Foto bij OO6 • Distanced

Haar bloed gonsde door haar aderen, haar hart klopte in haar keel en de teugen adem die ze binnenkreeg, werden steeds moeilijker om te verwerken. Haar hoofd klopte terwijl ze haar best deed om de rest van haar nieuwe factieleden te volgen.
Het was niet alsof ze de enige ramp van haar nieuwe factie was: ze zag een paar anderen ook moeite hebben met het volgen van het tempo. Ze merkte ook op dat het pijnlijk duidelijk werd dat van hun oude factie James en zij de enigen waren die overgestapt waren naar Dauntless.
“Kom op, Evelyn! Het is nu echt niet lang meer!”
Zonder dat ze het in de gaten had, was Uriah naast haar komen rennen. Hij pakte haar hand stevig vast en, aangemoedigd door zijn sterke hand die de hare vasthield, versnelde haar tempo zodat ze niet veel later bij een hoop palen stonden die naar boven leken te gaan, naar de treinsporen.
Evelyn had vlak voordat ze haar persoonlijkheidstest moest ondergaan gezien hoe de mensen uit Dauntless gewoon uit de trein waren gesprongen toen deze langs het gebouw passeerde waar ook zij hun persoonlijkheidstest moesten ondergaan. Ze wist niet of ze bereid was om hetzelfde te doen, maar ze begon het idee te krijgen dat ze niet echt een keus had.
En dus volgde ze Uriah, met lichte twijfel, toen hij naar boven klom. Ze zag aan de manier waarop hij precies het juiste plekje greep met zijn handen en precies op de juiste manier zijn voeten tegen de paal zette dat hij dit vaker had gedaan. Er waren hier en daar steunbalken waaraan hij zich ophees en Evelyn zag de spieren bewegen onder zijn dunne jasje.
Voor jou is het gemakkelijk, dacht ze bitter. Jij doet heel je leven waarschijnlijk al niets anders.
Toen besefte ze zich dat ze geen recht had om te zeuren. Als ze dit niet had willen doen, dan had ze voor een andere factie moeten kiezen. En dus klemde ze haar kaken op elkaar, zette haar handen tegen de paal en begon een weg te zoeken om naar boven te klimmen.
“Schiet op, de trein arriveert zo!” hoorde ze iemand naar haar roepen.
Toen ze haar blik naar de persoon richtte die tegen haar sprak, zag ze dat het om een meisje ging dat zwart haar had en het haar aan beide kanten van haar hoofd opgeschoren had, wat haar een stoer en tegelijkertijd intimiderend uiterlijk gaf.
Evelyn dwong zichzelf om zich te focussen en versnelde haar tempo. Met veel moeite – en pijn in haar spieren – kwam ze uiteindelijk aan de kant van de treinsporen terecht. Ze zag de trein al naderen en inhaleerde de lucht waarbij ze haar longen de kans gaf om zich te herstellen van de inspanning.
“Pak mijn hand vast,” zei Uriah, die opeens weer naast haar verscheen.
Hoewel hij een brede lach had om zijn lippen, leken zijn ogen bezorgdheid uit te stralen. Evelyn kon niet anders dan zijn hand vastpakken. Ze had het idee dat ze zichzelf hier meer mee geruststelde dan hem, maar ze was niet van plan om factieloos te worden. Niet nu ze zo ver gekomen was. En ze gunde James dat geluk gewoon niet.
“Als ik zeg dat je moet springen, zet je voeten dan zo hard af als je kan en laat mij de rest van het werk doen. Geen angst, geen paniek, gewoon vertrouwen op me, oké?”
Evelyn had geen tijd om te antwoorden; de trein kwam dichterbij en Uriah had blijkbaar geen zin om nog langer tijd te verspillen, want hij zette er flink de pas in. Evelyn kon hem na dat klimmen amper bijhouden, maar Uriah trok haar voort en als vanzelf volgden haar voeten het tempo van de zijne.
“Springen!” riep hij.
Evelyn zette zich af zo hard ze kon. Met een ruk werd ze eerst naar opzij getrokken zodat ze een beetje ongemakkelijk tegen Uriah hing, die zijn arm opeens om haar middel had geslagen. Daarna kreeg ze een harde duw en kukelde half de wagon in. Een paar van haar factieleden die hun gezien hadden, moesten lachen.
Evelyn lachte wat ongemakkelijk mee, maar het lachen verging haar toen ze een wanhopige schreeuw buiten hoorde en naar buiten keek, waar ze jongen snikkend op de grond ineen zag zakken.
Hij was overduidelijk niet van Dauntless; zijn kleren verrieden dat hij van Candor afkomstig was. Hij was klein voor zijn leeftijd en zijn benen hadden het tempo van de trein niet bij kunnen houden, waardoor hij gedwongen was om te stoppen met rennen omdat het platform opeens opgehouden was als hij niet naar beneden wilde vallen en al zijn ledematen wilde breken.
“Het is vervelend, maar het gebeurt,” zei Uriah. “Ik weet dat het egoïstisch is, maar je moet maar denken dat jij het ook geweest had kunnen zijn die daar nu achtergebleven was op het platform en factieloos geworden was.”
En hoewel Evelyn een knikje gaf, voelde ze nog steeds medelijden met de jongen die in één klap opeens factieloos geworden was. Maar ze besloot om zich er niet meer om te bekommeren en richtte haar blik in plaats daarvan op de twee meiden die bij Uriah waren komen staan.
Eén van de meisjes had ze al eerder gezien tijdens het klimmen, maar het andere meisje, een meisje met blond haar en een stuk minder intimiderend dan het bijna kale meisje naast haar, kende ze nog niet.
“Dit zijn Marlene en Lynn,” stelde Uriah hun voor. “Marlene en Lynn, dit is Evelyn.”
“Ja, we kennen haar wel. We hebben haar naam ook gehoord tijdens de kiesceremonie, domkop. We zijn heus niet doof.”
Evelyn stak aarzelend haar hand uit en Marlene was de enige die hem aannam. Lynn, die de opmerking had gemaakt, keek haar enkel peilend aan. Haar ogen gleden over haar kledij en Evelyn kon het niet helpen dat ze haar armen meteen weer defensief over elkaar sloeg voor haar borst nadat Marlene en zij elkaar de hand hadden geschud.
“Wat?” beet ze Lynn uiteindelijk toe toen het gestaar niet ophield.
“Oh, niks hoor. Ik ben alleen benieuwd hoe snel je factieloos gaat worden.”
“Lynn, kappen! Er is geen reden om zo onbeschoft te zijn.”
Maar Evelyn was het zat dat er mensen om haar heen waren die haar constant wilden intimideren en vlak nadat Marlene haar verdedigd had, deed ze een stap naar voren zodat ze bijna neus aan neus met Lynn stond. Lynn’s ogen gingen even wijder openstaan, maar daarna kneep zij ze weer half toe, afwachtend op wat ging komen.
“Je moet een boek nooit beoordelen op zijn cover. Wie weet word jij wel factieloos dankzij mij.”
Het was echt een verschrikkelijk slechte bedreiging, maar Uriah begon te fluiten en sloeg zijn arm om Evelyn heen.
“Ik mag deze chick,” zei hij lachend.
Evelyn moest glimlachen, maar haar glimlach stierf weer weg toen ze over Lynn’s schouder keek en de blik van James ontmoette. Zijn ogen gingen eerst naar de arm die Uriah om haar schouders had liggen en daarna weer terug naar haar, de blik in zijn ogen haast moordend.
“We zullen zien.”
Haar aandacht werd weer terug gericht op Lynn. Ze zag dat het bijna kaalgeschoren meisje een glimlach nauwelijks kon onderdrukken. Het was duidelijk dat ze onder de indruk was van de moed van iemand die uit Amity kwam en haar best deed om dat niet al te duidelijk te laten merken, dus kuchte ze kort en draaide zich vervolgens weg.
“Maak je klaar!” werd er plotseling ergens van voor in de wagon geroepen.
“Tijd om je moed te testen, Amity.”
Er klonk iets van spot door in de toon van Lynn’s stem. Net toen Evelyn wilde vragen waar ze in godsnaam haar moed voor moest testen, werd haar het zwijgen opgelegd toen ze zelf die vraag kon beantwoorden.
Uit het raampje van hun wagon zag ze namelijk hoe verschillende figuren uit hun wagon sprongen en op een dak landden.

Reacties (3)

  • Slughorn

    Ik denk eerlijk gezegd daf die Lynn nog wel mee gaat vallen. Ze klinkt als een stoere chick! (:

    2 jaar geleden
  • Uiltjes

    Goed hoofdstukje!

    2 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Lynn is natuurlijk weer zoals altijd het zonnetje in huis.

    2 jaar geleden
    • Dragonrage

      Ik ben Lynn 's morgens vroeg hahaha

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen