De volgende ochtend zette Aiden me op het dichtstbijzijnde metrostation. Hij kon me geen lift geven naar de campus, gezien dit geruchten en gevaarlijke verhalen tot gevolg zou kunnen hebben. Zijn vriendelijkheid en warmte zette niet alleen zijn baan, maar ook mijn tijd in Londen op het spel. Iets wat we allebei wilden voorkomen. Ik zwaaide dan ook kort, voordat ik vlug de trappen afdenderde. Het was druk op de vroege ochtend. Ik hoopte dat ik Gigi en Kate voorlopig nog niet onder ogen zou komen. Het was echter wel te verwachten, waardoor ik ietwat angstig mijn weg naar de campus vervolgde. Hoe dichter ik bij de campus kwam, des te zenuwachtiger ik werd. Met lood in mijn schoenen bewandelde ik de gang die naar mijn kamer leidde. De sleutel stak ik vluchtig in het slot. Vervolgens opende ik de deur en keek angstig voor me uit. Ik trof echter een lege kamer aan. Gigi was nergens te bekennen, maar zo waren haar spullen ook verdwenen. Ze was weg. Mijn angst maakte plaats voor leegte. Ik sloot de deur achter me en nam plaats op mijn bed. Mijn ogen gleden door de ruimte. Haar beddengoed was weg, haar studiespullen waren verdwenen en haar kledingkast was leeg. Ze was écht weg. Het lukte me niet om mijn tranen weg te slikken. Ik had het verpest. Ik had zóveel verpest. In een poging om te kalmeren en mijn tranen te verminderen, blies ik mijn adem uit. Het hielp niet. De leegte bleef duidelijk zichtbaar. De paniek drukte op mijn slaap. De steken pijn waren voelbaar in mijn hart. Ik voelde me slecht. Mijn maag leek zich om te keren en de inhoud daarvan wilde eruit. Kokhalzend rende ik naar de wc. Het duurde niet lang voordat mijn ontbijt weer in de wc verdween. Huilend liet ik me op de badkamervloer zakken. Schreeuwen. Voor het eerst gooide ik al mijn emoties eruit. Ik schreeuwde. Ik schreeuwde keihard. Dat het geluid uit mijn keel tot in de verte hoorbaar zou zijn, werd bevestigd door geklop op de deur. Ik schrok wakker uit mijn waas van pijn en paniek. Het deed me beseffen dat ik niet écht alleen was. Er waren anderen. En zij hadden me zojuist gehoord. Ik gooide water in mijn gezicht, spoelde mijn mond, deed een wanhopige poging om mijn gezicht te fatsoeneren en snelde op het ongeduldige geklop af. De deur trok ik vlug open. Een meisje, voor mij volkomen onbekend, keek me met grote angstige ogen aan. Het geschreeuw moest haar beangstigd hebben. Ik nam het haar niet kwalijk. Haar angstige blik maakte plaats voor erkenning, gevolgd door verwarring en bezorgdheid.
'Alles goed? Ik...' Ze zweeg. 'Je gilde. Ik vroeg me af of alles goed ging,' stamelde ze, ze twijfelde duidelijk opeens over haar eigen bezorgdheid.
'Ja, alles prima. Ik stootte mijn teen, maar het gaat. Ik ga zo even langs de dokter,' loog ik. Ik zou willen dat ik mijn teen stootte. Dat deed een afgrijselijke pijn, maar die pijn zakte weg. Het was intens, maar kort. Alles wat ik nu voelde, was ook intens. Maar het zakte niet weg. Het hamerde door mijn aderen, bij elke hartslag. Ze knikte en glimlachte vaagjes. Ik zag dat ze me niet geloofde, maar ze vroeg niet naar de waarheid. Waarom zou ze ook?
'Oké, sterkte dan. Als er wat is, dan zit ik hier tegenover,' gebaarde ze naar haar kamer. Ik knikte dankbaar. Vervolgens sloot ik de deur en zuchtte diep. Opnieuw liep ik naar de badkamer. Deze keer huilde ik niet. In plaats daarvan maakte ik me opnieuw op en verliet mijn kamer even later enigszins gefatsoeneerd. In de collegezaal ging ik weer op in de collectiviteit. Ik was haast onzichtbaar, tot mijn opluchting. Gigi en Kate had ik niet gezien. En hoewel ik dat nog geen twee uur geleden heel graag wilde, miste ik ze en wenste ik dat ik ze wel zou zien. Tijdens de lunch zag ik ze ook niet. En deze keer was er ook niemand die me riep. In de hoek zag ik een leeg tafeltje, waar ik plaats nam. Lusteloos prikte ik in mijn salade. Honger had ik niet. Dorst evenmin. De verschillende kleuren groen waren opeens fascinerend. De gesneden tomaatjes bestudeerde ik liever dan mijn jaargenoten. Mijn stille gestaar werd onderbroken door gezelschap. Ik keek op. Recht in de ogen van Edward en Josh. Ze keken niet hatelijk of verwijtend. Ze glimlachten ook niet. De blikken waren beangstigend neutraal. Ik kon de jongens niet pijlen, wat ik alles behalve apprecieerde.
'Gigi is bij Kate op de kamer gaan liggen,' deelde Edward mee. Ik beet op mijn lip en legde mijn bestek neer.
'Was er een bed vrij?'
'Ja, Kates kamergenoot ging weg.'
'Wat gezellig voor ze!' Ik meende het, maar het kwam er niet gemeend uit. Ik perste een glimlach op mijn gezicht. Het was een gefaalde poging tot enthousiasme. Edward en Josh schudden dan ook afkeurend hun hoofden.
'Fé, krijg je shit together. Dit is zo zó zonde. Je kan niet verdwijnen in een vreemde stad. Wat is er gebeurd?' Ze keken bezorgd, maar tegelijkertijd argwanend en veroordelend. Ik klemde mijn kaken op elkaar. 'Wat deed je bij het politiebureau? Je gezicht staat in alle roddelbladen. Niemand weet wat er speelt. Weten je eigen ouders het wel?' Edwards stem sloeg over naar woede. Hij was boos. Misschien zelfs gefrustreerd. Er was zelfs een klank van onbegrip hoorbaar. Hoe kon een net meisje, zoals ik, de eerste paar weken van een buitenlandse studie-ervaring zo verkloten? Ik wist het ook niet. Ik wist het ook allemaal niet. Ik wist mijn god niet meer hoe ik in deze positie beland was. Tot mijn eigen verbazing leken mijn eigen hersenen geen verband meer te leggen tussen alles wat verkeerd ging, terwijl het allemaal de fout was van James. Van James en van Harry. En zij waren allebei míjn fout. Deze puinhoop was mijn eigen schuld en het had zich al maanden geleden opgestapeld.
'Ik kwam een vriend tegen.'
'En daarom moest je verdwijnen? En de volgende dag op het politiebureau gespot worden?'
'Je had kunnen bellen, je had ons kunnen melden dat je wegging,' ging Edward door op Josh argwanende vragen. 'Daar zijn mobiele telefoons voor,' snauwde hij me vervolgens toe. Zijn sympathie was ver te zoeken. Ik zocht naar Gigi en Kate, maar ze waren nergens te bekennen. Een nieuwe waterval aan tranen probeerde ik tegen te houden.
'Ja, het spijt me,' wist ik over mijn lippen te verkrijgen. 'Het spijt me oprecht. Ik zal jullie een tijdje met rust laten. Even hertstellen.' Mijn blik wendde ik gepijnigd af. Ik staarde weer naar de verschillende kleurtinten in mijn eten. Vervolgens pakte ik mijn dienblad op en baande me een weg uit het restaurant. Ik gooide de slablaadjes in de prullenbak. Mijn flesje water was het enige dat ik meenam van mijn half aangevreten maaltijd. Met een zucht liep ik door naar de rechtenfaculteit. Ik had nog één college na de lunchpauze. Het college werd gegeven door Aiden. Ik was benieuwd of hij iets zou laten merken. Of hij mij anders zou behandelen na zijn gastvrijheid. Op de begane grond zat Ricardo Holmes weer trouw achter zijn balie. Zijn glimlach en vriendelijke begroeting waren het lichtpuntje op mijn dag. Bij mijn verschijning zwaaide hij vriendelijk en ik begroette hem als gewoonlijk terug. Hoewel onze ontmoeting hierbij normaal eindigde, stond hij deze keer op en gebaarde me te wachten. Onzeker deed ik wat me gevraagd werd en keek toe hoe de brede en lange man op me af kwam gelopen.
'Feline, ik vroeg me af of ik je met iets kan helpen?' Zijn stem was slechts gekenmerkt door vriendelijkheid. Ik knarste met mijn tanden en schudde ontkennend met mijn hoofd. Hoe zou hij me in godsnaam kunnen helpen?
'Nee, ik kan alles vinden en de studie gaat goed,' glimlachte ik naar de man. Ik vroeg me af waar ik het vermogen tot glimlachen vandaan haalde. Wellicht was het de positieve energie die Ricardo met zich meebracht.
'Ik zag al het nieuws en wilde laten weten dat ook wij, de rechtenfaculteit, en dan vooral ik, klaar voor je staan. Mocht je het nodig hebben,' bracht hij het aarzelend. De situatie deed hem ongemakkelijk heen en weer wippen op zijn voeten.
'Dankjewel, maar ik red me wel,' loog ik de vriendelijke man toe. 'Als je me wil excuseren, ik moet naar college.' Met een vriendelijke glimlach liet ik Ricardo achter me en vervolg mijn weg naar mijn laatste college van de dag. Ik had besloten daarna rust te vinden in de sportschool en als mijn hersenen het toelieten, te studeren in de avond. De afgelopen twee dagen hadden mijn voorsprong verkleind en ik wilde graag weer wat meer ruimte hebben voor het geval de studiestof moeilijker zou worden.
Ik arriveerde op tijd in de collegezaal. Mijn vaste plek was nog vrij, waardoor ik er zoals altijd plaatsnam en mijn spullen installeerde. Aiden begroette me met een glimlach en een licht knikje, waardoor alleen ik zijn begroeting zou kunnen opmerken. Zijn college was zoals gewoonlijk interessant en uitdagend. Ik was geconcentreerd, maar toch lukte het me niet om me volledig af te sluiten. Alles deed me piekeren. Hoe ging ik Harry inlichten? Hoe ging ik hem vragen om hulp na mijn ondoordachte blokkeringen. Waar durfde ik het lef vandaan te halen om mijn problemen weer op zijn schoot te smijten? Hoe haalde ik het in me hoofd dat ik daar recht op had? Hoe kon ik denken dat ik zijn aandacht nog verdiende? Er waren zoveel redenen om het zwijgen voort te zetten. Er waren nog meer redenen mo alles te ontkennen. Wat niet weet, wat niet deert. Maar ik kon het niet meer ontkennen. Ik voelde de haat door mijn aderen stromen, gepaard met een onbeschrijfelijk gevoel van schaamte en verdriet. Ik wilde gerechtigheid. Ik wilde andere meisjes beschermen voor wat mij was overkomen. Ik wilde andere meisjes weghouden uit James' klauwen. En dat kon ik alleen als ik sprak, als ik naar buiten trad, als ik bekende en handelde. En hoe erg ik er ook van walgde, hoe erg ik mezelf er ook voor haatte en hoe waardeloos ik het ook vond, Harry was de enige die mij daarbij kon helpen. Het was mijn enige kans op gerechtigheid. Ik had geen andere optie. En ik wist dat het alles nog zoveel ingewikkelder maken. Ik hield van Harry. Ik hield van die jongen met heel mijn hart. Ik dacht aan hem in mijn dromen. Ik werd wakker met zijn gezicht op mijn netvlies en zelfs tijdens het meest boeiende college gegeven door de aantrekkelijkste hoogleraar op de Universiteit, dacht ik aan hem. Ik dacht aan mijn ex, hoewel hij dat officieel nog niet eens was. Ik dacht aan de popster, waar duizenden meisjes over droomde. Ik dacht aan zijn verdriet, eenzaamheid en geluk. Ik dacht aan zijn lippen, aan zijn glimlach, aan de sprankeling in zijn ogen. Alleen de gedachte aan hem bracht zoveel energie met hem mee. Het deed de vlinders in mijn buik fladderen, nog steeds. Maar ik wist dat ik van het idee van hem hield. Ik wist dat ik van onze momenten samen hield. Ik was verliefd op de jongen op het podium. Op de jongen tijdens het interview. Ik was over mijn oren verliefd geworden op een drieëntwintigjarige miljonair, maar niet omdat hij kon zingen. Dat was slechts mooi meegenomen. Ik was verliefd op hem geworden, omdat hij ongrijpbaar en gelijkertijd zo puur was. Hij was mysterieus en vriendelijk. Hij was warmhartig en eenzaam. Hij was zoveel, dat ik niet meer kon benoemen wat hem zo aantrekkelijk maakte. Hij was Harry. En tot niet zolang geleden was hij mijn Harry.
Een schouderklopje deed me wakker worden uit mijn gedachtes. De collegezaal was leeg. De studenten waren verdwenen. Ze waren weggeslopen, zonder dat ik het doorhad. Ik was alleen achtergebleven, op Aiden na. De man keek me met zijn vriendelijke, donkerbruine ogen aan. Zijn overhemd keurig gestreken. Het bovenste knoopje was nonchalant los, de stropdas had hij iets losser gedaan dan tijdens zijn college en zijn jasje had hij in zijn hand.
'Klaar om te gaan,' glimlachte hij vriendelijk. Hij vroeg niet waar ik aan dacht of aan wie ik dacht. Hij verzamelde behulpzaam mijn spullen en overhandigde ze. 'Ik kom te laat voor mijn vergadering,' verklaarde hij zijn aanwezige haast. Ik bloosde en mompelde een haast onverstaanbaar excuus, terwijl ik mijn spullen in mijn rugzak propte. Vervolgens hees ik de rugzak over mijn schouder en glimlachte kleintjes.
'Succes.' Met die woorden liep ik de collegebanken uit.
'Fé,' hoorde ik mijn naam door de collegezaal. Zijn warme stem echode door de ruimte. Het gaf me een warm gevoel. Een gevoel van geborgenheid. Ik draaide me vragend om.
'Zin in een kop koffie vanavond?' Aiden keek me met zijn trouwe bruine ogen aan. 'Ik heb een avond vrij.' Hoewel hij het overtuigend bracht, wist ik dat het een leugen was. Hij was gisteravond ook 'vrij'. En de derde week zou alweer bijna beginnen, wat betekende dat de tentamens er al aan kwamen. Hij moest zich daarop voorbereiden. Bovendien diende ik me weer op mijn studie te focussen. Ik wilde goed presteren. Studie en hersenen was het enige wat ik op dit moment nog had. Liefde en vriendschap waren binnen twee weken verwoest. En zelfs mijn waardigheid was verdwenen. Het was een prestatie waar ik zelf verwondering voor had. Nog nooit had ik zoiets gepresteerd. Mijn relatie had ik in duigen gegooid. Mijn vriendschappen had ik erachteraan gesodemieterd. En zelfs mijn waardigheid bleek allang van me afgenomen te zijn. Wat had ik nog over? Wat stelde ik nog voor? Eenzaam, misbruikt en uitgehongerd. Dat was wat ik was. Het enige dat men niet over me kon zeggen, was dat ik dom was. Dom was ik absoluut niet. Gelukkig niet. Het was het enige dat ik had. En ik was daar dankbaar om. Mijn intelligentie zou niemand kunnen afpakken. Dat was het enige dat ik me niet kon laten ontnemen.
'Ik heb geen vrij vanavond,' reageerde ik dan ook met een kleine glimlach. 'Je opdrachten zijn veeleisend, meneer Hall,' vervolgde ik plagend. Hij grijnsde.
'Een kop koffie in het gezelschap van studieboeken dan?' Hij keek me schaapachtig aan. Het was onmogelijk om zijn aanbod af te wijzen, ook al was het op zoveel manieren verboden. Wat moest men van ons denken? Straks dachten ze dat ik hem omkocht voor een goed resultaat. Het was allesbehalve waar. Ik was zelf verantwoordelijk voor mijn studieresultaten.
'Vooruit.' Ik knikte hem toe en draaide me om.
'Om 20.00 haal ik je op bij het dichtstbijzijnde metrostation.' Zijn stem echode me na.
'Stuur maar een locatie, ik zorg dat ik er ben,' beantwoorde ik hem met een gemeende glimlach. Aiden Hall was verboden terrein en zou me nooit bieden wat Harry afgelopen maanden had gedaan, maar hij was hier en hij leek me nog steeds te mogen. Dat was al meer dan Kiki, Gigi, Harry en alle andere konden zeggen. Hij steunde me, ook al had hij geen idee wat er gaande was. Voor hem was ik Feline Johanssen, een Leidse rechtenstudent. Ik was niet de vriendin van een popster. Ik was in zijn ogen geen slachtoffer van James. Ik was geen anorexiapatiënt. Ik was gewoon een rechtenstudent met ambities. Hij zag Feline Johanssen als meer dan het meisje met problemen. En ik was hem daar dankbaar voor. Met die gedachtes sprak ik de afspraak die ik vanavond had goed. Het waren die gedachtes die me al snel in de aula van de rechtenfaculteit brachten. De aula deed me wakker schrikken uit mijn gedachtes. Het was luidruchtig, chaotisch en druk. De hoeveelheid studenten in de aula lag aanzienlijk hoger dan normaal. Geschreeuw, enthousiaste gesprekken en opwindend gefluister omringde me. Ik fronste mijn wenkbrauwen, me afvragend waar deze chaos voor nodig was. Ricardo zat trouw op zijn stoel, hij was druk aan het telefoneren. Wellicht vroeg hij om hulp om de mensenmassa weg te krijgen uit de overvolle aula. Ik snelde op de vriendelijke man af. Hij keek op van zijn telefoon en hing niet veel later op.
'Wat is er aan de hand,' vroeg ik nieuwsgierig. Ricardo leek net zo onwetend als ik.
'Geen idee, de massa heeft zich ontzettend snel hier verzameld. Ik had het pas door toen er gegil was en iedereen zich tegen de ramen drukte om naar buiten te kijken. Ik ben er doorheen gekomen, maar buiten is het nog drukker. Iedereen staat verzameld. Ik kon niet zien wat er zo interessant was, maar de geruchten gaan dat er een beroemdheid staat. Ik probeer nu beveiliging te bellen om de jongeman zonder te veel scheuren binnen te krijgen.'
'De jongen?' Ik trok mijn wenkbrauw op en keek over mijn schouder naar de massa. Het verbaasde me elke keer weer dat men zo overdreven kon reageren op slechts één persoon.
'Ja, het is een jongeman. Geloof iemand van One Direction. Hoorde ik iemand dan gillen. Ik heb geen idee, houd me nooit bezig met die dingen.' Zijn simpele woorden deden mijn maag omdraaien. One Direction... Jongeman. Op de rechtenfaculteit in Londen. De optelsom was voor mij snel gemaakt. Harry was hier. Hij was hier. Een mengeling van afgrijzen en enthousiasme borrelde op. Wat moest ik doen?
'Is er een andere ingang? Ik heb geen zin om me er doorheen te wurmen.' Ricardo lachte duidelijk om mijn vraag.
'Ben je niet nieuwsgierig?' Hij keek me geamuseerd aan. Hij had duidelijk geen idee. Hij besefte het zich niet. Ricardo was naïef. Het deed me glimlachen. Natuurlijk was ik nieuwsgierig. Ik was benieuwd hoe mijn vriend eruit zag. Ik was benieuwd of hij in vier weken verandert was. Ik was benieuwd of hij nog bruiner was geworden, sinds ik Los Angeles had verlaten. Maar ik kon het niet toegeven.
'Nee, ik houd me er ook nooit zo mee bezig. Te veel geruchten.' Het was waar. De leugen was waar voordat ik Harry leerde kennen. Ik hád me er nooit mee bezig gehouden. Ik had me er nooit iets van aan getrokken, maar nu... Ik was erbij betrokken. Het ging nu ook over mij. Ik luisterde niet meer naar de geruchten. Ik was het gerucht.
'Verstandig meisje,' glimlachte Ricardo me toe. 'Maar ik ben bang dat dit de enige uitweg is.' Hij zuchtte. 'Ik mag geen toestemming geven voor de nooduitgangen, helaas.' Hij haalde zijn schouders op ten teken dat ik geen keuze had. Ik glimlachte dan ook kleintjes.
'Jammer. Bedankt voor je hulp.' Ik knikte de man toe en stapte op de massa af. Langzaam begon ik me een weg door de menigte te wurmen. Het deed me denken aan het voorval na het interview. Ik was mijn recorder vergeten, waar het hele interview op had gestaan. In paniek was ik terug gerend naar het Amstel hotel in Amsterdam. Harry en niet zijn personeel, had op me staan wachten om mijn recorder terug te geven. Al vanaf het begin heerste er een rare sfeer tussen de popster en mij, de gewone student. Of het er slechts hing, omdat hij me 'lekker' vond, wist ik nog steeds niet. Of ik hem aantrekkelijk vond vanwege zijn mysterie was daarentegen overduidelijk. Een absurde situatie was het gevolg. Hij had zijn lichaam tegen me aangedrukt. Zijn lippen op slechts enkele millimeters van mij verwijdert. Het had me verward. Ik was zo stellig over jongens; geen relaties meer, geen gevoelens meer. Harry verwarde me vanaf moment één. Hij had me in zijn macht, zodra ik de interviewruimte in was gelopen. Ik had gedacht dat ik sterker was dan dat, maar niks bleek daarvan waar te zijn. Hij maakte mijn benen week, hij verwarde me en hij bezorgde me kippenvel met slechts een blik. Het intieme moment was slechts van korte duur. Hij had me niet gekust en ik besefte me dat ik een te makkelijke prooi was geweest. Ruw had ik hem weggeduwd. Vervolgens was ik op de vlucht geslagen. Hij had me moeten laten gaan. Al maanden geleden had hij me moeten laten gaan. Dan waren we nooit in deze positie beland. Maar hij liet me niet gaan. Hij was me achtervolgt. Buiten het hotel werd ik ontvangen door de media en journalisten. De massa was kleiner dan nu, maar toch was ik verwikkeld geraakt in een zee aan flitsen. Harry had me er tussenuit getrokken. Deze menigte studenten, Harry's aanwezigheid duidelijk voelbaar en het enthousiaste geschreeuw, deed me denken aan toen. Het deed me denken aan onze eerste ontmoeting, aan het begin. Het maakte tranen bij me los. Het voelde zolang geleden, terwijl het in werkelijkheid slechts zes maanden geleden was. Nors, vechtend tegen de tranen, baande ik me een weg tussen de studenten, voornamelijk vrouwen, door. Ik keek niet meer waar ik heen liep. Het enige dat me boeide, was dat ik hier wegkwam. Ik wilde hem zo graag zien, maar niet zo. Niet hier. Niet tussen de massa, zoals meestal het geval was. Privacy was een zeldzaam woord in het leven van Harry Styles.
'Feline!' Mijn naam deed me opschrikken. Ik herkende de stem. De verschrikkelijke stem. Jasmine keek me grijnzend aan. Ze stond dicht tegen andere mensen aangedrukt. 'Kom is hier.' Ik voelde de blikken op me branden. Iedereen had mijn aandacht. Zover ik keek, zag ik ogen op me gericht. Op míj gericht. Ik, wéer jankend, in het middelpunt. Ik schermde met mijn hand mijn gezicht af en begon me nog sneller door de menigte te duwen. Deze keer gingen mensen makkelijker opzij, totdat een hand mijn pols greep en wegtrok van mijn gezicht. Ik keek recht in het gezicht van Louis. Eleanor stond trouw aan zijn zijde. Even was ik opgelucht. Het was niet Harry. Het ging over Louis. Harry was er niet. De opluchting maakte plaats voor verdriet. Hij was er niet. Dat besef bracht een gevoel van gemis met zich mee. Hoe graag had ik hem nu bij me? Ik zou er alles voor over hebben. Harry... Eleanor haalde me uit mijn gedachtes. Ze zei niks, maar pakte slechts mijn middel vast en begon me te duwen. De weg werd voor Louis vrijgemaakt, alsof hij een soort koning was. Ik keek strak naar de grond, me bewust van alle Iphones die zich op mijn gezicht richtte. Ik vervloekte social media voor de zoveelste keer in mijn leven. Louis duwde me zijn auto in en zuchtte diep. Zijn vingers wikkelden zich strak om het stuur. Zodra Eleanor was ingestapt, trapte hij het gaspedaal in en toeterde iedereen aan de kant die op zijn pad reed. Louis had haast. Hij was geïrriteerd en duidelijk niet blij met de situatie. Eleanor had nog altijd geen woord gezegd. En ik had evenmin de behoefte om ook maar iets aan mijn vrienden te melden. Alle woorden leken ongepast. De Universiteit lag binnen enkele minuten ver achter ons. Het vervagen van de menigte deed me ontspannen. Ik sloot opgelucht mijn ogen en zuchtte diep uit. Dat was het moment dat Louis besloot al mijn rust te ontnemen.
'Hij is in de stad. Dat is de enige reden dat ik je heb opgepikt. Hij is naar de klote. En jij ook. En ik kan het niet aanzien hoe twee mensen kapot gaan, omdat het zogenaamd beter is.' Geschrokken opende ik mijn ogen, maar Louis reed te snel om uit de auto te springen. Er was geen weg terug. Harry was hier. En ik zou hem wéér zien. Nu het moment daadwerkelijk was aangebroken, wist ik niet of ik daar blij mee moest zijn. Ik wist niet wat ik moest vinden. En dat beangstigde me.


Heej allemaal,
Sorry sorry sorry voor de ontzettende lange pauze. Er kwamen even heel veel dingen tussendoor, maar hier dan toch weer een stukje! Ik hoop dat het berichtje van een nieuw stukje jullie positief verrast en ben benieuwd of jullie nog steeds graag het verhaal verder willen lezen!!

Reacties (10)

  • Magicsongzz

    Yes eindelijk!!!

    2 maanden geleden
  • GossipGirl21

    Spannend

    2 maanden geleden
  • Twice

    Ah ik was zo ontzettend blij toen ik weer een hoofdstuk in mn inbox zag staan!! En jeeetje, spannend dit zeg. Ben echt heel benieuwd wat er in volgend hoofdstuk gaat gebeuren! Ik hoop stiekem dat zij en Harry een goed gesprek voeren samen en alles op een goede manier uitpraten. Kan niet wachten tot het volgende hoofdstuk!!:)
    Snel verder! X.

    3 maanden geleden
  • IrisThePiris

    yeasshh vandaag dit verhaal gevonden en het is super! Ga zo door

    3 maanden geleden
  • USH

    Omg jeej zo blij dat je weer schrijft i love it !

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen