'I​k was zo blij toen je belde.' Zomer stampte op de mat om de regen uit haar laarzen te krijgen. 'Mijn moeder had bedacht dat we vandaag gezellig konden gaan shoppen. In dit rotweer. Nu kon ik alleen de auto niet lenen omdat ze gepikeerd was dat ik niet meeging, en mijn make-up is compleet uitgelopen en daar had ik vanochtend twee uur aan gewerkt, maar voor jou heb ik het over. Heb je een borstel?'
'Ik pak hem zo wel. Wil je wat drinken?' Ik pakte haar jas aan om hem aan de kapstok te hangen -anders liet ze hem gewoon op de grond vallen- en ging haar voor naar de keuken.
'Warme chocolademelk, maar ik maak het zelf wel. Bij jou zitten er altijd van die enge vellen in en je ziet eruit alsof je elk moment in elkaar kan storten.' Zomer rukte de kast met glazen en bekers open en begon erin te rommelen. 'Ik verbaas me er altijd over dat er in dit huis niets normaals te vinden is. Waarom hechten jullie zo aan die aparte rommel? Hier, een ajax beker. En op dit glas staat het hoofd van Johnny Depp helemaal uitgerekt.'
'Ik geloof dat er achterin nog een rode beker staat,' zuchtte ik terwijl ik aan de keukentafel ging zitten. Zomer tuurde in de kast, haalde de beker tevoorschijn en keek er bedenkelijk naar.
'Het moet maar,' zei ze tenslotte. Ze liep naar de kraan en begon hem zorgvuldig af te wassen. Ik probeerde haar allang niet meer te vertellen dat het feit dat mijn ouders samen nog niet eens de helft van het inkomen van haar vader verdienden, nog niet wilde zeggen dat we een stel onderontwikkelde holbewoners waren. Het was simpelweg te tijdrovend en te uitputtend.
Toen de waterkoker pruttelend tot leven kwam, draaide Zomer zich om.
'Wat was er nou zo dringend?'
'Ik zei niet dat het dringend was.'
'Zo klonk het wel. Al moet ik toegeven dat het bij jou altijd als een zaak van leven of dood klinkt.' Ze keek me doordringend aan met haar felgroene ogen. Ik plukte een appel uit de fruitmand en begon ermee te spelen terwijl ik haar blik zorgvuldig meed. Zomer zuchtte diep. 'Oké, zeg het maar. Was het weer een nachtmerrie? Had je weer een visioen dat de dijken doorbreken? Bang dat een komeet de aarde raakt en we allemaal uitgeroeid worden? Die laatste moet ik namelijk nog afstempelen op mijn "Winter's Bizarre Ideeën" bingokaart.' Ik keek met een ruk op.
'Wacht, hoe groot is die kans?'
'Groot, maar het duurt nog zeker een miljoen jaar.' Zomer pakte de inmiddels stomende waterkoker en schonk haar beker vol. Mijn hart sloeg een paar roffels over. Waarom zouden we überhaupt nog moeite doen om het menselijk ras in leven te houden, als we toch over een miljoen jaar uitgeroeid werden?
'Dat is vreselijk. Al die mensen die doodgaan...' fluisterde ik. Ze stond met haar rug naar me toe, maar ik wist dat Zomer met haar ogen rolde.
'Lekker belangrijk. Wij zijn dan allang dood en de rest van de mensheid waarschijnlijk ook. Een paar dagen geleden las ik op Facebook dat er weer een malloot van een flat is gevallen nadat hij een selfie wilde maken.' Ze schudde haar hoofd. 'Ik weet echt niet wat er in die hoofden omgaat.' Ik zette "selfies maken" op mijn denkbeeldige lijst van potentiële gevaren en beloofde er vannacht aandacht aan te besteden tijdens de "Winter's Nachtelijke Dramashow" die ik elke nacht in mijn hoofd hostte.
Zomer zette haar dampende beker op de keukentafel, ging tegenover me zitten en keek me ernstig aan tot ik me ongemakkelijk begon te voelen.
'Ik denk dat ik dood wil,' flapte ik eruit. Zomer trok een wenkbrauw op.
'Je dénkt het of je wilt het?'
'Ik wil het. Denk ik.'
'Het is niet de eerste keer dat je denkt dat je het wil.'
'Dat weet ik.'
Er viel een diepe stilte. Zomer nipte van haar warme chocolademelk en staarde in het niets. Ik deed alsof ik mijn afgekloven nagels bestudeerde. Er waren inderdaad meer gesprekken geweest. Vaak 's avonds laat, op warme zomeravonden, als Zomer en ik met een fles wijn naar de sterren keken op het strand. Veel van onze diepe gesprekken waren ontstaan op die plek. Ze leek er misschien niet op, maar Zomer kon behoorlijk diep ingaan op alledaagse dingen. Zo diep dat het bijna eng werd. Ze kon uren doorpraten over gevoelens en emoties en hoe nutteloos die soms waren. En zoals altijd had ze een bikkelharde manier om het te verwoorden.
'Je weet hoe ik over dit soort dingen denk,' zei Zomer opeens. Ze had nog steeds die starende blik in haar ogen, alsof ze heel diep nadacht.
'Ja.'
'Waarom kom je dan naar mij?'
'Omdat je er zo over denkt. En ik heb niemand anders,' zei ik naar waarheid. Mijn ouders waren uitgesloten. Het idee dat ze naast hun geldzorgen en zorg voor de tweeling zich ook nog eens om mij zouden moeten bekommeren, deed mijn maag al omdraaien. Zomer leunde achterover en keek me peinzend aan.
'Dan denk ik dat je het moet doen,' zei ze. Even voelde ik iets steken. Een flintertje verraad.
'Moet je niet zeggen dat ik het juist niet moet doen?' vroeg ik zachtjes.
'Oké. Winter, je moet het niet doen. Je hebt zoveel om voor te leven.'
'Zoals?'
Zomer snoof en stootte een hoge lach uit.
'Dat bedoel ik dus,' zei ze, 'Daarom hoor je me nooit zeggen dat iemand het niet moet doen. Ik heb geen idee waar je voor moet leven. En als ik al geen idee heb, hoe moet jij het dan weten? Ik kan je zeggen dat je het voor mij moet volhouden, omdat we beste vriendinnen zijn, maar dat is egoïstisch. Als je echt dood wilt, moet je het gewoon doen.' Ik probeerde mijn opkomende tranen weg te slikken. Zomer is hard. Altijd al geweest. En hoewel ik van te voren kon weten dat ze dit zou zeggen, had ik toch stiekem gehoopt op een geruststelling. Een knuffel. Een teken dat het ooit weer goed zou komen. In een snelle beweging schudde ik mijn hoofd, zodat een paar plukken bruin haar voor mijn gezicht vielen en ze me niet meer aan kon kijken.
'Kom op, Win,' Zomer zuchtte, 'Ik hou van je, dat weet je. Maar ik zie je nu al zolang ongelukkig. Als dit is wat je wilt, ga er dan gewoon voor. Ik red me wel. Je ouders hebben Storm en Sky nog. Collega's heb je toch niet echt en een nieuwe postbezorger vinden ze wel.'
'Nu klinkt het net alsof ik een last minute vakantie wil boeken,' mompelde ik.
'Nou, zoiets is het toch ook? Alleen dan een hele permanente.'
'Denk je echt dat ik het moet doen?'
'Ja, Winter.'
'Ik ook.'

We verhuisden naar mijn slaapkamer, waar Zomer als eerst haar haar terug in model bracht en ik achter mijn laptop klom.
'En?'
'Een snelle en makkelijke manier is een pistool,' las ik op, 'Maar die heb ik niet. Kan jij daaraan komen?'
'Waar zie je me voor aan?' Zomer rolde met haar ogen. 'Hoewel, ik heb wel een kennisje die een paar aparte vrienden heeft. Maar dan koppelen ze dat pistool terug naar mij, dus dat gaan we niet doen.'
'Er staat hier ook dat je je halsslagader kunt doorsnijden of een mes in je hart kan steken.' Ik rilde. Zelfs als ik de discipline had om dat te doen, dan nog zou de vloer bezaaid zijn met bloedvlekken die er misschien nooit meer uit zouden gaan.
'Waarom gebruik je niet gewoon pillen?' stelde Zomer voor.
'Omdat ze dan je maag leegpompen wanneer ze je vinden,' antwoordde ik.
'Als je er genoeg inneemt en ervoor zorgt dat je een lange tijd alleen bent dan kunnen ze pompen wat ze willen, maar je hart komt er niet meer mee op gang. Waar staat je haarlak?' Ik stond op, graaide de bus uit mijn nachtkastje en gooide het naar haar toe. Peinzend nam ik weer plaats achter mijn laptop. Pillen waren niet mijn eerste keuze. Ik had het ooit geprobeerd, toen ik net een week uit het ziekenhuis was. Het was stom en ondoordacht. Die nacht was een hel geweest. Het stormde in mijn hoofd. Alsof er dertig televisie schermen op het maximale volume aanstonden, allemaal op een ander kanaal. En allemaal schreeuwden ze de meest vreselijke dingen. Het geluid had me gek gemaakt en ik was overvallen geweest door een intense wanhoop. Ik wilde gewoon dat het stopte. Zachtjes huilend was ik naar de badkamer geslopen en had alle paracetamol gepakt die er in het medicijnkastje lag. Ik had ze met water ingenomen, was weer terug geslopen en had opgekruld in bed gewacht op een diepe slaap waar ik nooit meer uit zou ontwaken. De volgende dag werd ik gewoon wakker. Misselijk, duizelig, maar nog altijd levend. Ik had het Zomer nooit verteld, omdat het als een mislukking voelde. Zelfs zelfmoord plegen was te moeilijk geweest.
Zomer spoot een halve bus in haar blonde haar, bekeek zichzelf van alle kanten in de spiegel en besloot toen dat het ermee door kon.
'Ga voor pillen,' vertrouwde ze me toe, 'Op een plek waar niemand je zo makkelijk kan vinden. Niet het strand, dat is veel te open. En het is volgens mij redelijk pijnloos. Alsof je in slaap valt.'
'Hoe weet je dat?'
'Ik google wel eens. Het is interessant.' Ze rukte dezelfde lade open als die waar ik de haarlak had uitgehaald en ging nu keurend door mijn trieste verzameling nagellak. 'Ik vergeet telkens dat we nieuwe voor je moeten kopen,' mopperde ze.
'Oké, pillen,' negeerde ik haar, 'En dan? Hoeveel kost een begrafenis?'
'Je laptop staat voor je snufferd.' Zomer pakte een rood flesje en bekeek het van alle kanten. 'Al hoef je er geen groots feest van te maken. Binnenkort gaan we trouwens shoppen voor goede nagellak. Dat hoort bij je eerste rechten als vrouw.'
'Wat heb ik aan gelakte nagels als ik toch dood ben?' mompelde ik.
'Als ik zelfmoord zou plegen, zou ik er op z'n minst voor zorgen dat ik verzorgde nagels had.' Plots viel het me op hoe bizar dit alles was. Het mocht dan misschien een gezellige meiden middag lijken, maar de ene plande haar eigen dood en de ander hielp haar. Er was niets normaals aan deze situatie en toch voelde het fijn. Fijn, omdat het einde in zicht was. Omdat er binnenkort geen 'oh nee' dagen meer zouden zijn. Geen eindeloze nachten en dromen gevuld met monsters, niet meer het constante gevoel van dreiging en geen dagen meer waarop ik niets voelde. Het voelen van niets was angstaanjagender dan het voelen van alle emoties tegelijk.
Ik keek naar Zomer, hoe ze languit op mijn bed plofte, haar telefoon tevoorschijn trok en begon te typen. En op dat moment kon ik niets anders dan liefde voor haar voelen. Het was fijn om niet altijd het zielige vogeltje te zijn waar mensen me voor leken aan te zien. Om gewoon iemand te hebben die begreep dat ik niets makkelijk vond aan het leven en me niet pushte om het toch maar vol te houden. Voor haar. Voor mijn ouders. Heel vaak dacht ik dat zelfmoord de egoïstische uitweg was, omdat je zoveel mensen met verdriet achterliet. Maar ik had ook verdriet. Elke dag opnieuw. Het was allang geen overlopende emmer meer, maar een schip dat al zo goed als gezonken was. En ik stond op de bodem van de oceaan nog het water weg te scheppen. Het was genoeg.

'Denk je dat ze verdriet gaan hebben?' vroeg ik, mijn blik nog altijd op het scherm van mijn laptop gefixeerd.
'Wie?'
'Mijn ouders.'
Zomer maakte een schrapend keelgeluid. 'Misschien. Je blijft toch een kind van ze.'
'Maar het is wel beter. Toch?' vroeg ik. 'Ik kan ze nooit meer tot last zijn. Financieel gezien gaan ze erop vooruit. Er is meer tijd voor Storm en Sky, niet dat ik sowieso veel tijd van ze vroeg. En mijn broertjes hoeven geen kamer meer te delen.'
'Zo te horen gaan ze er op de lange termijn alleen maar op vooruit.' Zomers stem klonk nuchter. Ik probeerde geen aandacht te besteden aan de knoop in mijn maag die ik voelde nu ik dacht aan mijn familie. Het was ook beter zo. Ik was niets meer dan een teleurstelling. Ik had nooit ergens in uit geblonken, nooit hoge cijfers gehaald. Ik was er gewoon. Altijd, op de achtergrond. Degene die iedereen vergat. Waarbij je drie keer diep moest nadenken. 'Winter? Nooit van gehoord.' En na een lange tijd begon het te dagen. 'Oh, dat is dat meisje dat altijd alleen rondhangt? Die zo stil en verlegen is? Die bedoel je toch?' En dat was het enige wat er over me gezegd kon worden.
'Ik heb alleen één probleem,' zei ik peinzend, 'Mijn begrafenis. Ik heb geen levensverzekering.'
'Lekker belangrijk,' klonk het vanaf mijn bed.
'Weet je hoeveel zo'n begrafenis kost? Meer dan er op mijn spaarrekening staat en meer dan mijn ouders zich kunnen veroorloven.'
'Heb je een levensverzekering?'
'Ik kan een gewone al amper betalen. En mijn ouders hebben hem ook niet voor me afgesloten.'
Zomer wuifde onbeduidend met haar hand. 'Ik vraag mijn ouders wel om een donatie te doen.'
'Dat wil ik niet. En mijn ouders zouden dat nooit aannemen, daar zijn ze te trots voor. Plus, ze kennen elkaar niet eens.' Ik keek weer peinzend naar mijn scherm. Een bedrag van minimaal 6000 euro voor een begrafenis. Echt veel hoefde het niet voor te stellen. Waarschijnlijk zou alleen mijn familie er zijn en Zomer. Misschien onze buurvrouw die al tegen de negentig was en af en toe zelfgemaakte koekjes bracht en die smaakten naar oud karton. Ik had me tot nu toe altijd voor gehouden dat ik iedereen een plezier zou doen als ik er niet meer was. Maar mijn ouders in de schulden steken, kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Met de twee dagen in de week dat ik post bezorgde, zou ik mijn begrafenis pas kunnen betalen tegen de tijd dat ik tachtig was. En de opleiding tot onderwijsassistent die ik met zoveel pijn en moeite had afgerond, had me nooit een baan opgeleverd. Ik verstuurde nog wel sollicitaties, op de zeldzame goede dagen dat ik het allemaal weer even zag zitten. Maar ik hoorde zelden iets terug en als een school al de moeite nam om te reageren, dan was het alleen een nietszeggende afwijzing.
'Hoor eens, Winter, het is jouw probleem niet. Als je dood bent, is niets jouw probleem meer.' Zomer sloeg haar dunne benen over de rand van mijn bed en keek me recht aan, met dezelfde blik die me altijd ongemakkelijk liet voelen. Ik schudde mijn hoofd.
'Ik kan het niet. Echt niet.' Ik stond op en begon door mijn kamer te ijsberen. Vier stappen naar voren. Omdraaien. Weer vier stappen. 'Verdomme,' zei ik zachtjes. Het rustgevende gevoel, het gevoel dat het allemaal binnenkort voorbij was, was als sneeuw voor de zon verdwenen en maakte plaats voor een golf van paniek.
'Rustig nou maar,' suste Zomer. Maar ik was niet rustig.
'Je begrijpt het niet,' snauwde ik, 'Jij mag dan misschien alles mee hebben in je leven, maar ik niet. En net toen ik dacht dat het gewoon klaar kon zijn, dat ik me niet meer elke dag zo rot hoefde te voelen, kwam er gewoon weer een tegenslag. Zoals altijd. Omdat ik nooit, maar dan ook nooit, eens een keer iets mee kan hebben!' De laatste zin schreeuwde ik. Mijn keel begon onmiddelijk te branden, niet gewend aan het produceren van harde geluiden.
Zomer stond op en pakte me ruw vast. Duwde mijn kin omhoog zodat we elkaar recht aankeken. Haar groene ogen vastbesloten. Mijn grijze ogen waarschijnlijk panisch en gevuld met tranen.
'Ophouden,' zei ze fel, 'Als dit is wat je wilt, dan moet je ervoor gaan.'
'Niet als het zo moet.' Mijn stem trilde, ik zou elk moment in huilen kunnen uitbarsten. Zomer zuchtte diep.
'Oké, als dit zo belangrijk voor je is, dan ga ik je helpen.' Er verscheen een prachtige glimlach op haar gezicht. 'We gaan een baantje voor je regelen.'

Reacties (3)

  • IrisThePiris

    je schrijft zo mooi...
    als ik eerlijk moet zijn, vind ik Zomer niet echt een goede vriendinxDmaar das nou eenmaal mijn mening. Wel leuke karakters! Ga zo door x

    2 jaar geleden
  • Welkin

    Er was niets normaals aan deze situatie en toch voelde het fijn. Fijn, omdat het einde in zicht was. Omdat er binnenkort geen 'oh nee' dagen meer zouden zijn. Geen eindeloze nachten en dromen gevuld met monsters, niet meer het constante gevoel van dreiging en geen dagen meer waarop ik niets voelde. Het voelen van niets was angstaanjagender dan het voelen van alle emoties tegelijk.

    Zo herkenbaar dit... Ook dit stuk:

    Het was allang geen overlopende emmer meer, maar een schip dat al zo goed als gezonken was. En ik stond op de bodem van de oceaan nog het water weg te scheppen. Het was genoeg.

    Je stukken raken me soms echt! Het is echt gaaf geschreven, voornamelijk het contrast tussen te twee is leuk om te lezen (:
    Ik ben benieuwd wat dit baantje gaat zijn.

    2 jaar geleden
  • aarsvogel

    Zomer is echt raar maar ik mag haar wel opzich.
    Maar sjeez jij schrijft echt geweldig, wauwie.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen