Ehm ja, hallo, ik ben weer terug van weg geweest. Op de één of andere manier kan ik geen fanfic schrijven zonder er enorme gaten in te laten vallen...
Maar we gaan weer verder zoals eerst. Ik heb nu een aantal hoofdstukken op voorraad staan, dus dat moet in ieder geval even goed gaan. Verder doe ik blijkbaar nog steeds een wedstrijd met mezelf om de meest nutteloze hoofdstuktitel te verzinnen.

Hopelijk weten jullie nog hoe het ging of hebben jullie zin om iets te herlezen (: Ik zit er in ieder geval weer helemaal in.

“Wat dacht je ervan?” vroeg Black. “Die tafels gaan zichzelf niet schoonmaken en ik was het niet van plan.”
“Dus moet ik het maar doen?” beet Star.
Black knikte. Hij ging zitten en legde zijn voeten op de tafel. “Ik ben blij dat je het zelf voorstelt.”
“Ga weg.” Star pakte de stoel tegenover hem en legde ook haar voeten op de tafel.
Black stootte een blaffende lag uit. “Ik zit net.”
“Volgens mij heb jij veel vaker de regels overtreden dan ik. Raad maar eens wie er zwaarder gestraft wordt.”
Ze had nog nooit iemand zo weinig onder de indruk gezien als Black op dit moment. “Dat jij je zorgen maakte om straf…” verweet hij haar. “Ik dacht dat je ouders in Azkaban toch een groter probleem zouden zijn.”
Bij gebrek aan haar toverstok, voelde Star sterk de neiging om hem te slaan. Iets in de toon van zijn laatste zin weerhield haar ervan. Als het niet Black was uit wiens mond de woorden kwamen, had ze het misschien zelfs sympathie of medelijden durven te noemen. Maar ze was ervan overtuigd dat Black nog nooit van dergelijke emoties had gehoord.
“En jij dan?” vroeg ze na een lange stilte.
“Ik dan?” Black bestuurde het plafond langer dan nodig was. Hij leunde zo ver achterover met zijn stoel dat hij ieder moment kon vallen.
Of dat hoopte Star ten minste.
“Jij vindt het blijkbaar geen probleem dat ze daar zitten.”
“Mijn ouders zitten waar ze horen.” Hij leunde nog verder achterover.
Het idee dat hij zometeen op de grond zou klappen, deed Star onwillekeurig grinniken.
“Vind je dat grappig?” Black keek met zo’n ruk op dat zijn stoel inderdaad omver stortte.
“Totaal niet,” beantwoordde Star zijn vraag. Ze stond op en keek grijnzend op hem neer. “Maar dat wel.”
Vloekend kwam Black overeind.
“Ben je nou boos op mij of die stoel?” vroeg Star droogjes. “Beiden kunnen er niets aan doen dat jij zo dom bent om een mislukte acrobatische truc uit te voeren.”
“Je leidde me af,” antwoordde Black prompt.
Voordat Star haar verbazing over deze opmerking kon verwerken, verklaarde hij zich al verder.
“Door te suggereren dat het mij ook maar iets kan schelen waar mijn ouders zich bevinden. Achter slot en grendel, des te beter.”
“Wat hebben ze jou aangedaan?” Star wist niet zeker waarom ze het vroeg. De familiegeschiedenis van Black was wel het laatste wat haar kon interesseren. Tenzij die kennis haar kans gaf om hem te chanteren, maar dan zou Black al helemaal geen antwoord geven op de vraag.
“Jij zou het toch niet begrijpen,” zei Black minachtend, “zwadderaar.”
“Ik vind het erg dat mijn ouders in Azkaban zitten,” beet Star hem toe. “Dat lijkt me nog een logische reactie. Probeer je mij nou gevoelloos te noemen?”
Ze kreeg nooit antwoord op de vraag. Black had een keer met zijn ogen gerold en vervolgens een emmer gepakt. Hij verplaatste zich naar de andere kant van het lokaal, waar hij van Star het komende uur best wel mocht blijven. Of de komende uren. Of dagen.
Terwijl ze met haar eigen emmer in de andere hoek knielde, gingen haar gedachten weer naar Azkaban. Ze waren nauwelijks ergens anders geweest sinds ze het nieuws had gehoord. Nog steeds kon ze het niet echt bevatten. Alleen de herinnering aan de dementor leek maar al te waar. En het was geen plek waarvan ze weg kon vluchten. Daar waren haar ouders.
Ze streek een vochtige doek over een stoel zonder te kijken of hij echt schoon werd. Nu werd ze gestraft voor iets wat ze helemaal niet mee had willen maken. McGonnagall was al bijna net zo onredelijk als al het gespuis uit haar afdeling.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen