Het vertrek van Hephaistion viel Alexander zwaarder dan verwacht. Ondanks dat hij zijn geliefde toch niet voorgoed was verloren aan de combinatie van een virus en alcoholvergiftiging, was het toch erg zwaar om zonder hem te moeten leven. Bijna zijn gehele leven had Hephaistion aan zijn zijde gestaan, was hij er altijd voor hem geweest. Maar nu opeens niet meer.
Toch moesten hij door. Het lijk moest verbrand worden en de as begraven en Alexander wilde dat dat in Babylon zou zijn. Hier in Ecbatana zou hij waarschijnlijk gauw vergeten worden, terwijl die kans veel kleiner was in Babylon, het centrum van zijn macht. De reis legde Alexander grotendeels af op de bok van de wagen waar de urn op vervoerd werd. Hij wilde het zelf doen, al liet hij Perdiccas, een goede vriend van Hephaistion ook delen rijden.
Hoewel hij zich dus wel bezighield met het regelen van de “uitvaart” van Hephaistion, verborg Alexander zich wel vaak voor geruime tijd in zijn tent, en eenmaal in Babylon, in zijn vertrekken, niemand toelatend. Alexander wilde helemaal alleen zijn met zijn gedachten, welke vaak bij Hephaistion waren. Waar was hij? Hoe voelde hij zich? Wat deed hij zoal? Was hij al bezig met het trainen van zijn krachten of zou hij daarmee moeten wachten tot hijzelf zich bij hem zou voegen?
Maar hoe graag hij ook wilde weten hoe het met Hephaistion ging, hij kreeg daar geen antwoorden over en hij vermoedde dat het nog een lange tijd zou duren tot hij ze ook zou krijgen. Al deze vragen maakten dat Alexander zich nog eenzamer voelde. En buitengesloten. Hij zou voorlopig geen deel meer zijn van Hephaistions leven en dat deed hem pijn, maakte hem verdrietig.
Op één van die momenten dat het weer zo ver was, kwam Ptolemeus zijn vertrekken binnen lopen. Verontwaardigd keek Alexander op omdat zijn generaal zijn privacy durfde te schenden. Hij had benadrukt dat niemand zijn vertrekken binnen mocht komen zonder zijn toestemming. Hij wilde nu geen onverwacht bezoek en al helemaal niet als hij zich slecht voelde.
'Wat is er?' snauwde Alexander en hij nam zich voor om zijn wachten te straffen voor ongehoorzaamheid. Hoewel Ptolemeus wel een man was met een flinke overredingskracht.
'De uitvaart van Hephaistion zal zo beginnen. Je aanwezigheid wordt verwacht, Alexander. Zwijgen in zelfmedelijden en je verstoppen in je vertrekken zal je niet helpen.' Deze woorden triggerden een woede in Alexander en hij greep een beker om deze vervolgens naar zijn generaal te gooien. Ptolemeus ontweek de beker echter met gemak en zette nog een paar stappen dichterbij.
'Agressiviteit is trouwens ook geen oplossing,' zei hij droogjes, niet meer onder de indruk van Alexanders woede-uitbarstingen. 'Wordt wakker uit je nachtmerrie en meng je weer in de echte wereld!' Hij was nog dichterbij gekomen en had Alexanders schouder vastgepakt. Alexander kromp echter even ineen van deze aanraking en sloeg vervolgens Ptolemeus' hand van zijn schouder.
'Ik kan dit zelf heus wel oplossen. Laat me met rust! Ik kom er zo meteen aan.' Alexander stond op uit de stoel waar hij in gezeten had en liep weg. Hij hoorde zijn generaal nog zuchten, maar besteedde daar geen aandacht aan. Hij zou later alles wel goedpraten, maar eerste moest hij zichzelf beter gaan voelen.
In zijn slaapvertrek pakte hij de tuniek die hij speciaal had laten maken voor vandaag. Het kledingstuk was zwart met gouden accenten en vervaardigd van de beste stof uit de omgeving. Het moest speciaal zijn, want Hephaistion was speciaal.
Uiteindelijk verliet hij voor het eerst die dag zijn vertrekken, om zich onder zijn bevolking te gaan begeven voor de uitvaart.
Alexander had de opdracht gegeven om een enorme brandstapel te bouwen van wel 60 meter hoog. Het was niet de bedoeling dat deze daadwerkelijk zou gaan branden, maar Alexander wilde een gedenkwaardig en indrukwekkend monument voor zijn geliefde achterlaten.
De houten constructie had al zijn tophoogte bereikt, alleen had Alexander er veel meer plannen mee. Per laag moest het hout versierd worden met de meest prachtige taferelen. De schepen, inclusief bemanning en banieren in de onderste laag waren al bijna af, maar daarboven moesten ook nog afbeeldingen komen van slangen, kransen, adelaars, een jachtscene, het gevecht tussen de centauren en de lapiden, maar ook de legers van Macedonië en Perzië met leeuwen en stieren. Al deze ornamenten moesten uitgevoerd worden in goud. Het zou hem een vermogen gaan kosten, maar dat boeide Alexander niet. Alles voor zijn geliefde Hephaistion. Hephaistion had zelf niet Alexanders drang had om zijn stempel om de wereld te drukken, om niet vergeten te worden. Toch wilde Alexander wel dat de herinnering aan Hephaistion lang levend zou blijven, dus moest hij het maar doen.
Eerst zou de urn met de as ten ruste gelegd worden onder de brandstapel, die dus dienst ging doen als tombe. Er was een kamer onder het monument gebouwd die bereikbaar was via een trap naar beneden, net breed genoeg voor de dragers van de urn om te passeren. Vervolgens zouden er grootse begrafenisspelen gehouden gaan worden.
Toen Alexander eenmaal bij de tombe stond, klaar om de urn voor te gaan, wist hij niet goed hoe hij zich moest voelen, wat hij moest uiten. Hij was verdrietig ja, maar hij wist dat het niet daadwerkelijk Hephaistions as was dat in de urn lag. Hij voelde zich vooral leeg. Moest hij zich dan maar daarna gedragen? Want gevoelloos overkomen wilde hij niet, maar hij kon ook niet teveel emotie tonen. Hij was vooralsnog wel de koning van het grootste rijk dat er momenteel bestond in de wereld. Maar toch, het was wel zijn geliefde Hephaistion waar het om ging.
Hij besloot om uiteindelijk voor de tussenweg te gaan. Emotie tonen, maar niet te veel. Hij verliet dan ook uiteindelijk de tombe met enkele tranen in zijn ogen. Dit zou een zeer definitief iets zijn geweest. Het echte afscheid van Hephaistion.
'Hephaistion is een held voor ons allen geweest,' begon Alexander de korte toespraak die hij wilde gaan geven voor het volk. Met de verhalen die hij nu vertelde, zou zijn geliefde generaal langer bij hen blijven in hun gedachten. 'Hij was één van mijn beste generaals. Trouw, loyaal, dapper! Hij heeft zelfs enkele keren mijn leven gered op het slagveld. Zonder hem had ik niet alle slagen gewonnen, had dit rijk misschien zelfs wel nooit bestaan! Ik heb gesproken met het orakel van Siwa en we zijn tot de conclusie gekomen dat Hephaistion voortaan vereerd zal worden als een goddelijke Held!'
Wat gejuich steeg op uit de menigte, maar ze leken niet bijzonder enthousiast te zijn. Even stak dit Alexander, maar hij besloot zich er niet druk om te maken. Hephaistion was vooral speciaal geweest voor hem. Het volk had zijn geweldigheid slechts op enkele momenten mogen meemaken.
De uitvaart werd beëindigd met begrafenisspelen, die meerdere dagen duurden. Velen deden hieraan mee en lieten zich van hun beste kant zien ter ere van de dode. Alexander zelf deed ook mee aan enkele wedstrijden, maar was toch vaker te zien op de tribune in de speciaal voor hem opgerichte zetel. De wedstrijden waar hij aan meedeed, won hij bijna allemaal. Alexander wist dat hij goed was, maar betwijfelde het of hij wel eerlijk had gewonnen. Schijnbaar waren de meeste van zijn mannen bang om hem te laten verliezen, hoewel hij dit eigenlijk niet erg vond. Zolang hij maar niet te hard verloor.
Al met al vond Alexander dat de uitvaart geslaagd gegaan was. Hij kon niet wachten om Hephaistion te vertellen over alles dat in zijn nagedachtenis gedaan was. Hij wilde hem bewijzen dat hij het wel waard was, ondanks dat Hephaistion zelf soms het tegendeel beweerd had.
Toch moest het gewone leven voor Alexander weer doorgaan en kwamen zijn plichten weer om de hoek kijken, ondanks dat hij zich nog steeds erg leeg voelde om de afwezigheid van Hephaistion. Maar hij had een rijk om te organiseren en er moest nog een hoop gedaan worden.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Oh, Alexander, zo opvliegend

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen