Foto bij H70: Rennen achter Ho-o ~ Nick

“Ik denk dat we er bijna zijn”, zei Khana terwijl we aan het rennen waren. Het zou hoog tijd worden, we waren al een half uur aan het rennen achter de Ho-o. Zodra we klaar waren en bepaalde spullen en wapens bij hadden, zeiden we tegen de Ho-o dat ze ons de weg mocht wijzen. Ze was meteen opgestegen en wij renden achter haar aan. In het begin vloog ze over daken en soms ook over muren van doodlopende wegen, maar ze kwam altijd terug of wachtte op ons totdat we haar hadden ingehaald. Khana en ik waren al lichtjes buiten adem omdat we af en toe over muren moesten springen en daardoor soms in bepaalde tuinen uitkwamen. Gelukkig had niemand ons gezien en bleven we in de achtervolging.

“Daar is ze”, zei ik en liet het vlammetje in mijn hand dat onze weg had verlicht, doven. De Ho-o zat voor een muur dat het huis omringde. “Kom, we gaan zien of we de tuin in kunnen”, zei Khana en ik knikte. We wandelden wat langs de muur totdat we een stukje zagen dat niet met prikkeldraad was beschermd. “Zouden er wachters zijn?” vroeg ik zacht aan Khana. “Geen idee, help me eens een handje”, zei ze en ik vouwde mijn handen in elkaar zodat zij erop kon staan. Ze keek een stukje over de muur en sprong toen van mijn handen terug op de grond. “Ik zie wachters, maar ze slapen denk ik”, zei ze en ik knikte. “En vlak achter deze muur?” vroeg ik toen. “Een paar struiken, dat valt mee hoor”, zei ze en ze ging wat naar achter. “Wat…”, wou ik vragen, maar ze nam een aanloopje en zette zich met één voet af tegen de muur, om dan haar handen op de bovenkant van de muur te plaatsen en erover te springen. Ik hoorde dan wat gekraak van takken, maar voor de rest bleef het stil. Toen sprong ik er met gemak over en landde ook in de struiken.

Khana trok me snel opzij achter een boom en ik zag het licht van een zaklamp langs ons heen glijden. “Gaat het?” vroeg ik toen ik zag dat Khana haar gewonde arm tegen haar lichaam drukte. “Ja, een beetje overbelast”, zei ze met een grimas. Haar wonde genas een stuk trager dan de mijne, dus dat betekende dat ze echt een mens was… Meteen duwde ik die gedachte opzij, die discussie had ik al een tijd geleden gehad en ik wou er niet meer over na denken. “Waar is de vrouwelijk Ho-o?” vroeg Khana opeens en ik kon haar inderdaad niet meteen zien.

Opeens hoorde ik een vogel schreeuwen en verschrikt keken Khana en ik naar een paar struiken verderop. “DAAR IS ZE!” schreeuwden enkele mannen en ze liepen naar die struik, om dan de takken opzij te duwen en de vrouwelijke Ho-o te laten zien, die met haar poot in een klem vast zat. Zelfs in het donker zag ik Khana wit wegtrekken en wegkijken van de Ho-o. Koortsachtig probeerde ik te bedenken welke illusie nu meteen effect zou hebben en toen kwam ik er op. Ik concentreerde me en niet veel later was een kreet te horen.

Net buiten het lichtveld kon je vaag de vorm zien van de mannelijke Ho-o en de mannen schreeuwden weer, om er dan naartoe te lopen. Ik liet mijn illusie vluchten en de mannen renden er achteraan. Ik draaide me om naar de vrouwelijke Ho-o en zag dat Khana de klem met haar dolk aan het openen was. Ik ging naar hen toe en toen de klem open was, zette ik mijn rugzak neer en haalde er een kleine handdoek uit, die ik had meegenomen om de Ho-o’s in te stoppen. Ik gaf die aan Khana en ze wikkelde de handdoek om de poot van de Ho-o om het bloed te stelpen en om de poot recht te houden, want hij was duidelijk gebroken.

“We moeten voort maken”, zei ik en Khana knikte nadat ze de Ho-o in de rugzak had gestoken. Ik deed die weer op mijn rug en toen klonk er een luide, krachtige stem. Zowel Khana als ik doken ineen in de struiken, om dan Yoko buiten te zien komen. Ik kon het moeilijk ontkennen, maar ze zag er een stuk krachtiger uit dan de laatste keer dat ik haar had gezien. Haar blik was vurig en ik zag de mannen ineen krimpen van zowel angst als bewondering voor haar. Ze riep vanalles naar hen en ik besefte dat ik mijn illusie een stuk krachtiger moest maken. “Khana, ga de Ho-o’s halen, ik blijf hier om Yoko en de mannen af te leiden”, zei ik en ze keek me twijfelend aan, maar knikte dan toch en sloop voorzichtig naar het huis. Ondertussen ging ik goed zitten en sloot mijn ogen, om mij optimaal te kunnen concentreren. De struiken zouden mij voldoende moeten kunnen verbergen en ik concentreerde me op mijn al bestaande illusie. Niet veel later hoorde ik Yoko zeggen: “Daar is hij, vang hem!” Ik bleef mij concentreren en hoopte ondertussen dat Khana voort deed, want als Yoko haar krachten zou gebruiken, zou ze snel door hebben dat dit maar een illusie was…

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Nick, vervang die illusie eens in een hamburger? De wachters gaan er dan veel langer achter lopen.xD

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen