Foto bij H67: Ho-o ontsnapt! ~ Yoko

“Auw, voorzichtig idioot!” gromde ik boos tegen de handlanger die mijn rug aan het verzorgen was. De sneeën van Nick waren nog steeds niet volledig genezen en deden nog pijn. “Sorry mevrouw”, zei de handlanger en hij deed weer verder. Ik leunde weer met mijn hoofd op mijn gekruiste armen terwijl de handlanger mijn rug verder behandelde. Ik had Halatir nog niet gebeld om te vertellen over de mislukking. Hij ging boos zijn, oh ja, hij ging héél boos zijn: ik had niet alleen Khana laten ontsnappen, maar ook Nick en Issie. Maar ik had tenminste wel 3 Ho-o’s, namelijk de vader, moeder en kindje. En net zoals Halatir had gezegd, had ik ze alle drie van elkaar gescheiden en doeken over hun kooien gedaan. Ze waren stil geworden en ik was daar blij mee.

“Uw wonden zijn verzorgt mevrouw”, zei de handlanger na een tijdje en ik knikte. Ik fronste toen ik zijn handen nog op mijn lichaam voelde en hoe ze langzaamaan naar mijn achterwerk aan het afglijden waren. Ik kuchte even en zette me recht met de woorden: “Bedankt, je kunt gaan.” Ik hoorde hem echter niet weg gaan en kijk geïrriteerd naar de jongeman. Hij keek met grote en verlekkerde ogen naar mijn ontblote bovenlichaam en ik draaide met mijn ogen. Toen vormde er zich een grijns op mijn gezicht en ik pakte mijn hemd, maar deed hem niet aan. “Bevalt het zicht je?” vroeg ik dan verleidelijk en hij keek toen mij aan. Langzaam knikte hij en het leek alsof hij nog net niet zat te kwijlen. “Kom dan”, zei ik toen en hij kwam naar mij toe. Van binnen lachte ik hem uit, zo naïef…

Ik rekte me eens goed uit en klopte mijn kleren die ik net aan had gedaan af. Ik draaide met mijn schouders en merkte dat mijn rug geen pijn meer deed. Natuurlijk, mijn wonden waren volledig genezen dankzij die jongeman zijn levenskracht. Ik draaide me om en keek minachtend neer op het lijk van de jongeman dat in bed lag. “Hmpf, en wat moet ik met jou aanvangen nu”, mopperde ik geïrriteerd en gooide het lijk met gemak aan de kant. Eindelijk, eindelijk had ik mijn krachten terug. Het was gewoon te lang geleden dat ik nog zoiets had gedaan, maar met een goede reden: ik kwam maar moeilijk van die lijken vanaf. Ik draaide me weer om en ging de kamer uit. Zodra ik een andere handlanger zag, zei ik: “Ruim het lijk in die kamer eens op.” “J… ja mevrouw”, stotterde de man die spontaan bleek was geworden toen ik het woordje ‘lijk’ zei. Ik grijnsde en stapte zelfzeker verder. Elke man die ik tegen kwam, ging meteen opzij voor me, waarschijnlijk onder de indruk van de kracht die ik opeens uitstraalde. Oh ja, dit voelde goed…

“M… mevrouw?” hoorde ik een man nederig zeggen en ik deed mijn zonnebril omlaag. Ik zat in de tuin te genieten van de zon toen de man mij stoorde. De man wendde zijn blik met moeite af van mij en ik grijnsde: hij wist wat er gebeurde als hij te lang keek. “Ah, ben jij niet degene die zich bezig hield met het opzetten van de Ho-o’s? Hoe staat het ermee?” vroeg ik toen en pakte terug mijn glas om het laatste restje saké te drinken. “W… wel… euhm… er… er…”, stotterde man en ik zei verveeld: “Zeg toch gewoon wat er scheelt man.” De man werd een tint witter toen ik hem recht aan keek en hij staarde naar de grond. “Eé… één van de Ho-o’s is ontsnapt…”, zei hij toen en ik schoot recht. “WAT?!” schreeuwde ik naar hem en hij kromp met een pijnlijke kreun ineen. Ow ja, ik moest mijn krachten wat meer beheersen… “Dewelke is ontsnapt?” vroeg ik toen kil en hij antwoordde trillerig: “Het vrouwtje, we… we wouden haar net gaan ontleden toen…” “Kan me niet schelen, vind haar!” antwoordde ik toen boos en al struikelend kroop/loop hij weg. Ik gromde geïrriteerd. De Ho-o’s waren in slechte staat, dus ver kon ze niet gekomen zijn. En het grote nadeel was dat we de Ho-o’s vlak achter elkaar moesten opzetten, omdat we maar beperkte bewaarmiddelen hadden.

“M… mevrouw?” hoorde ik na een tijdje weer en ik draaide mijn hoofd geïrriteerd om naar de man die daar stond. “Wat nu weer? Hebben jullie de Ho-o al gevonden?” De man trok bleek weg en ging spontaan op zijn knieën zitten en boog voor mij. “Er… er is telefoon voor u. H… Halatir belt…”, zei hij met een trillende stem en ik zag zijn lichaam beven. Nu was het mijn beurt om bleek weg te trekken. Shit, wat ging ik hem nu vertellen?

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen