||Volturi Castle||



Versteend stond ik op mijn plaats in de wacht, het vrolijke theekransje dat master Aro met zijn compagnon gevoerd heeft leek eindelijk geëindigd te zijn.
"Ook wil ik je mijn excuus aanbieden voor het onverhoopte, onverwachte bezoek van zo'n vier maanden terug, ik neem aan dat Renesmee inmiddels over het voorval heen is," Aro glimlachte licht, haast duivels.
Hij wist hoeveel hij hiermee Edward op stang kon jagen en daarbij iets kon uitlokken waar hij al heel erg lang naar uit is. Master wilde Edward in zijn wacht, een gedachtelezer dat niet eerst een persoon hoefde te leren kennen of aan te raken, maar het al zo uit iemand hoofd kon halen.
Ik wist dat de gedachtelezer, ieders gedachte volgde die zich bevonden in en rondom het kasteel. Het verbaasde me zelfs niet meer dat hij gedachtegangen van meerdere personen te gelijk kon opmerken, horen, misschien zelfs wel plaatsen. Ik wist niet precies tot hoever zijn gave gerekt was.
"Goed, goed om te horen mijn vriend," was de gladde achterdochtige stem van mijn master. Hij vertrouwde het niet, en ik zou het als hoofd van mijn mensen ook niet vertrouwen. Al was de man hier op uitnodiging, het kon altijd naar iets draaien dat voor beide partijen slecht zou kunnen zijn.
"Hoe gaat het met het half menselijke meisje," Carlisle glimlachte bemoedigend, vriendelijk zoals zijn gewoonte is. Er zat niets kwaad in de man, al wist ik wel dat de man behoorlijk wat zwakke plekken bezat. Zijn vrouw: Esmé, zijn eerste adoptiezoon: Edward, zijn prachtige aankomen wandelende Alice en zijn bijzondere half vampier achtige kleindochter.
"Daarvoor hebben we je laten komen," was master Caius die begon te sissen.
"Je weet heel goed waarvoor we je hebben laten komen," siste de man verder, zijn houding nog meer in de aanval zettend.
Master Aro gebaarde met zijn hand en op dat moment stapte Jane en Alec naar voor, beide liepen ze naar weerszijde van iedere Cullen. De twee vampieren, volgde de heksentweeling naar mijn vertrek. Waar mijn prachtige liefdevolle zangeres zich bevond.

Een aantal uur later kwamen de vegetariërs achter de heksentweeling aan gelopen terug de troonzaal in. Het gezicht van Carlisle stond geschrokken maar vooral bezorgd, het gezicht van zijn adoptiezoon: Edward, idem. Alsof ze iets ergs tot de ontdekking hadden gedaan en het haast in het broek deden het te moeten onthullen.
De man schraapte zijn keel nadat Jane en Alec zich weer hadden toegevoegd tot de standaard wacht rond de masters.
"Vertel het maar, mijn vriend," master Aro keek zijn gast bewonderend vol afwachting aan, gebaarde gracieus met zijn hand, Carlisle die precies wist wat mijn master van hem verwachtte, strekte z'n hand waarna mijn master hem gretig aanpakte, gelijk weg leek te zakken naar het brein van de man.
"Dat is niet zo mooi," Aro had de hand van Carlisle los gelaten en zijn hoofd draaide naar mij.
Gelijk stoof ik naar voor en bleef ik naast de vegetariër staan.
"Hoelang is het geleden dat je La Tue Cantante voor het laatst bloed heeft gehad" master Aro keek me afwachtend aan, alsof de man me het bevolen had, stak ik mijn hand naar voor waarop mijn master hem beet nam. Mijn hand rustte in de zijne op het moment dat de man mijn brein doorzocht.
"Dat is niet zo mooi," Aro liet mijn hand los, waarop ik eerbiedig enkele passen naar achter maakte.
Ik begon te begrijpen wat er mis was met mijn zangeres.
Het begon door te dringen dat ik wel degelijk verzaakt had in de juiste zorg.
Mijn zangeres, mijn drug de dood ingejaagd heb.
"Zo'n vier maand, ze moet omkomen van de dorst, honger" master Marcus keek me met een beschuldigende blik aan. Ik wist precies waaraan ik die blik te danken had, wat ik had aangericht. "Wij zullen nog een woordje spreken, jongeheer Dimitri" Marcus wendde zijn hoofd af, richtte zich naar Carlisle.
"Geef het meisje zoveel mogelijk bloed dat ze nodig heeft, probeer haar erdoor heen te slepen mocht ze nog een kans maken," Marcus keek van Carlisle naar Aro, die begon te knikken. In stilte, alles nog verwerkend wat er gedaan moet worden. Wat mij nog te wachten zou te komen staan.
"Ik kan het proberen, heb weinig hoop dat ze de nacht zal halen," sprak Carlisle, een blik van afgunst, van haat voelde ik mijn lichaam binnen dringen en ik kon met 100% zeggen dat het van de Cullens kwam. Ze haatte me, ze zouden me het liefst van kant maken, nu ze gezien hadden tot wat ik in staat was te doen met een onschuldig mens/vampier meisje. Door simpelweg niet verder na te denken, ja ze was menselijk, moest driemaal daags, drie maaltijden nuttigen. Nooit erbij stilgestaan dat het meisje dat ook nog is half vampier was, naar bloed hunkerde.
"Probeer wat je kan" waren de tweestemmige stemmen van mijn masters.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen