||Diana Cassandra Volturi

De maan glijdt helemaal over zon en het wordt bijna compleet donker, afgezien van de maan, die nu rood is. Een bloedende maan. Het is een mooi aanzicht, zelfs na eeuwen en eeuwen aan leven op deze aarde.
      Ik richt mijn blik op het bos en Aro is de eerste die ik zie. Zijn zwarte haren glinsteren in het zwakke licht van de zon en de maan en zijn bloedrode ogen schitteren in bijna dezelfde kleur als de maan. Van zijn ogen is niets af te lezen, zoals altijd, maar op zijn gezicht heeft hij een vriendelijke glimlach waar hij ongetwijfeld niets van meent. Aan zijn zijdes voegen de andere Ouden. Marcus, die er zoals altijd ontzettend verveeld en depressief uitziet, aan zijn rechterkant en Caius, die zoals altijd een moordlustige uitdrukking op zijn gezicht heeft, aan zijn linkerkant. Jane, Demetri, Alec en Felix verdelen zich aan de zijkanten en ik slik hoorbaar een brok in mijn keel kwijt. Het doet zeer.
      'Ik hoor twee hartslagen,' zegt Aro verrukt. Hij richt zijn blik op Carlisle en klapt zijn handen in elkaar alsof hij ontzettend nieuwsgierig is. Eeuwen en eeuwen gaan voorbij, maar Aro's haast kinderlijke gedrag kan me nooit vervelen of niet verbazen. 'Vertel me, Carlisle, je verbergt toch geen mens in je huis?'
      'Nee,' zeg ik, schuddend met mijn hoofd. Zeven paar ogen flitsen op mijn gedaante en ik hoor verschillende theoretisch gezien onnodige happen naar adem. Ik wijs naar Paul, die mij en de Volturi tegelijk nauwlettend in de gaten houdt. 'Paul is de eerste hartslag die je kan horen. De tweede ben ik.'
      En ik heb geen idee wiens hart sneller klopt, maar het voelt alsof de mijne overuren van de zenuwen en spanning klopt, dus het zal vermoedelijk de mijne zijn.
      Aro laat een kreet horen en wijst met een priemend vingertje naar mij, zijn ogen van Marcus naar Caius en weer naar mij bewegend. Alsof hij wil vragen of de andere twee het ook gehoord hebben. Caius kijkt me vervreemd aan, alsof hij me voor het eerst ziet. Hij heeft het altijd proberen te verbergen, maar ik was zijn favoriet en nu kijkt hij me aan alsof ik een onderkruipsel ben. Marcus bekijkt me met een onbekende sprankel van nieuwsgierigheid. Sinds zijn vrouw, Aro's zus, op brute wijze afgemaakt is, is het leven uit hem gezogen, maar nu lijkt hij oprecht geïnteresseerd voor het eerst in eeuwen.
      Ik kijk niet naar de uitdrukkingen op de gezichten van de rest, omdat ik bang ben voor wat ik dan ga zien.
      'En hoe is dat gebeurd, als ik vragen mag? Je bent voor eeuwen vampier geweest en hoewel je je kon voordoen als mens, heb je nooit stromend bloed of een kloppend hart gehad,' zegt Aro, alsof hij een wonder gezien heeft. Ik denk dat mijn transformatie ook behoorlijk wonderbaarlijk is. 'Het is ongehoord en ongekend. Het is... ik kan er geen woorden voor vinden.'
      'We kunnen het uitleggen, Aro, voor zover het mogelijk is. Of het in ieder geval laten zien,' zegt Carlisle met een kalme, vriendelijke glimlach. Ik ben Carlisle dankbaar voor het feit dat hij de conversatie overgenomen heeft, want ik voel me zo bekeken dat ik waarschijnlijk de woorden niet zou kunnen vinden om te spreken.
      'Uiteraard, Carlisle, mijn beste vriend,' zegt Aro knikkend, een enthousiaste glimlach op zijn lippen en zijn ogen ten alle tijden op mij gericht. 'Laten we naar binnengaan.'

Reacties (2)

  • VampireMouse

    Oww.. Spannend! Geen rare dingen vanwege 't feit dat er een wolf staat? Haha

    2 jaar geleden
  • LarryNiam

    Oehhh spannend:)

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen