Foto bij H64: Drakengrot ~ Halatir

“Daar boven is het”, zei Astrid terwijl we de berg beklommen. De zon scheen fel op onze rug en maakte onze bergtocht er niet makkelijker op. Het was hier heerlijk rustig, ondanks dat ik veel mensen had verwacht omdat dit weer ideaal wandelweer is. Ik zette mijn voet weer op een uitstekende rots en hees mezelf omhoog. Dit stukje was even stijl naar boven, maar daarna zouden we volgens Astrid meteen bij het nest zijn.

Na een laatste inspanning hees ik mezelf op het rotsplateau en had meteen zicht op een grotingang. Astrid maakte haar rugzak los en legde die op de grond. Ik ging naast haar zitten en vroeg: “Hoe lang hebben we nog?” “Een uurtje, dan komt ze terug”, zei ze met een blik op haar horloge en ze pakte alles uit. Ik nam de grote jutte zak en de handschoenen van drakenleer, terwijl zij een plastieken fles pakte. Ze deed haar handschoenen aan en ik vulde een pot met ons drinkwater. “Klaar?” vroeg Astrid toen en ik knikte.

Ik nam mijn spullen en ging meteen naar binnen. De grot was niet zo diep en ik kwam na zo’n 100 meter het nest al tegen. Er lagen 2 eieren in, tot mijn toch wat grote teleurstelling. Ik deed mijn handschoenen aan en pakte een gloeiend heet ei, om het dan in het water te laten vallen. Meteen siste het water en zodra het ei genoeg was afgekoeld zodat de kans op leven minimaal was, deed ik het ei in de zak. Ik deed dit ook met het tweede ei en knoopte toen de zak dicht. Ik gooide het water over het nest en pakte alles, om dan terug te gaan. Astrid was bezig het drakenpoeder van de rotswanden te schrapen en in de fles te doen. De fles was een kwart vol toen ik voorbij haar kwam. Eenmaal buiten, ging ik naast de ingang zitten en ruimde mijn spullen al op, zodat we snel weg konden als de draak terug kwam.

We waren een half uur verder toen ik gehijg hoorde. Ik stond op en ging naar de rand van het plateau om te zien wie er zo hijgde. Ik fronste toen ik rosse krullen zag bewegen, een paar meter onder mij. Ik pakte mijn rugzak en de spullen van Astrid, om dan de grot in te gaan. “Er komt iemand aan”, zei ik tegen Astrid en ze fronste. “Ik ben bijna klaar, nog een paar centimeter”, zei ze en ze deed verder. Verveeld leunde ik tegen de wand aan en keek hoe ze zat te werken.

“Ignis?” hoorde ik opeens een stem roepen en ik keek naar de ingang van de grot. De jongeman met rosse krullen keek mij met grote ogen aan, om dan met even grote ogen naar Astrid te kijken. “W… wie zijn jullie?” vroeg hij verward en ik antwoordde ongeïnteresseerd: “Maakt dat wat uit, wie ben jij?” “Wat heb je met Ignis haar eieren gedaan!” riep hij toen boos en ik fronste door zijn onbeschoftheid. “Ik ben klaar, we kunnen vertrekken”, zei Astrid opeens en ze stopte de fles in haar rugzak. Hij was bijna volledig gevuld. Ik wandelde met Astrid naar de uitgang en zo ook naar de jongeman. “Stop! Ik laat jullie hier niet uit!” riep hij woedend. “Waar maak jij je druk om zeg, het zijn maar eieren”, zei ik geïrriteerd en hij keek me boos aan. “Het zijn DRAKENEIEREN! Die zijn zeldzaam en bovendien van mijn vriendin!” antwoordde hij boos. “Wel, ze zijn dood”, zei ik emotieloos en duwde de jongeman hardhandig opzij. Hij vloog half tegen de rotswand en viel met een kreet op de grond. Het was duidelijk dat hij maar een mens was, dus aan hem ging ik geen energie verspillen.

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Een draak als vriendin hé? En in welke tijd leven zij?:S

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen