.
      Mijn vader ligt bewusteloos op de grond. Een klein stroompje bloed zorgt voor een lelijke vlek op zijn dure overhemd en mijn ogen flitsen naar Ariel. Hoewel ik haar altijd als klein en fragiel beschouw is het vijftienjarige meisje voor me allesbehalve dat. De manier waarop ze de bebloede honkbalknuppel vasthoudt, geeft het idee dat ze nog lang niet klaar is en hoewel haar lichaam trilt, spuwen haar ogen vlammen van woede, haat, afgunst en zo’n beetje alles dat negatief is. Nog nooit heb ik haar zo gewelddadig gezien. Ze laat de houten knuppel op de grond vallen en richt haar ogen op mij.
      ‘Nu niet in schok gaan,’ gebaart Ariel dwingend. Ze zet een stap naar voren en schudt me net zo lang tot ik langzaam bij kom en op haar kan focussen. ‘Dit is het plan. We slepen die hond z’n bed in, waarna jij de wond op z’n achterhoofd schoonmaakt, zodat hij niets vermoed als hij wakker wordt, terwijl ik deze bende opruim. Hopelijk gaat hij dood aan een hersenschudding of wordt hij blind, maar in het beste geval herinnert hij zich niets meer en doen we morgen alsof we braaf de hele dag het huis schoongemaakt hebben en zeggen we dat hij wegens hoofdpijn vroeg naar bed is gegaan.’
      Opnieuw heb ik Ariel nog nooit zo dwingend en ongelofelijk agressief gezien. Haar hele lichaam trilt, terwijl ze vol afgunst op onze vader neerkijkt, alsof ze hem een paar trappen en stoten van zijn eigen deeg wil verkopen. Ik vertrouw mijn stem niet, dus is het enige wat ik doe simpel knikken. Ik wist niet eens dat ze een honkbalknuppel bezit.
      Samen slepen we onze vader de trap op en naar zijn kamer. Ariel heeft zijn armen beet en heeft er duidelijk geen moeite mee als zijn hoofd tegen een paar traptreden knalt. Ik kan niet anders dan in schok haar voorbeeld volgen. Dit is misschien wel de eerste keer dat Ariel mij redt, in plaats van ik haar en daarbij is mijn grootste geheim voor haar ook open en bloot. Het ene dingetje waarvan ik wenste dat het bij mij alleen kon blijven. Ik ben haar dankbaar, maar toch kan ik het niet helpen om mezelf te schamen voor het feit dat Ariel me zo heeft aan moeten treffen. Ik ben haar grote voorbeeld en ik kan mezelf nog niet verdedigen als mijn onschuld ervan afhangt.
      ‘Zo,’ zegt Ariel als onze vader eindelijk op bed ligt. Ze veegt het zogenaamde stof van haar schouders en pakt vervolgens een fles alcohol uit het nachtkastje van onze vader. Ik vraag me af hoe ze dit weet, maar aan de andere kant is het ook niet zo heel moeilijk. Onze vader is immers een alcoholist en mishandelaar.
      ‘Maak het schoon, dan maak ik het beneden schoon en daarna gaan we slapen,’ gebaart Ariel vastbesloten. Ze werpt nog een vieze blik op onze vader en trekt vervolgens haar neus op alsof ze te goed voor hem is. Wat ze ook is. ‘Die slaapt in ieder geval de komende paar uurtjes.’
      Ik knik instemmend en kniel neer voor het bed van mijn vader. Een misselijkmakend gevoel overspoelt me en snel draai ik de dop van de fles alcohol. De geur van alcohol is niet persé beter, maar dat bekent in ieder geval dat er een hoog alcoholpercentage in zit. Onsmettingsalcohol hebben we niet, want o wee als Ariel en ik onze wonden en sneeën schoonmaken. Nee, volgens mij heeft die man het liefst dat we sterven aan een infectie. Net zoals zijn geliefde vrouw en onze lafaard van een moeder.
      Ik word ineens overspoelt door een gevoel van haat en afgunst, het gevoel dat Ariel ongetwijfeld gevoeld moest hebben toen ze onze vader met haar knuppel sloeg, en zonder genade giet k de helft van de fles alcohol op de wond op zijn achterhoofd. De pijn is genoeg om hem ineen te laten krimpen, al wordt hij inderdaad de komende paar uur niet wakker. Met een redelijk zelfvoldaan gevoel, draai ik de dop op de fles met alcohol en verberg ik het weer in zijn nachtkastje. Tegen de tijd dat hij wakker wordt is de natte vlek op zijn bed vast wel weer gedroogd en anders maar niet.
      Ik doe de moeite niet om hem toe te dekken, want zo’n liefdevolle daad verdient hij niet en in plaats daarvan maak ik mijn weg naar beneden. Ariel gooit net de laatste glasscherven in de prullenbak en mijn aandacht gaat direct naar de wond op haar wang. Ik zie het glas nog steeds glinsteren en ik gebaar snel dat ze op een stoel aan de eettafel moet gaan zitten. Gehoorzaam volgt ze mijn gebaren en ik pak een klein flesje sterke alcohol, een watje en een pincet uit de kast.
      ‘Dank je,’ zeg ik zachtjes, terwijl ik voorzichtig een beetje alcohol over de pincet giet om het wat sterieler te maken. Het is niet perfect, maar beter dan een bezoek aan het ziekenhuis en de consequenties daarvan.
      Ariel knikt alleen, een grimas op haar gezicht. Ze aarzelt even, maar begint dan toch te gebaren. ‘Ik weet dat je me probeerde te beschermen, maar ik weet ook dat hij dat al zes jaar doet. Je zou het niet voor me moeten verbergen, maar je hart moeten luchten en me vertellen hoe je voelt.’
      Ik probeer mijn schok en verbazing voor haar te verbergen. Ze wist het al die tijd al en zes jaar lang heeft ze me het gevoel gegund dat het een geheim van mij alleen was. Niet dus. Ik weet niet of ik haar dankbaar moet zijn of niet.
      Ik haal mijn schouders op en verwijder snel het stukje glas uit haar wang. Ik druppel wat alcohol op het watje en dep het zachtjes tegen haar wang. Ik zie haar ineenkrimpen van de brandende pijn en ik voel een opwelling van medelijden voor haar.
      ‘Je weet dat ik heel veel van je houd toch?’ gebaar ik met een dringende blik naar Ariel. Met een glimlach probeer ik de sfeer wat luchtiger te maken, maar Ariel knikt met een diepe frons en mijn glimlach heeft niet het gewenste effect. ‘Ik hou echt heel veel van je, maar daarover kan ik niet praten. Ik kan het gewoon echt niet.’ Daarvoor is de schaamte te groot.

Reacties (7)

  • Efflorescence

    Wat heftig zeg. Maar wie zegt dat hij het niet snel weer probeert? Wat een verschrikkelijke man. Hoop dat je Justine en Ariel snel uit deze hel schrijft.

    4 maanden geleden
  • iceprinces14

    Hahahah go girl

    4 maanden geleden
  • LarryNiam

    Love ariel<3
    Wanneer is ze 18 dat ze uit huis konden?

    4 maanden geleden
  • Frodo

    Damn Ariel, you go girl!

    4 maanden geleden
  • AroonCat

    Wooow!! Go Ariel!

    4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen