||Diana Cassandra Volturi

'Nooit,' belooft Paul. Zijn gezicht is bloedserieus en hij volgt zijn eigen handelingen als hij een lok achter mijn oor streelt. Zijn ogen twinkelen in het zwakke licht van de maan, die inmiddels ver van de zon geschoven is. 'Hoe kon die vampierenkoningfreak weten of je een goede moeder zou zijn of niet?'
      'Aro?' zeg ik, lichtjes gniffelend. Paul knikt instemmend en glimlacht zelf even, voordat hij weer serieus kijkt. Mijn hart slaat een slag over en mijn handen glijden van zijn wangen naar achter zijn nek, waar ze in elkaar krullen. 'Ik was degene die voor alle Onsterfelijke Kinderen zorgde, toen het nog niet zeker was of ze een gevaar vormde. Ik was degene die ze eten gaf en degene die ze dingen leerden. Ik was een soort vervanger voor hun moeders, tot ze allemaal stuk voor stuk afgemaakt moesten worden door hun ontembare gedrag. Ik denk dat hij het daarop baseerde.'
      'Dat heb je me nooit verteld,' fluistert Paul bewonderend. Hij streelt zachtjes door mijn haar en bekijkt me alsof ik een soort wonderbaarlijk iets ben.
      Ik haal mijn schouders op. 'Het is nooit aan het woord gekomen,' mompel ik onder mijn adem. Ik kijk Paul in zijn donkerbruine ogen en glimlach waterig. 'Het is niet alsof we erachter gaan komen of Aro gelijk heeft.'
      Paul trekt één wenkbrauw op, op een haast uitdagende manier en ik vraag me af wat er in vredesnaam door zijn gedachten spookt. 'Dat weet ik zonet nog niet. Wat ik wel weet is dat ik het duizenden keren met je wil proberen.'
      Ik voel Pauls over mijn nek en geschrokken duw ik mezelf van hem af. 'Paul!' roep ik geschrokken uit. Ik sta op en kijk streng op hem neer. 'Dat is zo ongemanierd. Als je dat maar laat in andermans huis.'
      Paul steekt onschuldig zijn handen in de lucht, maar rolt alsnog met zijn ogen. 'Zo ouderwets,' mompelt hij zachtjes onder zijn adem, maar hard genoeg voor mij om te horen. Hij grijnst en schenkt me een knipoog die mijn hart kan laten stoppen.
      Ik rol met mijn ogen en bijt op de binnenkant van mijn lip. Onzeker kijk ik naar Paul. 'Ben je boos?'
      Paul krabbelt ook overeind, tot hij weer twee koppen groter dan mij is, en slaat zijn armen over elkaar. 'Voor het feit dat je gelogen hebt over wat je dwars zat? Of omdat je je belofte om mij alle resultaten te vertellen? Of misschien omdat- ouch... dat was nergens voor nodig!'
      Ik rol met mijn ogen en trek mijn lichtjes brandende hand terug. 'Je raakte in herhaling. En ja, dat allemaal, Paul.'
      'Nee, ik ben niet boos op jou,' zegt Paul met een klein glimlachje. 'Ik snap je nieuwsgierigheid goed en ik wil dat je weet dat ik je altijd zal steunen, met welk probleem je ook mag hebbem.'
      Ik trek mijn wenkbrauw op door de manier waarop de zin geformuleerd is, terwijl ik de enthousiaste vlinders in mijn maag probeer te bedwingen. 'Ben je wel op iemand anders boos?'
      Een zucht rolt over Pauls geweldige lippen en zijn wenkbrauwen fronsen op een manier die ik alleen maar als pijnlijk omschrijven kan. 'Niet persé boos, maar als ik wat toegankelijker geweest, dan had je er de afgelopen dagen niet alleen mee gezeten. Dan hadden we samen onze nagels in spanning eraf kunnen bijten.'
      Ik wil protesteren, want het is allesbehalve Pauls fout dat ik mijn nieuwsgierigheid en alle andere emoties niet in toom kan houden, maar de uitdrukking op zijn gezicht snoert me de mond. Ik plak mijn lippen stijf op elkaar en met een opgetrokken wenkbrauw aan.
      Paul kijkt op, alsof hem net ineens iets te binnen is geschoten en hij pakt haastig mijn hand beet. 'Carlisle zei trouwens nog dat we naar zijn kantoor moesten komen, zodra je gekalmeerd was. Dus ik zeg dat we gaan en dat we dokter Hoektand niet langer laten wachten.'

Reacties (2)

  • LarryNiam

    Weer een leuk stukje<3

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Dokter hoektanden hahah Paul houdt de humor er wel in zeg!
    Verder!!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen