Foto bij H71: Reddende inbrekers ~ Khana

Ik sloop zo stil mogelijk tot aan het huis en dook weg toen er nog een paar mannen naar buiten kwamen rennen. Ik glipte toen snel naar binnen en sloot de deur, om deze dan te vergrendelen. Zo had ik misschien meer tijd en ik zou wel een andere weg naar buiten vinden. Ik sloot mijn ogen en begon me te concentreren op mijn omgeving. Ik hoorde mensen mompelen, een vuur dat knetterde… Opeens schoten mijn ogen open en ik liep meteen door naar de andere kant van het huis. Ja, dat was onmiskenbaar het droevige lied van een Ho-o!

Voorzichtig deed ik de deur open met mijn dolk in de aanslag. Binnen zag ik een man voor een tafel staan met allerlei gereedschap en hij neuriede wat. Ik zag twee draadjes uit zijn oren lopen en besefte dat hij oortjes in had. In twee uiterste hoeken van de kamer zag ik twee kooien en uit één van de kooien kwam het droevige lied. Zo stil mogelijk liep ik naar die kooi en deed het doek voorzichtig opzij. Daarbinnen zag ik een graatmagere Ho-o zitten en hij zag er nog erger uit dan het vrouwtje. Hij keek me verdoofd aan en stopte met zingen. “Ik haal je hier uit”, fluisterde ik en met mijn dolk probeerde ik het slot te forceren.

“Hé, jij daar! Wat doe je hier!” riep de man opeens en ik zag dat hij mij had gezien. Hij pakte één van die scherpe messen en gooide die naar mij. Ik wist hem op een haar na te ontwijken en hij had alweer een nieuwe mes vast. Ik gaf hem echter geen tijd om te gooien en gooide mijn dolk naar zijn pols. De man schreeuwde en liet het mes vallen. Dat gaf mij genoeg de tijd om naar hem toe te rennen en 3 plekken in zijn nek in te duwen. Meteen zakte hij ineen en bleef bewegingloos op de grond liggen. Oké, nu had ik een uur de tijd voordat hij wakker zou worden. Ik trok mijn dolk met wat afschuw terug en veegde die meteen af. Daarna pakte ik de sleutels en deed de kooi open, om dan de Ho-o eruit te pakken en op de grond te zetten. Uit mijn rugzak haalde ik wat handdoeken en wikkelde de Ho-o erin, om hem dan in mijn rugzak te stoppen.

Daarna opende ik de andere kooi en vond daar de baby. Het kleine Ho-o’tje keek me angstig aan en begon te piepen. “Amin seima”, zei ik zacht en de Ho-o viel stil. Het kroop niet meer naar achter toen ik mijn handen uitstak en pakte hem uit de kooi. Ook het kleintje wikkelde ik in handdoeken en deed hem bij zijn vader in mijn rugzak. Toen deed ik mijn rugzak weer om en maakte die stevig vast aan mijn lichaam, waarna ik voorzichtig de kamer weer uit ging.

Ik liep de gang snel door naar de deur die ik had vergrendeld, maar opeens kwam er een man een kamer uit en riep: “Hey!” Meteen draaide ik een andere gang in en zag dat die dood liep. Gelukkig was er wel een raam en ik opende die snel. Net toen de man de hoek omdraaide, sprong ik uit het raam de struiken in. Ik zette het meteen op lopen en hoorde de man achter mij vloeken terwijl hij uit het raam sprong. Ik zag de mannen en Yoko naar een plek kijken en ik rende voorbij de struik waar Nick zat. Ik stopte abrupt en trok hem ruw omhoog. “Tijd om te gaan”, zei ik haastig en sleurde hem mee naar de muur waar we over waren gesprongen. “Snel, snel, snel”, zei ik en Nick sprong met gemak over de muur heen. Toen sprong ik en zette mijn handen op de bovenkant van de muur. Mijn gewonde arm begaf het echter en ik viel op mijn zij op de muur. “Ze ontsnappen!” hoorde ik iemand roepen en ik duwde me met moeite over de muur, het brandend gevoel in mijn arm negerend. Toen ik op de grond aan de andere kant landde, viel ik bijna naar voor, maar Nick trok snel naar achter zodat ik stabiel stond. “Kom, wegwezen”, zei hij en we renden er snel vandoor, de donkere nacht in.

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Steekt Khana ze nu gewoon in een rugzak?:O;)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen