‘Welkom in Tepe Sialk.’ Hephaistion keek zijn ogen uit, terwijl hij onder de begeleiding van de aloude het oude paleis binnen stapte. Hij had er nooit eerder van gehoord, maar wat hij zag was adembenemend. Het paleis was nog redelijk intact, maar was duidelijk vervallen en lang niet gebruikt. Naast het paleis waren de ruïnes van een ziggoerat te zien, een tempeltoren.
‘Wat is hier gebeurd?’ vroeg Hephaistion zich verbaasd af. Waarom had Zeus hem naar deze verlaten plek gebracht?
‘De stad werd verlaten, waarom weet niemand, maar er heeft hier de afgelopen 600 jaar bijna niemand meer geleefd. Vandaar dat het er zo uit ziet. Maar juist omdat iedereen deze plek is vergeten, is het een perfecte plek voor onsterfelijken om ongezien te trainen. Er leven hier momenteel drie anderen, maar ik vermoed dat je het wel met hen zal kunnen vinden.’
Verbaasd trok Hephaistion zijn wenkbrauwen op. Hij had eigenlijk nooit verwacht dat hier daadwerkelijk nog mensen zouden leven, zo uitgestorven zag het eruit.
Hephaistion volgde Zeus verder de resten van het paleis in. Ze liepen door enkele gangen om vervolgens een brede trap op te moeten. Bovenaan deze trap keek hij een grote zaal in. Deze was bijna geheel leeg op een tafel na, waar drie mensen aan zaten. Ze waren druk in overleg, maar keken op toen Zeus en Hephaistion binnenkwamen.
'Gegroet, ik heb een nieuwe bewoner voor jullie meegebracht. Dit is Hephaistion.' Zeus gaf hem een duwtje richting de tafel. Vertwijfeld liep hij erheen. De drie personen waren ondertussen opgestaan en Hephaistion zag dat het twee vrouwen en een man waren. De jongst uitziende van de twee vrouwen liep op hem af en stak hem haar hand toe. Ze was gehuld in een leren wapenrusting en haar rode haar kwam tot net over haar schouders.
'Mijn naam is Scathach, ook wel de Schaduw of de krijgermaagd genoemd.' Ze keek hem glimlachend aan en haar groene ogen fonkelden. 'Ik zal je verder trainen in de krijgskunsten.' Hephaistion keek haar lichtelijk verbaasd aan. Getraind worden door een vrouw? Hij had überhaupt nog nooit een vrouw met een zwaard in de hand gezien. 'Geloof me, een betere docent dan ik is moeilijk te vinden.'
'Ik moet eerlijk bekennen dat je de eerste krijger vrouw bent die ik ontmoet,' vertelde Hephaistion, lichtelijk beschaamd omdat hij haar niet wilde beledigen.
'Je bent Grieks toch?' vroeg ze.
'Macedonisch, maar ons cultuur is gelijk aan die van de Grieken.'
'Ah ja, jullie geven helaas niet zoveel om het kunnen van vrouwen. We kunnen veel meer dan jullie mannen denken!' Hephaistion voelde zijn gezicht rood worden. Hij had er eigenlijk nooit verder over nagedacht en hun gewoontes als normaal beschouwd.
'Het spijt me daarvoor.'
'Ik zal dat respect voor vrouwen er nog wel inrammen hoor! Maar wat onbeleefd van me, ik moet je de anderen natuurlijk ook nog voorstellen!' De man en de vrouw lachten en de man stapte als eerst naar voren.
'Gilgamesj is de naam.' De man had zwart schouderlang haar en blauwe ogen. Ook hij droeg een wapenrusting, maar dan een maliënkolder in de stijl van de Soemeriërs.
Hephaistion nam hem in zich op, zijn hersenen hard aan het werk. In tegenstelling tot Scathach, herkende hij deze naam wel ergens van!
'Wacht, ben jij niet Gilgamesj van Uruk? Van het Gilgamesj epos?' riep Hephaistion uit en keek de man nog eens goed aan.
'Aaaah, de verhalen over mij zijn dus nog bekend in de huidige wereld. Wat is dat toch leuk om te horen. Niet dat ze volledig kloppen hoor. De beste delen missen!'
'Wel alle goden, de verhalen die Alexander en Zeus mij vertelden zij echt allemaal waar!' Hephaistion had alles graag willen geloven, maar hij had moeite met het zich voorstellen van alles. Hij was nu ook onsterfelijk volgens de aloude, maar het besef wilde nog niet echt binnen komen. Het ontmoeten van deze onsterfelijke waar hij daadwerkelijk van had gehoord, hielp hem wel een beetje in het besef.
'Net nieuw in deze wereld dus?' vroeg Gilgamesj en Hephaistion knikte.
'Nouja, ik ben slechts een week geleden onsterfelijk gemaakt. Maar ongeveer een jaar geleden ben ik voor het eerst in aanraking met alles gekomen, omdat mijn koning door Zeus uitverkoren werd. Maar mijn enige aanraking met het bovennatuurlijke waren de versterkte zintuigen en krachten die Alexander heeft gekregen. De beloofde onsterfelijkheid kon ik eigenlijk maar met moeite geloven.'
'Hmmm, fascinerend. Maar hé, wat brengt jou dan hier en hoezo ben jij onsterfelijk gemaakt, als ik vragen mag?'
'Gilgamesj, ben je nou echt je manieren aan het vergeten?' De tweede vrouw voegde zich in het gesprek. Ze had nog niet de kans gekregen zichzelf voor te stellen.
'Mijn excuses Sappho.' Gilgamesj maakte een nederige buiging als excuus. Hephaistion vroeg zich hierdoor af of deze vrouw ooit een koningin was geweest.
'Mijn naam is dus Sappho,' stelde de bruinharige vrouw zichzelf voor. Het viel op dat haar lange haar bijna precies dezelfde kleur had als haar ogen.
'Gezien je Grieks bent, vraag ik me af of je ooit van me gehoord hebt.' Hephaistion baalde ervan dat hij alweer iemand teleur moest stellen, maar hij herkende haar naam niet.
'Ik moet helaas bekennen van niet,' gaf hij toe. 'Mag ik vragen waar ik u van zou moeten kennen?'
'Ken je het eiland Lesbos? Ik heb daar lang geleden een school voor meisjes opgericht, maar het was ook mijn thuis. Een prachtig gebied om inspiratie op te doen voor dichten. In mijn tijd waren mijn gedichten vrij bekend, maar blijkbaar is mijn bekendheid er een stuk op achteruit gegaan de laatste tijd.'
'Mijn excuses voor mijn onwetendheid. Ik moet zeggen dat ik een goed stuk poëzie wel kan waarderen, maar ik ken slechts wat mijn meester Aristoteles mij geleerd heeft.'
'Ahah, je bent dus in de leer geweest bij Aristoteles, de beste man. Ik heb hem wel eens ontmoet en kan zijn ideeën zeer waarderen. Je hebt geluk dat je van zijn onderwijs hebt mogen genieten.'
'Ik heb inderdaad het geluk gehad om aan het Macedonische hof geboren te zijn als zoon van de adel. Door mijn omgang met Alexander werd ik betrokken in de lessen van Aristoteles. Zonder hem was ik niet de man geweest die ik nu ben.’
‘En, denk je dat je het hier naar je zin zal gaan hebben?’ vroeg Zeus, die zich verder niet meer had bemoeid met de kennismaking.
‘Ik denk het wel. Jullie lijken me aardige mensen.’ Hephaistion keek nog eens goed naar het drietal dat voor hem stond. Ze leken een bijeengeraapt allegaartje, maar nu wist Hephaistion dat ze stuk voor stuk bijzonder waren. Een team dat waarschijnlijk goed zou functioneren samen. Hij hoopte dat hij er goed genoeg bij zou passen. Want dit waren de mensen met wie hij waarschijnlijk de komende jaren zou moeten gaan samenleven. Totdat Alexander naar hem terug zou komen. Wat daarna zou gaan gebeuren, daar had hij nog geen idee van.

Reacties (1)

  • SonOfGondor

    Wauw, Hephaistion heeft geluk al die mensen te ontmoeten!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen