Foto bij H.115.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Was dat dom?' vraag ik schor.
Het duurt even voordat hij antwoordt, alsof hij daar zelf nog heel goed over na moet denken. 'Nee,' zegt hij dan. 'Ik zeg niet dat ik het met je eens ben, maar misschien was het wel even nodig. Voor ons allemaal. Ik...' Hij twijfelt even, maar knikt dan, alsof hij zichzelf zo toestemming geeft om het te zeggen, of misschien om zijn woorden kracht bij te zetten, om er wat oprechtheid aan toe te voegen. 'Ik ben trots op je.'

‘We moeten praten,’ zeg ik tegen hem wanneer ik het gevoel heb dat in een béétje meer controle over mijn stem heb.
‘Wij ook al?’ antwoordt James klaaglijk, maar ik weet dat hij het als grapje bedoelt.
Ik knik bedeesd en er vormt zich opnieuw die denkrimpel tussen zijn wenkbrauwen - een kruising tussen bezorgdheid en onbegrip.
‘Zullen we anders even ergens gaan zitten?’ stelt hij voor. En dat doen we. Iets verder het bos in glijden we met onze rug tegen een gigantisch dikke eikenboom aan.
Wanneer ik de vlaag van onverbiddelijke pijn die de beweging van het neerzakken met zich medebrengt heb overwonnen, vraag ik: ‘Hoe erg is het?’
’Waar heb je het over?’ reageert hij vrijwel meteen.
Ik slik en kijk naar mijn handen, die op mijn bovenbenen rusten. Even sluit ik mijn ogen en dwing ik mezelf om diep adem te blijven halen.
‘Ik ben niet dom, James. Je hebt constant een pistool in je zak. Er zit er ook standaard een in je binnenzak en soms bij je broekspijp. Onder het kussen van de stoel zit er ook een. Je bent bang dat er iets gaat gebeuren. Wat is het?’
James schudt direct zijn hoofd. ‘Ik heb gewoon een paar bekende gezichten gezien in de buurt. In de stad. Ik... ik ben gewoon in mijn hoede. Oude, paranoïde James Grint.’
Ik pak zijn onderarm vast, knijp er met een beetje fantasie bijna pijnlijk hard in. Indringend kijk ik hem aan.
‘James, ik wil de waarheid. Alsjeblieft. Ik... geen leugens.’
Hij slaat zijn ogen neer. Dan mompelt hij: ‘De groep waarbij Geoff LeNoir hoorde is erg groot. Echt... héél groot. Ze zitten in verschillende landen. Continenten, zelfs. En nu LeNoir en zijn rechterhand dood zijn gegaan door...’ Een paar seconden is hij stil. Hij durft me er niet op te wijzen dat ik iemand vermoord heb, maar we denken er ongetwijfeld allebei aan. ‘Ik weet niet wat ze komen doen, maar ze zijn met meer dan normaal in deze regio.’
Ik kan nog net een huivering onderdrukken, maar kippenvel verspreid zich over mijn hele lichaam als vuur door een spoor benzine.
‘Wat gaan ze doen?’ vraag ik met bevende stem.
Het duurt zo lang voordat hij antwoordt dat ik me afvraag of hij me wel gehoord heeft, maar dan zegt hij: ‘Ik weet het niet.'
Ik schud mijn hoofd. 'Wat denk je, James? Geef me alsjeblieft íéts. Ik wil weten waar ik mee te maken heb.'
Zenuwachtig laat hij zijn handen door zijn korte haar glijden. En dan nog een keer. Een paar keer lijkt het erop dat hij iets gaat antwoorden, maar telkens opnieuw zwijgt hij weer. Totdat hij zegt: 'Ze gaan waarschijnlijk op zoek naar degene die verantwoordelijk is voor de aanval op Geoff LeNoir en zijn handlanger. En dan volgt er een wraakactie.'
Ik voel een angst die ik nog niet eerder heb gevoeld. Als ik bang ben, is het meestal voor iets wat ik ken. Mijn moeder, mijn vader, zulke dingen. Maar nu is de dreiging iets onbekends - en groter dan ik me voor kan stellen.
'Een wraakactie op mij,' stel ik vast, maar hij schudt zijn hoofd.
'Waarschijnlijk krijg ik de schuld, maar... ze... ze hebben de neiging om iedereen waar je ook maar een béétje om geeft voor je ogen te vermoorden. Iedereen die je ook maar het kleinste beetje kent,' vertelt hij en hij kijkt weer weg. 'Dus jij bent alsnog in gevaar. Als dat is wat ze komen doen, tenminste.'
Ik slik en dan zeg ik het. Ik heb er al zo lang over nagedacht, maar ik heb het nog niet gezegd. En dan zeg ik het. 'Over een paar weken, na de rechtszaak van mijn moeder, wil ik weg en ik wil dat jij met me meegaat. Zonder Evan.'
Hij fronst en zijn handen ballen samen tot vuisten. 'Zonder Evan? Denk je dat hij er iets mee te maken heeft?' Dat ik mijn hoofd direct schud, stelt hem niet genoeg gerust. 'Heeft hij je pijn gedaan?'
Ik pak zijn onderarm vast en schud opnieuw van nee. Met trillende stem vertel ik: 'Nee, James. Nee... ik... ik hou van hem. Meer dan van mijn eigen leven.'
Hij sluit haast verloren zijn ogen wanneer hij het begrijpt, alsof hij snapt hoe verschrikkelijk veel pijn het moet doen.
'En ook meer dan van je eigen geluk,' vult hij aan, wat ik met een knikje beaam.
Ik kijk weg. ‘Als ik wegga, als wíj weggaan, kunnen we het gevaar bij hem uit de buurt houden. Dan is hij veilig.’
James pakt mijn hand vast. ‘Denk je dat het goed met hem zal gaan, als jij ineens weggaat, zonder te zeggen waarom?’
Ik vraag me af waarom het hem kan schelen, maar ik antwoord toch. ‘Ja. In het begin niet. Hij zal er kapot van zijn. Hij zal zichzelf de schuld geven. Hij zal misschien wel op zoek gaan. In het begin zal hij het niet begrijpen. Misschien wel nooit. Maar... uiteindelijk zal hij doorgaan.’ Ik wacht even tot mijn onderlip ophoudt met trillen. ‘Hij zal doorgaan met zijn leven en... en een opleiding volgen en uiteindelijk een gezin krijgen en ik zal niets meer dan een herinnering zijn aan een donkere tijd in zijn leven. Maar... maar dat is oké, want hij zal blijven leven.’ Ik ik onderdruk een snik, wat eigenlijk onnodig is, want hij kan het al aan me zien. ‘Hij zal blijven leven.’
Voorzichtig pakt James mijn hand vast en hij knikt. ‘Dan is dat wat we doen.’

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven. Fijnne feesten.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Nee! Nee slecht idee!!!!!!!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen