Het koste Alexander wat tijd om zijn leven weer op te pakken. Het verlies van Hephaistion bleef hem zwaar vallen. Toch wisten zijn generaals hem er op een gegeven moment van te overtuigen om weer aan de slag te gaan. Hij bleef een hoop verantwoordelijkheden houden als koning.
Roxane hielp ook om zijn pijn te verzachten. De eerste paar dagen na zijn terugkeer in Babylon had hij haar niet bij zich gelaten, maar aan het einde van de begrafenisspelen voor Hephaistion was hij tot inkeer gekomen. Zij kon hem juist het gezelschap geven dat hij nodig had. Daarnaast moest hij nog steeds een zoon bij haar verwekken.
Hun eerste nacht weer samen was vol passie en Alexander voelde weer hoe het was om echt te leven. In plaats van zichzelf af te zonderen van de rest van de wereld. Het hielp hem ook om weer actief bezig te gaan met zijn taken.
Nadat hij zeker wist dat Roxane zwanger was, liet hij ook Stateira bij zich komen. In het begin was ze nog fel, boos om zijn weigering tijdens hun huwelijksnacht. Maar met de tijd werd dit beter en begonnen ze meer om elkaar te geven, maar echte liefde kwam er nooit. Toch hield Alexander zijn hart op slot voor iedereen. Hij wist dat hij ze achter zou moeten laten en als hij te veel om iemand zou gaan geven, kon hem dit later nog veel schade doen. Toch zou Roxane altijd een speciale plek in zijn hart innemen. Zij was de eerste en enige vrouw op wie hij echt verliefd was geworden. De gevoelens die hij had gehad voor enkele vrouwen aan het Macedonische hof verbleekten met wat hij voor Roxane voelde. Het afscheid van haar zou nog wel het zwaarst voor hem worden.
Tijdens een moment van rust ijsbeerde Alexander door zijn vertrekken. Hij was weer onrustig en miste Hephaistion. Nu hij niet meer op veldtocht was, raakte hij ook nog eens lichtelijk verveeld. Heersen was niet spannend, maar saai. Zo veel vergaderingen en zeurende mensen. Alexander wist nu ook alleen maar meer en meer zeker dat een leven vol avontuur veel beter bij hem paste. Hij was dan ook maar al te blij dat Zeus hem de kans op zo'n leven had gegeven. Hij moest alleen nog door de zure appel heen bijten de komende tijd. Daarna zou hij zich in het betere leven kunnen storten.
Opeens zag hij Zeus voor zich staan toen hij zich omdraaide tijdens het ijsberen. Even schoot zijn hart naar zijn keel, verrast door de plotselinge verschijning van de aloude.
'Ik ben van mening dat het onderhand wel tijd is om jou je onsterfelijkheid te schenken. Weet wel dat dit gepaard zal gaan met dat je binnenkort zal moeten sterven voor de wereld. Ik wil dat laten gebeuren bij de eerste gelegenheid die zich aandient. Iets zoals een ziekte of een verwonding.'
'Ik begrijp het,' zei Alexander, maar hij had er gemengde gevoelens over. Aan de ene kant betekende dit dat hij Hephaistion binnen aanzienlijke tijd weer zou herzien. Maar aan de andere kant zou hij zijn zoon misschien wel nooit ontmoeten, mocht een levensbedreigende situatie zich aandienen.
'Kom bij me staan,' verzocht de aloude hem en Alexander liep naar hem toe. Hij voelde hoe Zeus zijn hand op zijn voorhoofd legde, warm maar dwingend.
'Hierbij schenk ik jou onsterfelijkheid, maar verwacht hiervoor loyaliteit in ruil,' sprak de aloude. 'Je zal doen wat ik van je vraag, maar ik beloof geen onmenselijke dingen van jou te vragen. Bij ernstige ongehoorzaamheid ben ik in staat jou deze gift te ontnemen met onmiddellijke veroudering en vervolgens de dood als gevolg.'
'Ik heb uw voorwaarden begrepen,' antwoordde Alexander hierop en Zeus haalde zijn hand van zijn hoofd.
'Welkom in mijn dienst. Je zal helpen deze wereld een betere plaats te maken en deze te verdedigen tegen de duistere alouden.' Bij het horen van de laatste twee woorden betrok Alexanders gezicht. Hij had nog nooit van deze term gehoord, maar voorspelde dat het weinig goeds betekende.
‘Ik moet bekennen dat ik nog nooit van deze duistere alouden gehoord heb. Wat doen zij en waarom moet de wereld tegen hen beschermd worden?’
‘Ze zijn van hetzelfde ras als ik,’ legde Zeus uit. De wereld was heel anders toen wij heersten en de humani waren slaven, dienden soms zelfs als voedsel voor de meest wrede alouden. Nu is de wereld van jullie, maar de Duistere alouden willen terug naar hoe het was. De laatste tijd houden ze zich gedeisd, omdat jullie mensen ze aanbidden als goden. Maar ik vermoed dat er een tijd komt dat dit zal veranderen en ze zullen dan hun wraak gaan nemen. Hiervoor heb ik mijn onsterfelijke dienaren nodig, jullie zullen de mensheid moeten gaan verdedigen tegen hun monsters en dienaren.’
‘Ik snap het. Maar dit betekent dat we het niet zelf tegen deze alouden moeten opnemen?’
‘Ik wil dat inderdaad zoveel mogelijk vermijden. Jullie onsterfelijken zullen niet tegen hen opgewassen zijn, maar wel tegen de bedreigingen die zij zullen sturen.’
Alexander knikte, al deze nieuwe informatie verwerkend. Hij had gemengde gevoelens hierbij. Hij vond het niet erg om tegen zulk kwaad te moeten strijden, maar hij had dit toch graag geweten voor hij begonnen was met dit alles. De aloude had hem overtuigd om hem dingen te laten doen, zonder dat hij een fatsoenlijke weet had van alles. Zelfs de voorwaarden voor onsterfelijkheid hoorde hij pas toen hij eenmaal onsterfelijk gemaakt was. Maar hij wist dat het voor nu beter was om zijn mond te houden. Misschien dat hij de aloude er later nog op aansprak.
‘Nu is het het best dat je gewoon doorgaat met het besturen van je rijk. Zorg dat je het goed kan achterlaten als de tijd daar is.’
‘Ik zal de nodige maatregelen nemen.’ Nadat Alexander deze woorden had uitgesproken verdween Zeus uit de ruimte, waardoor hij alleen achterbleef.
‘Tijd om dingen te gaan regelen,’ mompelde Alexander tegen zichzelf.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen