Foto bij H.109.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Wanneer Evan naast me komt zitten en voorzichtig mijn wang aanraakt, begin ik spontaan te huilen. Niet van de pijn, maar gewoon omdat die pijn er is. Omdat ik neergeschoten ben. Ik ben neergeschoten. En het doet pijn. Het is zo hopeloos. En ik kan alleen maar huilen.

Eigenlijk lijken ze wel op elkaar, Evan en James. Ze hebben allebei bruin haar en bruine ogen, ondanks dat die van James ietsje donkerder zijn en Evans haar wat langer is. Hun huid is allebei even donker - ze komen allebei veel buiten en worden redelijk snel bruin in de zon.
Als je de basisdingen zou beschrijven, zouden ze op elkaar lijken, maar dat klopt niet. James is een paar centimeter langer en iets gespierder, al weet ik niet zeker of ik het vanwege de verhoudingen goed inschat. Evans gezicht is iets zachter en zijn gezichtsuitdrukkingen minder hard. Zijn glimlach is niet even oprecht als die van James, maar dat komt omdat James’ glimlach ook iets zeldzamer is - hij lacht alleen als hij het meent.
En dan is er hun kledingstijl. Hoewel Evan vaak ook wel een gewoon, effen T-shirt draagt, heeft hij ook wel eens een houthakkersblouse aan, met de mouwen tot zijn ellebogen opgestroopt. James, echter, blijft hangen bij zijn eeuwige witte en zwarte shirts. En niks anders.
Maar waar ze nog het meest in verschillen, is hun karakter. Toch zijn ze het altijd over één ding eens: Als ik pijn heb, is dat verschrikkelijk, vinden ze. En ondanks dat ik blij ben dat ze het over ook maar íéts op één lijn zitten, is dit soms zwaar irritant. Zelfs als het niet zo zou zijn dat ik van de pijn amper kan bewegen, zou ik nog geen vin van hen moeten verroeren. Dus ik zit maar op de bank, de hele tijd.
Terwijl James in een gemakkelijke stoel zit en op zijn telefoon bezig is, komt Evan later die avond naar beneden.
Hij gooit iets in James’ gezicht en het duurt even voordat ik het zie. Het is een onderbroek van een lingeriesetje, van een donkere kleur turqoise. Het is bijna helemaal van kant en bedekt vrij weinig.
‘De volgende keer,’ gromt Evan,’ ruim je je troep op nadat je een pleziertje hebt gehad.’
James grijnst en haalt zijn schouder op. ‘Komaan, het was maar één meisje.’
Blijkbaar is dat een leugen, want Evan gooit nog een roze string naar zijn hoofd, gevolgd door een zwarte, kanten beha. ‘Één meisje, zei je?’
James grijnst. ‘Helpt het als ik zeg dat het hele mooie meisjes waren?’
Evan zucht. ‘Is mijn bed... “jou”-vrij?’
James knikt en speelt afwezig wat met het zwarte kant van de beha. Heel goor.
‘Ik kan je echt geen drie dagen alleen laten, of wel?’ klaagt Evan, alsof James zijn tienerzoon is.
De laatste drie dagen voordat ik weg mocht heeft Evan in een hotel vlak naast het ziekenhuis geslapen, om zo dicht mogelijk in de buurt te zijn voor het geval dat. Die nacht ervoor had ik namelijk midden in de nacht iets wat gediagnostiseerd is als een paniekaanval en was de enige manier om mij rustig te krijgen door Evan erbij te halen, maar het duurde een tijdje voordat die er was. Hij heeft daarna meteen een kamer in een hotel geboekt, ook al had ik voor de rest geen problemen meer.
Blijkbaar heeft James in die tussentijd ook wat pleziertjes voor zichzelf gehad.
Sinds we thuis zijn, is Evan met van alles en nog wat bezig. Het is al avond en behalve tijdens het eten, heeft hij geen moment gezeten. Ik gun James alle wilde nachten van de wereld, maar niet als Evan daar last van heeft. Straks raakt hij nog overspannen. En ik ben nou niet bepaald in staat om hem te kunnen helpen, als dat zou gebeuren.
‘Evan?’ vraag ik en ten teken dat hij mijn aandacht heeft, draait hij zich naar me om. Ik steek mijn hand naar hem uit. ‘Kom anders even zitten. Je bent de hele tijd al bezig.’
Aarzelend loopt hij naar de bank toe en ik kom zo goed mogelijk overeind, waarbij ik met een hoop pijn te maken krijg om te verbijten.
Hij komt naast me zitten en ik laat me tegen hem aanzakken, lig eigenlijk bijna op zijn schoot. Zo voorzichtig dat hij me eigenlijk onmogelijk pijn kan doen, slaat hij zijn armen om me heen en ik sluit mijn ogen. Hij is warm als altijd en ik heb me in tijden niet zo veilig gevoeld als nu, wanneer ik het ritme van zijn ademhaling door mijn lijf voel deinen en de geur van zijn eau de cologne kan ruiken.
Hij strijkt zachtjes wat haar uit mijn gezicht en aait met zijn vingertoppen langs mijn wang. Ik kan niet anders dan ademloos zeggen: ‘Ik hou van je.’
Ik voel de pijn niet eens meer wanneer ik iets overeind weet te komen, al voel ik de wond wel een beetje trekken. Ik weet me wat in zijn richting te draaien en leg mijn handen aan de zijkanten van zijn nek terwijl we elkaar aankijken.
‘Ik hou ook van jou,’ fluistert hij terug, een klein beetje schor. En ik wil hem kussen, maar het zachte gegrinnik van James op de achtergrond houd me tegen.
Evan zucht en ik klaag, alsof hij er niet eens bij is: ‘Waarom is James hier, precies?’
‘Omdat we idioten zijn,’ antwoordt Evan en blijkbaar kan het hem niet meer schelen, want hij kust me. En mij kan het ook niet meer schelen. De schotwond, mijn moeder, James. Het kan me niet meer schelen. En ik kus hem terug.

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Bewaar deze storie goed! Als ik ooit (hopelijk) een filmproducent word, dan beloof ik je... nee, ik ZWEER het, dat ik hier een film van zal maken!!!!!

    3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Oh, dat zou leuk zijn. Als ik ooit een boek verkoop, mag je het ook verfilmen.xD

      3 jaar geleden
    • BethGoes

      Toppie!

      3 jaar geleden
  • Luckey

    Evan maakt der heel gelukkig! Dat weet ik zeker en James is zo vervelende broer

    3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Hij is inderdaad een vervelende, overbeschermende broer, ja. Maar je kan niet ontkennen dat dat al een verbetering is ten opzichte van de rest van haar familie.

      3 jaar geleden
    • Luckey

      Ja tv zeker. Hij vervelend op een leuke manier. Gewoon zoals het hoort

      3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Inderdaad.

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen