O​p een dag werd ik wakker en besloot ik dat ik dood wilde.
Oké, dat is misschien een beetje kort door de bocht. Het ging niet helemaal zo. Niemand wordt wakker en denkt: 'Vandaag snij ik m'n polsen door. Gewoon omdat het kan.' Er zijn misschien mensen die denken dat ze dood willen, wanneer ze op zondag wakker worden met een enorme kater na een nacht 'zuipen tot we kruipen.' En er zijn de types die elke maandagochtend zichzelf het liefst door hun hoofd zouden schieten als de wekker gaat en ze weer een ellendige werkweek voor de boeg hebben. Maar zomaar vanuit het niets je ogen open doen en besluiten dat je vandaag een einde aan je leven gaat maken, overkomt vrijwel niemand.
Toen ik die ochtend wakker werd, was het een grijze ochtend in maart. De wind loeide om het huis, de regen kletterde tegen mijn zolderraam. Ik hoefde niet op mijn telefoon te kijken om te weten dat het buiten ijskoud zou zijn. Evenmin hoefde ik te checken of ik gemiste berichtjes had in de drie uur slaap die ik had weten te bemachtigen. Niemand stuurde mij ooit een 'goeiemorgen.' Ik zat zelfs niet in een groepsgesprek. Heel af en toe liet mijn moeder een berichtje op de keukentafel achter.
'Lieverd, wil jij vandaag stofzuigen beneden en de tweeling naar voetbaltraining brengen?' Maar dat was dan ook alles.
Ik trok de dekens op tot onder mijn kin en nestelde me in de warmte die er vanaf kwam. Mijn bed is mijn veilige thuishaven, altijd al geweest. Soms bungelt er 's nachts een arm of een been buiten de dekens en dan ben ik opeens doodsbang dat er een demoon me vanonder mijn bed vast grijpt en me meesleurt naar de hel. Als ik 's avonds het licht uitdoe, trek ik een sprint in de richting van mijn bed waar een olympisch kampioen nog jaloers op zou zijn. Gewoon, om zeker te weten dat een monster me niet besluipt. Dat soort rare dingen doe ik dus.
Maar die ochtend voelde zelfs mijn bed niet veilig meer. Ik had een 'oh nee' gevoel. Een gevoel dat er van alles mis was, maar ik kon niet benoemen wat. Het was gewoon letterlijk alles. Alsof er elk moment een ramp kon gebeuren. Er kon iemand doodgaan, het huis kon in de fik vliegen. Door de harde wind kon een boom omwaaien, het dak verpletteren en mij erbij. Ik kon een ernstige ziekte onder de leden hebben, die ik nog niet eens had opgemerkt (dat lees je toch altijd? Dat ze er pas na maanden en maanden achterkomen dat je een ernstige vorm van kanker hebt die inmiddels ongeneeselijk is?) of de Derde Wereldoorlog zou elk moment uitbreken. Alles was mogelijk, als je een oranje brulkikker als president kiest.
Het punt is dus: alles was mis. En het was niet de eerste keer dat ik dat 'oh nee' gevoel had. De laatste tijd kwam het steeds vaker en steeds heviger. Weet je hoe het is om bang te zijn voor iets waarvan je niet eens weet wat het is? Iets wat geen naam draagt, geen gezicht heeft maar altijd rond sluimert in het binnenste van je ziel en hoe hard je ook schreeuwt dat het weg moet gaan, toch altijd aanwezig blijft?
Dus ik lag in bed, steeds banger voor geen-idee-wat, terwijl mijn gedachten met een snelheid van 300 per seconde door mijn hoofd raasden. Ik dacht aan alles wat er mis was, aan alles wat er nog mis kon gaan, aan alle stomme dingen die ik ooit gedaan had en aan alle dagen waarop ik nog wakker zou worden met dit 'oh nee' gevoel en ik dacht:
'Ik ben gewoon niet gemaakt om te leven.'

Ik sloeg de dekens van me af, schoof in mijn pantoffels en liep naar beneden om een hete mok thee te maken. Ik heb zo'n speciale beker van Lord Of The Rings met een foto van de ring erop. Als je er warm water inschenkt, komt langzaam de tekst tevoorschijn. 'One ring to rule them all,' enzovoort. Op de 'oh nee' dagen zijn dat de kleine dingetjes waar ik nog een beetje vrolijk van wordt. Sky liet hem ooit vallen toen hij nog wat jonger was. Het was gewoon een ongeluk maar ik heb een uur gehuild, waarna hij een week bezig was om hem te lijmen met een pot kinderlijm, helaas tevergeefs. Uiteindelijk kocht hij met mijn vader een nieuwe voor me. De scherven heb ik uit de prullenbak gevist en bewaard in mijn lade. Zo sentimenteel ben ik dus.
Er lag geen briefje op de keukentafel. Ik hoefde vandaag geen post te bezorgen, wat me een hele dag gaf om gewoon niets te doen. Normaal zou ik me hebben teruggetrokken in bed met een dik boek. The Two Towers bijvoorbeeld. De meeste mensen vinden het altijd een worsteling om door de boeken van Tolkien heen te komen, maar mij maakt het niet uit. Ik kan compleet opgaan in een wereld van letters en woorden. Films zijn leuk, maar een boek is waar het allemaal echt begint.
Ik schonk mijn thee in, keek hoe de letters in de ring verschenen en strompelde onhandig de trap weer op. Als je niet gemaakt was om te leven, dan hield je ermee op, dacht ik. Ik had het tenslotte geprobeerd. Twintig jaar lang. De ene mislukking na de andere. Wat voor anderen de bloei van hun leven moest zijn, was voor mij niets anders dan een bodemloze put van leegte en ellende. Ik kroop terug in mijn bed in, vouwde mijn handen om de aangename warmte van de mok en staarde voor me uit. Een einde aan je leven maken klonk zo makkelijk. Je hoeft er tenslotte alleen maar voor te zorgen dat je lichamelijke functies ophouden met werken. Er zijn mensen die daarvoor alleen maar een pinda hoeven te eten en ze zijn er binnen een paar minuten geweest. Dan zijn er de pechvogels die helemaal geen doodswens hebben en alsnog worden aangereden door een vrachtwagen. Pakken 's ochtends hun broodtrommel in, kussen hun geliefde en kinderen gedag en komen 's avonds nooit meer thuis. Ik was al maanden gestopt met opletten tijdens het oversteken, maar mijn beschermengel nam z'n taak kennelijk erg serieus, anders zat ik hier niet. Het is oneerlijk. Zoals koppels die graag kinderen willen, maar ze niet kunnen krijgen, moeten aanzien hoe andere vrouwen de ene na de andere abortus plegen, zo moest ik aanzien hoe mensen stierven terwijl ik zo met ze had willen ruilen.
Maar zeg dat maar niet hardop. Niemand houdt van een depressief geval met een doodswens.

Reacties (2)

  • aarsvogel

    Woah, dit is echt prachtig geschreven.

    2 jaar geleden
  • IrisThePiris

    1 woord; prachtig

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen