Foto bij Chapter sixty-six

Er is een week voorbij gegaan voordat ik mezelf weer compleet onder controle heb gekregen. Hiroto heeft er alles aan gedaan om me rustig te krijgen toen hij me mee terug nam na de wedstrijd tegen Raimon. Hoeveel apparatuur daarbij gesneuveld is, weet ik niet. Na Gazel’s terugkomst heeft hij niet alleen een nederlaag ondergaan door gelijk te spelen met de Raimon Eleven, maar zijn gehele team is geschrapt en ze maken geen kans meer om nog voor de titel Genesis te strijden. Ook Prominence is opgedoekt door Hiroto, dat waren de orders van hun vader. Hiroto’s team heeft daarmee de titel, waar hij al eens eerder mee gespeeld heeft, Genesis ontvangen. Burn en Gazel waren hier niet van gediend, maar ik heb ze geen verdere actie zien ondernemen, tot een aantal uur geleden. In stilte en in de duisternis heb ik in de aanvoerders ruimte gezeten. In de schaduw waar Hiroto’s pilaar zich bevindt, heb ik stilletjes op zijn stoel gezeten en toegekeken hoe de twee aanvoerders een alliance opgezet hebben en team Chaos tot leven hebben gebracht. Een combinatie tussen de beste spelers van Diamond Dust en Prominence. Om hun vader te bewijzen dat zij beter zijn dan Hiroto. Zodra hun lichten werden gedoofd en ze de ruimte hadden verlaten, werd de duisternis doorbroken door de witte verlichting van de pilaar waar ik mij bevind.

Terwijl ik nonchalant in de stoel lig, balanceer ik een zwarte voetbal op de punt van mijn schoen. Om mijn enkels zitten banden, om mijn pezen, die ik tijdens mijn rampage beschadigd heb, te ondersteunen. De spieren herstellen snel, maar volgens Hiroto zou ik er goed aan doen om ze nog even te dragen. Wedstrijden mag ik niet spelen. Mijn blik glijdt door de ruimte. Alleen de witte spot verlichting laat de ruimte oplichten, maar maakt het bijna onmogelijk voor mij om rond te kunnen kijken. Mijn focus breng ik terug naar de bal die ik nog altijd aan het balanceren ben en voel een kleine glimlach op mijn gezicht opkrullen. Een zucht verlaat mijn lippen en het lijkt heel ver weg te klinken als de deur van de ruimte open schuift. Verbaasd door het geluid, verlies ik mijn focus en valt de bal van de punt van mijn voet. Het stuitert kort op de pilaar en valt dan naar beneden. Zodra het de grond raakt, is er een luide klap te horen, maar verder verroer ik mezelf niet. Mijn hoofd draai ik opzij en tuur naar beneden. ‘Milou?’ hoor ik Hiroto’s stem vragend door de ruimte echoën. ‘Hm?’ geef ik als enige reactie, nog steeds met mijn blik naar beneden gericht. Een opgeluchte zucht vult de ruimte en ik kijk verrast op als de pilaar begint te dalen. Nog altijd met mijn billen in de stoel, op precies dezelfde manier als toen ik de bal op mijn voet aan het balanceren was, blijf ik zitten totdat de pilaar tot stilstand komt. Mijn blik rust op de zwarte bal die zich in de grond geboord heeft en kijk dan op naar het silhouet dat aan komt lopen. Zodra Hiroto volledig zichtbaar wordt in het spotlicht, kijk ik op naar de roodharige jongen. Hij glimlacht naar me en stopt pas met lopen, als hij voor me staat. Zijn blik ontwijk ik, maar hij forceert me om hem aan te kijken, simpelweg door mijn kin beet te pakken en mijn gezicht naar hem toe te draaien. ‘Niet van me wegkijken. Ik wil weten hoe het met je gaat,’ zegt hij zacht. Ik rol even met mijn ogen en kijk de jongen dan recht aan. ‘Het gaat prima,’ zeg ik hem. Hiroto glimlacht even kort naar me en streelt even kort langs mijn wang. ‘Het herstel is er, maar het is traag. Ik kan niet met zekerheid zeggen tegen welke Milou ik nu praat,’ zucht hij. Mijn kin laat hij los en gaat weer recht staan. ‘Waar zijn de andere?’ vraagt hij dan. Mijn blik keer ik naar de twee pilaren in de schaduw, voordat ik me weer tot Hiroto keer. ‘Ze strijden tegen de Raimon Eleven met de naam Chaos. Hun doel? De titel van Genesis afnemen,’ zeg ik schouderophalend. Ik duw mezelf overeind uit de stoel en stap langs Hiroto. De bal duw ik uit de kleine kuil die de klap gemaakt heeft en stap ermee weg. ‘Wat ga je doen, Milou?’ vraagt Hiroto. Hij werpt een blik over zijn schouder en zodra onze ogen kruisen, kleuren mijn half groene kijkers, volledig rood op. ‘Ik ga er een einde aan maken,’ sis ik fel tussen mijn lippen door. Hiroto spert zijn ogen wijd open en schiet op me af, maar voordat hij in de buurt komt, is de bal fel op gaan lichten en verplaatst het mij, naar mijn bestemming.

Er luidt een harde knal als de zwarte voetbal in het midden van het veld neerkomt. Een ijzige wind raast over het veld heen en als de storm is gaan liggen, word ik zichtbaar. Iedereen is stil en kijkt vol ongeloof mijn kant uit. De zwarte bal die zich in de grond geboord heeft probeer ik uit de grond te wippen. ‘Wat moet jij hier?’ snauwt Gazel me kwaad toe. Ik keer mijn gezicht direct zijn kant uit en onze ogen kruisen met elkaar. Op dat moment realiseert hij zich dat hij een fout begaan heeft. De zwarte bal schiet ik op volle vaart zijn kant uit en schept hem. Bij de verdediging komt hij tot stilstand en zakt neer op de grond. Ik hoor hem even hevig hoesten voordat hij naar me opkijkt. ‘Oh? Je knielt eindelijk voor me. Dat is vriendelijk,’ spot ik naar hem. Burn stapt dreigend op me af, maar zodra ik hem waarschuwend aan kijk, stopt hij met lopen en balt gefrustreerd zijn handen tot vuisten. ‘Ga terug naar de basis. Jullie zijn allang niet meer nodig. Jullie zijn waardeloos,’ kaats ik ze fel toe. De spelers van Chaos kijken gefrustreerd van me weg en richten zich naar hun aanvoerders. ‘Milou, je bent.. Terug?’ Ik draai mijn blik naar de onzekere stem. Mijn rode ogen kruisen met Atsuya. Hij stapt onzeker over de middenlijn naar mij toe en reikt zijn hand naar me uit. Die vriendelijke glimlach op zijn gezicht, laat me ontspannen en de rode gloed ebt weg. Mijn hand reik ik uit naar de jongen voor me, maar voordat onze vingers elkaar kunnen raken, wordt Atsuya geschept door een zwarte bal. Met grote ogen staar ik naar de jongen die buiten het veld tot stilstand komt en roerloos op de grond blijft liggen. De zwarte bal rolt bij hem vandaag en keer mezelf dan langzaam om. Gazel is overeind gekomen en kijkt grijnzend op mij neer. ‘Oeps,’ zegt hij nonchalant. Zijn schouders haalt hij kort op. Mijn ogen kruisen met zijn ijzige blauwe kijkers en de grijns op zijn gezicht verdwijnt. Mijn rug keer ik naar de jongen toe en stap naar de zwarte bal toe. ‘Haal hem hier weg,’ spreek ik de spelers van Raimon toe. Mijn blik rust op Atsuya die nog altijd op de grond ligt. Zijn armen heeft hij om zich heen geslagen, maar overeind komen lukt hem niet. De pijn in zijn ogen laat merken dat het ondraaglijk is. Ik bal mijn handen tot vuisten en zet mijn voet op de bal. ‘Als ik klaar met je ben,’ begin ik met een kalme stem. De bal onder mijn voet rol ik even kort heen en weer en keer me terug naar Gazel. ‘Zal je nooit meer kunnen lopen,’ maak ik mijn zin dreigend af. Een huilende wind blaast hevig over het veld en ik vuur de bal op volle kracht op hem af. Samen met Burn, houdt hij de bal tegen en kaatsen ze hem terug. Het lijkt een oneindige strijd te zijn. De bal raast van het ene kant van het veld, naar de andere kant. Totdat beide partijen moe beginnen te worden. Het is een laatste krachtig schot dat ik afvuur en de bal bereikt opnieuw Burn en Gazel. De zwarte bal wordt opnieuw afgevuurd en ik zet mezelf schrap om de klap op te vangen, maar de bal wijkt af. Met grote ogen laat ik mijn blik de bal volgen, totdat ik opmerk dat het opnieuw op Atsuya afraast. Met het laatste beetje energie in mijn lichaam, forceer ik me razendsnel naar hem toe en duik voor hem. De impact is zo groot, dat mijn lichaam aan de kant geblazen wordt en ik uiteindelijk tegen een wand tot stilstand komt. De pijn die door mijn lichaam giert, zet ik van me af en duw mezelf hoestend overeind, mijn rode ogen naar de Raimon Eleven gericht. ‘Ga!’ schreeuw ik ze toe. Een doffe klap, trekt direct mijn aandacht terug naar waar de Aliea aanvoerders zich bevinden. Mijn ogen sper ik wijd open als ik Hiroto plots voor mij zie staan. Er stuitert een zwarte bal naar de grond, maar voordat het de grond heeft kunnen raken, is de bal naar Burn en Gazel geschoten en zijn ze van het veld verdwenen. De jongen voor me slaakt een diepe zucht voordat hij zich naar mij toe keert en bezorgt op mij neer kijkt. ‘Milou,’ begint hij met het schuldgevoel duidelijk in zijn stem gemengt. Zijn handen balt hij tot vuisten. Een kleine glimlach krult op, op mijn gezicht en pak zijn hand voorzichtig beet. ‘Dank je,’ fluister ik hem zacht toe. Een zwakke glimlach krult op zijn gezicht en stapt bij mij vandaan. Op een krampachtige manier stapt hij naar de zwarte voetbal die verderop, op het veld ligt. Zijn handen kan ik zien beven. Ik duw mezelf in een halve zithouding en kijk niet begrijpend naar de jongen. Hij keert zich naar mij toe. ‘Het spijt me,’ fluistert hij hees. De voetbal aan zijn voet licht fel op en raast met een noodvaart op mij af. Ik word verblind door het felle licht dat van de bal komt en sla mijn armen beschermend voor mijn gezicht.

Wanneer een hevige kou mijn lichaam omringt, laat ik verrast mijn armen zakken. Omringt door een eindeloze sneeuwvallei, voel ik mijn lichaam langzaam verdoven door de kou. Mijn hoofd leg ik langzaam neer in de zachte sneeuw lakens en staar naar de sterrenhemel boven me. Het laatste geluid dat ik hoor, is het gehuil van de wolven in de nacht, voordat ik mijn ogen sluit en me mee laat voeren door de kou.

Reacties (1)

  • Luckey

    gazel en burn zijn twee leeg hoofden
    hiroto beschermd der wel goed
    ben benieuwd hoe verder nu

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen