Foto bij H.112.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik rol met m’n ogen. ‘Je bent een dramaqueen, Evan. Bovendien heb je een paar minuten geleden nog bevestigd dat ik sterk genoeg ben om je in elkaar te slaan, dus dan kan ik James ook wel aan.’ En dat zeg ik: het meisje dat Ammay niet eens in leven kon houden.

James laat het bad vollopen en Graait ergens iets uit het kastje.
‘Dit is een of andere waterdichte pleister die we meegekregen hebben waarmee je jezelf gewoon kunt wassen, maar ik denk dat we het beter toch kunnen proberen droog te houden. Gewoon voor zover dat mogelijk is,’ legt hij uit terwijl ik langzaamaan begin te kijken alsof ik liever ergens anders zou zijn.
‘Prima,’ pers ik over mijn lippen, mezelf voorbereidend op de beschamendste ervaring van mijn leven.
James helpt me heel voorzichtig uit het te grote shirt dat ik van Evan geleend heb en houdt daarna heel gericht zijn ogen op de schotwond, waar hij het verband vanaf haalt.
De wond zelf is niet eens het ergste, of het pijnlijkste. De huid eromheen is gewoon één grote blauwe plek geworden door de harde inslag van de kogel. Het is gewoon één grote kneuzing. En zelfs ademhalen doet pijn.
Terwijl hij het inspecteert, vraag ik: ‘Hoe wist je wat je moest doen toen ik... zullen we het geen paniekaanval noemen, alsjeblieft?’ Ik ben even stil. ‘Hoe wist je hoe je me weer... kalm... moest krijgen?’
Hij antwoordt pas na een paar seconden. ‘Ik had ooit een vriendin. Een paar jaar geleden. Ze heette Polly. Zij had er wel eens last van. Al snel kwam ik erachter hoe ik haar het beste kon helpen.’
Nadat hij de stomme, zogenaamde waterdichte pleister op de schotwond heeft geplakt, wat een beetje pijn doet, waardoor ik mijn tanden op elkaar moet bijten, raap ik mezelf weer bij elkaar en weet ik te vragen: ‘Wat is er met haar gebeurd?’
Ik weet niet of het volledig reëel is dat ik gelijk denk dat ze overleden is, maar in de wereld waar ik leef, lijkt de dood wel iets wat heel vaak voorkomt. Ammay, Evans ouders, Lily, de man die ik nota bene zélf om het leven gebracht heb...
‘Het werkte gewoon niet, denk ik. Ze is na drie jaar weggegaan.’ Hij is even stil en draait even langzaam een rondje om zijn as met zijn handen voor zijn gezicht, alsof hij zichzelf bijeen wil schrapen. ‘We hadden vaak ruzie, maar het... het waren niet echt ruzies. Het was of ik die tegen haar schreeuwde terwijl zij huilde of andersom. Het was nooit wij tweeën tegen het probleem, maar altijd wij tweeën tegen elkaar. En... en dat werkte niet. Ik... hield echt van haar en ik wilde het toch proberen, maar Polly... was op een ochtend gewoon weg.’
Voordat ik daarop kan reageren begint hij over of ik erg veel pijn heb. Ik antwoord van niet, al is dat gelogen. Ik denk dat ik het toch geloofwaardig genoeg heb gemaakt.
Ik probeer de knoop van mijn broek los te krijgen, maar mijn handen trillen en mijn vingers doen pijn, wat op geen enkele manier logisch is. Ik kan niet anders dan vloeken en zeggen: ‘Waarom lukt dit niet? Dit... dit hoort gewoon te lukken.’
Ondanks dat het niet anders kan dan dat hij gehoord heeft dat mijn stem bij die laatste zin brak, maakt hij daar geen opmerking over.
‘Dat komt door de pijnstillers,’ legt hij uit en helpt me uit mijn spijkerbroek.
Ik was me, waarbij ik James verbied om ook maar iets anders te doen dan met zijn rug naar me toe te staan. Pas wanneer ik weer ondergoed aanheb, mag hij zich omdraaien om weer een verband aan te leggen en me verder in een setje kleding te helpen.
Van Evan heb ik een blouse geleend, zodat het niet strak om de schotwond zit en vanwege de knoopjes zal omkleden makkelijker zijn en minder pijn doen. De grijze joggingbroek die ik aanheb is te groot, maar zit comfortabel.
Terwijl James wat spulletjes opruimt, leun ik op de wasbak en kijk op in de bijna helemaal beslagen spiegel. Ik kan nog maar net een vaag beeld van mezelf zien.
Ik schrik op wanneer ik een hand op mijn schouder voel. Maar ik weet dat James het is. Ik ruik het aan zijn aftershave en voel het aan alleen al de manier waarop hij me aanraakt: Alsof hij het weet. Hij geeft me altijd de indruk dat hij het weet. Zelfs als ik zelf geen flauw benul heb wat “het” dan zou moeten zijn.
‘Gaat het?’ vraagt hij.
‘Ja.’
Even is hij stil. Dan zegt hij: ‘Het is oké als het niet goed gaat. Niemand... niemand neemt het je kwalijk.’ Het duurt even voordat hij nog wat zegt, maar dan fluistert hij zachtjes: ‘Het is oké.’
En spontaan kan ik niet anders dan huilen. Hij moet verdomme ophouden met de broer zijn die ik nooit gehad heb en me veilig laten voelen, want ik heb teveel opgekropte emoties die nu ontsnappen.
Opeens voelt het heel belangrijk dat ik de mouw van mijn linkerarm opstroopt tot m’n elleboog en mijn vingertoppen over het al bijna witte litteken laat glijden. Er trekt een snik door me heen en ik buig mijn hoofd.
‘Mijn moeder heeft me verminkt,’ stoot ik uit. En het besef beukt er zo hard op in dat ik mijn armen tegen mijn borstkas duw, alsof alles er anders uitvalt. En ik zeg opnieuw: ‘Mijn eigen moeder heeft me verminkt.’
Zonder te zeggen dat het goed gaat komen, omdat dat niet is wat ik horen wil, vouwt hij zijn armen om me heen en houdt me voorzichtig tegen zich aan, heel gericht mijn schotwond ontlastend.
Ik krimp nogmaals ineen. ‘Mama heeft dit gedaan.’
Hoe lang is het wel niet geleden dat ik haar mama heb genoemd? Tenminste, wanneer ik níét sarcastisch en bitter deed?
Hij beseft dat de grootste pijn die ik voel op het moment niet van mijn schotwond komt en kiest ervoor me wat steviger tegen zich aan te trekken terwijl ik mijn mijn gezicht in zijn schouder huil.
‘Ze heeft... mama heeft Ammay vermoord,’ snik ik.
Hij zegt sussend mijn naam, in de waanzinnige hoop dat dat de pijn kan stoppen, maar ik onderbreek hem: ‘Ze was mijn zusje.’
James en ik kunnen elkaar begrijpen. We hebben allebei een zusje verloren. Hij heeft waarschijnlijk ook tegen haar gezegd dat het allemaal oké is, heeft haar ook beloofd dat hij haar zou beschermen.
Evan is zijn ouders kwijtgeraakt. Het is vergelijkbaar, maar niet hetzelfde.
‘Gaat het ooit minder pijn doen?’ vraag ik schor, net tussen twee snikken in.
Dat hij geen antwoord geeft zegt genoeg.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Goed geschreven. Geweldige schrijfstijl van je.

    2 jaar geleden
  • Luckey

    Het zakt kost alleen veel tijd

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen