Waar is ze toch? Ze is al uren weg, het begint laat te worden. Met vrouwen heb je echt niets dan last, altijd en overal. Eigenzinnige wezens, altijd komen ze in de problemen, en wie moet het weer oplossen? Juist ja, ik.
Eerst loopt ze weg naar hier in Hiën en dan als we haar eindelijk terugvinden loopt ze weer weg. En waarom zelfs? Eerst was het heimwee naar haar thuis en nu? Haar ouders zijn er niet meer, dus heimwee zal het niet zijn. Misschien is het verdriet omdat haar ouders dood zijn? Ook weer stom, het zijn haar echte ouders niet, dus zo verdrietig zal ze niet zijn he.
Wat zei Philippe weer? Haar moeder is dood, maar haar vader nog niet? Ik snap niet dat ze niet ineens het gevecht aan gaat als ze haar vader wil vinden. Laf is ze.
Philippe heeft ook wel meer gezegd, blijkbaar is er veel meer tijd verstreken dan we gedacht hadden. Ik heb niet alles begrepen, maar het had iets te maken met een spreuk die tijd laat stilstaan. Maar dat soort magie is al in duizend jaar niet meer gebruikt kunnen worden, nog niet eens voor een minuut. Hoe Philippe dat wist snap ik niet. Als de tijd stilstaat, weet je dat toch niet? Als het op jou bedoeld is duidelijk niet, want dan zouden wij het weten. En als het op iemand anders bedoeld is, weet je het ook niet want dan wist Philippe het vast wel. Ik begrijp er niets van, maar het maakt ook niet uit, er was niet echt iets belangrijk bij mij thuis dat ik per se moet zien.
Alia, Gale en ik zijn elk een andere richting uit gegaan om Jenny te zoeken. Ik had liever met Alia mee gegaan, maar ze gedraagt zich afstandelijk. Voor het eerst voel ik onzekerheid. Is het mogelijk dat ze gewoon een emotionele uitbarsting had toen ze me kuste? Vrouwen zijn werkelijk uitzonderlijke wezens.
Plots gaat er een rilling door me heen, ik kan het niet verklaren, het lijkt haast een explosie van magie. Ik voel ook meteen van welke kant het komt dus ik ga erheen. Ik ben er zeker van dat we het alle 4 gevoeld hebben en dus zullen we elkaar daar vast wel zien. Ik zet het op een drafje, want ik wil eerst zijn. Gale mag niet altijd alles eerst weten.
Hiën is raar, al die kleine huisjes die niets tegenhouden. Het lijkt wel alsof je met een kleine tik het kan omduwen.
Ik voel de aantrekkingskracht sterker worden, ik kom in de buurt, en ik denk zelfs te weten welk gebouw het is. Dat gebouw daar, het ziet er verlaten uit, maar ik weet zeker dat het dat is.
Ik kijk om me heen, de anderen zijn nog nergens te bespeuren. Het heeft geen zin om te wachten, er gebeurt mij toch niets, ik wil al naar binnen kijken.
Mijn hele wezen schreeuwt uit dat ik voorzichtig moet zijn, dus behoedzaam stap ik door de opening binnen, het lijkt een oud verlaten pakhuis. Het zou best het enige stevige gebouw in het dorp kunnen zijn. Of beter, geweest. Het is nu vervallen, zo te zien al tijden niet meer gebruikt. Barsten in de muren tonen dat het misschien beter is het opnieuw te zetten voor hergebruik.
Een eigenaardige geur dringt mijn neus binnen. Kersen? Misschien hebben hier veel kersen gelegen, maar waarom zou je dat opslaan hier? Het is dodelijk. Of is dat weer zoiets als de appel? Ik schud het hoofd. Ik begrijp nergens nog iets van.
“Wat zie jij er sterk uit zeg, bijna een trol.” Hoor ik in een stem achter me en voel iets hard op mijn hoofd.
Verbaasd draai ik me om en zie haar voor me staan, onweerstaanbare bruine ogen, prachtig golvend haar dat ook al bruin is. In haar hand een zwarte staaf waarmee ze me geraakt heeft.
Haar ogen staren mij verbluft aan, maar ze maken meteen weer plaats voor een dreigende blik met een grijns.
“Wel wel, ben jij niet een interessante slaaf voor mij. Jij gaat enorm pijn lijden.”
Ze steekt haar staaf langzaam naar voren, maar iets zegt me dat ik die niet mag aanraken. Ze is een gevaar, al mijn zintuigen zeggen dat. Hoe leuk ze er ook uit ziet buiten dat, mijn vuist komt zo op haar neus terecht dat ze niet eens de kans heeft om een letter uit te brengen, laat staan ontwijken.
Door de kracht van de slag vliegt ze achteruit en laat de zwarte staaf op de grond kletteren.
Ik mag haar niet onderschatten, ze is waarschijnlijk niet geveld, ondanks dat ik harder mep dan andere mensen.
Ik hoor een kreun van haar uit komen, ze had dit niet verwacht, zoveel is duidelijk!
“Lolan!” hoor ik een opgewonden kreun van de andere kant komen.
Het is Jenny! Ze zit vastgebonden op haar stoel met haar zwaard vlak voor haar. Ze heeft blauwe plekken in haar gezicht en zit onder de bloedvlekken. Dat stelt me op mijn hoede, die vreemde griet zou zich niet zo gemakkelijk mogen laten doen. Ik kijk even naar haar om en zie haar grijnzend weer overeind komen. Ze spuwt wat bloed opzij. Springt op en komt mijn richting uit.
“Interessant.”
Dat is alles wat ze zegt. Haar vingers krommen zich, ze fluistert iets onbegrijpelijks en paarse slierten kringen mijn richting uit. Dit is echte magie, veel meer dan het speelgoed van Gale. En zelfs dat is voor mij … moeilijk.
Met moeite kan ik opzij springen, duidelijk ook niet naar haar wens.
Een nieuwe golf van macht komt mijn richting uit, dit keer voel ik alleen de macht op me afkomen zonder iets te zien. Wanneer het me raakt is het alsof ik ingewikkeld ben in een doek. Maar heel stevig, een waar ik niet uit kan komen. Met een van haar handgebaren verschijnt er een stoel onder me en zet ze me neer.
“Je bent sneller dan een mens, Elf.” Deze laatste woorden spuwt ze uit.
“Jullie 4 hebben geen idee wat jullie in gang gezet hebben. Jullie zullen wel bijdraaien als ik eindelijk jullie kostbare Gale aan mijn kant krijg.”
Bij het horen van zijn naam schrik ik. Ziet ze Gale misschien als leider van de groep? Dat kan niet! Dat moet ik zijn! Ik ben groter en sterker! Gale heeft alleen maar zijn boek waar hij alles moet gaan lezen. Misschien is het net zijn boek dat ze nodig heeft! Een spreuk om ons in haar macht te houden, voor altijd dan, niet zo luchtmagie dat dit ding is. Zo lang zal het mij niet houden, ik voel het.
“Dus mij zoek je!”
In de opening staan Gale en Alia. Alia staat met haar pijl gericht naar het knappe monster.
“1 stap en ik schiet” zegt ze vastberaden. Toch voel ik dat de ogen van de vrouw haar angst aanjagen.
“Ik heb een spreuk vanbuiten geleerd om je hier en nu te verstenen, dus je gaat goed naar ons luisteren. “Je gaat Je…”
Verder komt hij niet, ze onderbreekt hem meteen met een heldere, stem vol klingelende geluiden. Het is alsof ze haar pracht wou verbergen toen ze eerder iets zei. Hoewel dat ze fluistert is het zo oorverdovend dat Gale’s woorden niet meer te onderscheiden zijn. Is dit ook magie?
“Je bent nog lang geen match voor mij Gale. Je hebt veel potentieel, maar je magie staat nog maar in haar kinderschoenen. Wat Alia betreft, je hebt haar het liefste, dus ik laat haar één keer proberen, maar ik waarschuw je, je hebt één enkele poging!”
Ze strekt haar hand richting Gale en knijpt in de lucht. In een fractie van een seconde laat Alia de pijl van haar boog tot aan de nek van de vrouw vliegen. Zo te zien is er alleen een kleine kras, meer niet. Nog geen tel later ligt er al een nieuwe pijl op de boog.
“Niet slecht, maar je maakt niet genoeg gebruik van de magie in de boog, dan zou het voor mij een stuk moeilijker worden om dit te doen.”
Een moment later valt Gale hoestend proestend op de grond en verschijnen er donkere lichtstralen uit de buik van de eigenaardige vrouw. De tijd lijkt haast stil te staan. Alia’s pijl vliegt nog wel weg uit haar boog, maar trager dan eerst. Als de pijl eindelijk de vrouw bereikt, bibbert het en vliegt dan loodrecht een andere richting uit tot het de muur raakt.
De lichtstralen uit de buik likken als een gitzwart vuur naar Alia toe. Het lijkt erop dat zij gevangen zit in de ban van de vrouw. Het licht raakt haar buik en trekt daar een witte lichtstraal uit. Ze versmelten zicht tot een intens grijs, het zou prachtig om te zien geweest zijn als er niet zo’n akelig gevoel in de ruimte hing. Niemand durft of kan zich bewegen. Ik weet niet eens of ik door de magie op mijn plaats gehouden wordt, of dat het pure angst is.
Het versmelten van het licht gaat steeds sneller tot er één grijze band tussen Alia en de vrouw gekneed is. Het licht flikkert en verdwijnt dan weer. Beide vrouwen zakken op hun knieën.
“Het is voorbij, voor je een vuurbal naar me gooit Gale, ik moet je nu iets tonen.”
Ze lijkt uitgeput, de magie die je nog steeds in de lucht voelt knetteren, is haast tastbaar. Wat ze ook gedaan heeft, het is iets groots.
“Geef me iets scherps!” commandeert ze.
Vertwijfeld neemt Gale een kleine steen vast en gooit deze naar haar toe.
Ze wint langzaam aan kracht en grijst Gale aan. Zonder haar blik van hem te lossen snijdt ze een stuk van haar huid open.
haast ogenblikkelijk brengt Alia een schreeuw uit. Iedereen behalve de vrouw kijkt verschrikt naar het schreeuwende meisje.
Op haar arm, op exact dezelfde plek als waar de vrouw zich sneed, stroomt bloed uit een kleine wond.
Verbluft staart Gale naar Alia, hij begint te beseffen welke magie er gebruikt is. Ik weet dat dit niet mijn sterke kant is, maar ik weet ook wel wat hier gaande is. Elke wond die de vrouw heeft, krijgt Alia ook.
“Zoals je wellicht wel doorhebt ben ik met Alia verbonden. Als ik wil dat ze pijn lijdt, lijdt ze pijn. Als ik dat niet wil, dan niet. Kijk maar.”
Ze neemt de steen opnieuw vast en snijdt in haar andere arm. Meteen gaan onze ogen naar Alia, maar ze verroert zich niet. Dit keef heeft ze dus helemaal geen wond bij gekregen.
“Je vraagt je vast af waarom ik dit doe, wel ik wil jou helemaal alleen voor mezelf hebben. Jij moet mee, opdat ik je de idealen van Ja’afar kan bijbrengen. Hij is een eerlijke heerser, en dat moet je zelf ook zien. Je laat nu iedereen hier achter of ik zorg ervoor dat Alia met gruwelijke pijnen zit. En als je denkt dat ik teveel met mezelf in zit om mijzelf ook die pijn te verschaffen, denk dan maar wat anders. Ik kan mezelf ook weer helen zonder dat ik haar heel, mijn magie mag nu minder zijn, maar de simpele trucjes kan ik best nog, dus geen gekkigheid.”
Dan richt ze het woord tot ons.
“En jullie 4, volg ons niet, als ik het merk, dan is Alia het slachtoffer van jullie daden.”
“We hebben Gale nodig,” jammert Alia, “als je me dood wil, doe dat dan nu meteen.”
“Maar meisje toch, let je dan niet op, dood heb ik helemaal niets aan je.”
“Hond! Kom mee, je mag niet eens afscheid nemen van je vrienden, want ze hebben een slechte invloed op je rechtvaardigheid.”
Ze stapt de deur uit en trekt Gale mee. Hij kijk nog om, gooit zijn boek onze richting uit en wandelt dan de deur uit.
Verbluft blijven we achter, we kijken elkaar aan zonder een woord te zeggen. Tot Alia in tranen uitbarst.
Langzaam strek ik mijn armen en voel ik dat de magie mij niet meer in haar greep heeft. Ik wil naar buiten lopen en die vrouw de kop inslaan. Vroeger had ik dat gedaan, er is iets in mij veranderd. Nu weet ik dat dat niet goed kan komen. Arme Alia zou ook geen hoofd meer hebben.
Ik loop eerst naar Jenny om haar los te maken, daarna ga ik langzaam naar Alia. Hier ben ik nooit goed in geweest. Ik ben geen gevoelenspersoon. Geef mij maar een stevig gevecht, daar is er nooit twijfel met wat je moet doen. Onhandig leg ik mijn hand op haar schouder. Gelukkig neemt Jenny het van mij over en geeft Alia een dikke knuffel. Troostend blijft ze bij haar zitten. Ik zet me ook neer bij hen. Zo blijven we zwijgend zitten, elk met onze eigen gedachten over hoe we de vuile heks kunnen verslaan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen