||Volturi Castle||
Zaterdag nacht of zondag ochtend...




Zojuist was Carlisle met zijn zoon Edward aangekomen op het vliegveld iets verderop van ons kasteel af, Jane en Alec de heksentweeling waren afgereisd naar het vliegveld om de twee vegetariërs op te halen en te escorteren naar het kasteel in Volterra.
Het was nu afwachten wat de diagnose van de vampier dokter zal zijn.
Al dagen was het akelig stil in het kasteel, de masters hadden zich terug getrokken in hen heilige kamer. De kamer waar het voor ons de gewone vampier verboden was te komen zonder bevel. Zonder toestemming, de kamer waar de heren zich vaak terug trokken om te kunnen discussieren of te kunnen vergaderen wat er precies moest gebeuren.
Voor een vampier moet tijd geen verschil maken, we hoefde ons niet te haasten of druk te maken dat we ouder zouden worden. Maar op dit moment, was ik me heel erg bewust van tijd, dag en het verschil ertussen. Voor mijn gevoel was er wel degelijk haast bij geboden.
Mijn zangeres sliep al een geruime week.
Zonder ook maar een enkele keer wakker te worden om een of andere behoefte te doen en of zelfs maar te drinken of te eten. Er zat gewoon geen reactie in, alsof het in een of andere diepe coma beland was zonder oorzaak.
De angst om Yinxy te verliezen, was groot.
Zat diep onder mijn huid genesteld, het kriebelde, brandde verschrikkelijk om niets voor haar te kunnen doen.
Ergens had ik dit moeten zien aankomen, de laatste maanden dat ze minder energie bezat, de keren dat ze zolang sliep. Ik had dit al veel eerder aan de grote klok moeten hangen. Af achteraf is het altijd makkelijker spreken, het kwaad was al geschoten en het bezorgde, meelevende gezicht van master Marcus hielp niet echt.
De man had hoop, dacht vast dat dit een van de fases zou wezen die een half vampier door zou maken.
Maar als dat zo zou zijn, zou de half vampier man die we decade terug hebben ontmoet dat ons toch wel verteld hebben. Hij heeft nergens iets gezegd over een verschrikkelijke lange slaap.
"Ze zijn er" was de zuchtende stem van Felix.
Ook Felix had het niet zo op de Cullens, op de vegetariërs.
Hij kon niet begrijpen dat ze op dierenbloed wilde leven en ze vol van hen bloed zou raken, daarnaast de bittere, gebrande smaak naar oud ijzer liet de man al beven. Een kort knikje gaf ik de man vooral hij verdween naar de grote poort om de voordeur te ontgrendelen waardoor ze binnen zouden komen.
Normaal gesproken sprong je door een gat in de grond.
Maar in dit geval, uit respect naar een beroep dat de man uitvoerde, de menselijke manier.
Kort een ronde door het kasteel gerend te hebben, mijn hersenspinsels geordend te hebben en mijn vreemde gedachtegang over de Cullens weg gedrukt te hebben stapte ik af op de troonzaal. Waar master Aro, Carlisle zijn oude kammeraat al ruimschoots begroet heeft. Geruisloos nam ik mijn plek in de zaal aan en liet mij met het gesprek dat mijn master aan het voeren was meeslepen.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen