||Diana Cassandra Volturi

'Cass, wat is er? Ik snap het niet. Heb je ergens pijn?' vraagt de stem van Paul. De toon in zijn stem is een mengeling van allerlei emoties. Onbegrip, bezorgdheid en paniek. Hij heeft geen enkel idee wat me zo hysterisch gemaakt heeft en niemand in de kamer doet de moeite om het uit te leggen. Sterker nog, als ik over Pauls schouder kijk en de tranen die alles vertroebelen weg knipper, zie ik dat iedereen uit de woonkamer verdwenen is. Ze hebben mij en Paul privacy gegeven, maar nu ben ik alleen en moet ik zelf een uitleg bedenken, terwijl ik de woorden niet kan vinden.
      'Paul,' zeg ik zachtjes. Mijn stem slaat over en ik kan mezelf wel vervloeken. Ik heb nog nooit zo zwak geklonken. Nog nooit. Niet toen ik mijn broer afmaakte en niet toen ik mijn liefde aan Paul bekende. Heck, ik heb me nog nooit zo zwak gevoeld. En het is Pauls schuld. Als hij niet was op komen dagen, dan had ik mezelf nooit opengesteld voor verschrikkelijke emoties zoals degene die ik nu voel. Maar dan zou ik ook de mooie kanten ervan gemist hebben... en sowieso nooit kans op kinderen gehad.
      'Het is de baby,' mompel ik. Ik probeer me zo klein als mogelijk in Pauls beschermende hitte te maken en tevergeefs probeer ik de tranen van mijn gezicht te wissen. Ik wrijf mijn haren uit mijn gezicht en neem een hap zuurstof. Ik tril van schaamte. Hoe moet ik dit ooit aan Paul uitleggen zonder dat hij gillend weg rent?
      'Wat is er met een baby?' vraagt Paul. Ik weet dat hij zijn wenkbrauwen opgetrokken heeft en dat de nieuwsgierigheid in zijn ogen gewekt is. Het lekt door tot in zijn woorden. 'Cass, je kan onmogelijk zwanger zijn. We hebben nooit... Ben je zwanger van iemand anders?'
      'Paul!' roep ik geschrokken uit. Ik draai me om en wikkel mijn benen om zijn middel en mijn armen om zijn nek, zodat ik hem aan kan kijken. Zijn gezicht is een mix van pijn en verbazing en opnieuw voel ik me schuldig. Mijn handen glijden naar zijn wangen en afwezig draai ik rondjes met mijn duim over zijn schroeiende huid. Ik kan het niet helpen om te grinniken. Het idee om iets te beginnen met iemand anders dan Paul lijkt absurd. 'Dat zou ik nooit willen. Ik hou van je. Ik denk dat je dat zou moeten weten.'
      'Goed,' antwoordt Paul, voor even tevreden gesteld. Zijn armen krullen om mijn rug en hij draait zachte rondjes met zijn vingertoppen op mijn zij. Nog steeds lijkt hij verward. 'Dan nu, vertel me wat er mis is en wat er echt mis is. Het zit je al bijna een week dwars en continu lieg je.'
      'Het spijt me,' zeg ik zachtjes. Mijn duim glijdt over Pauls onderlip, maar hij reageert er niet op en blijft me in plaats daarvan standvastig aankijken. Ik neem een hap zuurstof en bol mijn wangen in concentratie. 'Een paar dagen geleden ben ik naar Carlisle gegaan om te vragen of ik nu eventueel een baby op de wereld zou kunnen zetten, nu dat ik een lichaam heb dat mee veranderd. Carlisle zei van wel, maar toen ik hem vroeg of het ook met jou zou kunnen, omdat onze genen zo verschillen, had hij geen antwoord. Vandaag wel en het is teleurstellend. Ren alsjeblieft niet gillend weg.'

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen