Met waterige ogen keek ik op naar zijn gezicht. Zijn ogen stonden voor het eerst sinds lange tijd niet geruststellend. Hij vertelde me niet langer dat het goed ging komen. We hadden een geweldige tijd gehad samen. De week in Londen was geweldig geweest. Het was een week waarin we zoveel hadden meegemaakt, zoveel mooie momenten en zoveel persoonlijke botsingen. Het was het begin geweest van twee hele mooie maanden, waarin we nog dichter naar elkaar gegroeid waren. Mijn grootste angst was uitgekomen, ik was meer van Harry gaan houden en een toekomst zonder hem zag ik niet meer zitten. Mijn liefde voor de Britse jongen was gegroeid tijdens ons avontuur in Amerika. Steden waren we afgereisd. Ik had een kijkje genomen in zijn popsterrenleven. Het was zwaar. De gillende meisjes, de huilende mooie blondines, de bloot geklede brunettes en de aandachtsvragende roodharige hadden me onzeker doen voelen. Ze smeekten om zijn aandacht. Hij gaf ze het, maar op een andere manier dan dat hij het mij gaf. Tijdens het concert ging ik op in de menigte. Niemand die mij zag, niemand die mij aandacht gaf, maar zodra hij van het podium afstapte, was ik alles wat telde. Hij drukte een kus op mijn lippen, hij sloeg zijn bezwete armen om mijn lichaam en hij hield me stevig vast. Elke avond vroeg hij hoe ik het optreden vond. En elke avond opnieuw vertelde ik hem dat ik ervan genoten had. Het was geen enkele dag gelogen geweest. Ik had er van genoten. Ik genoot van hem. Ik genoot van zijn muziek. Ik genoot zelfs van het feit dat hij genoot. Op het podium was hij helemaal in zijn element. Het deed mijn hart sneller kloppen. Het deed mijn lippen in een grote glimlach krullen. Niet omdat ik fan was, ook al moest ik bekennen dat ik dat wel geworden was in de afgelopen twee weken. Ik lachte, omdat hij dat effect op me had. Ik lachte, omdat ik van hem hield. Ik lachte, omdat ik verliefd op hem was. Door hem voelde ik me bijzonder, hij zorgde ervoor dat ik me gelukkig voelde. En ik wilde niks liever dan aan zijn zijde blijven. Ik wilde naast hem in slaap vallen, terwijl hij tevreden en uitgeput was door zijn optreden. Ik wilde met hem de wereld ontdekken, ook al betekende dat een leven in een hotelkamer. Hoewel ik bereid was alles voor hem op te geven, weerhield mijn geweten me daarvan. Alles opgeven zou stom zijn geweest. Het zou mijn eigen dromen en doelen in duigen doen vallen. Bovendien had ik hem juist weten te veroveren door mijn passie en mijn focus op mijn eigen leven. Mezelf volledig aan hem overgeven zou averechts werken. Dat wisten we beide. We hadden onze eigen doelen en onze eigen levens. Als we dat konden combineren, was het perfect. Het werkte niet als één van ons zijn leven zou opgeven voor de ander. Bovendien zou geen van beide dat van elkaar verlangen. Hoe kon ik hem vragen te stoppen met zijn tour? Hoe kon hij van mij verlangen te stoppen met mijn studie? We konden dat niet van elkaar verwachten en dit deden we dan ook niet. We hadden dat geen moment van elkaar verlangd. En ondanks de donkere wolk die langzaam op ons af was gekomen, hadden we drie maanden lang weten te genieten van de tijd die we hadden. Misschien was het niet slim geweest, misschien was het ongelofelijk dom geweest, maar het had me zoveel moois gebracht. Hoeveel pijn ik ook zou gaan lijden, die drie maanden waren het waard geweest. Hij was het waard geweest. Door hem had ik me levend gevoeld. En ik was ervan overtuigd dat ik ook iets in zijn leven had gebracht, wat hij nog nooit eerder ervaren had. Liefde. Oprechte liefde. Liefde in diens puurste vorm. Het was alleen de vraag of onze liefde, ons avontuur, het ging volhouden in elkaars afwezigheid. Konden wij zijn leven overleven? Konden wij mijn leven overleven? Ik wist het niet. En terwijl ik naar zijn ernstige gezicht keek, besefte ik me dat het me beangstigde. Voor het eerst liet ik de angst toe. De angst om hem te verliezen. Het was niet alleen een angst, het lag heel dicht bij de realiteit. Harry was niet spraakzaam die dag. We hadden er zolang tegen gevochten, tegen het afscheid. Wanneer de donkere wolk ons had opgeslokt, wist ik niet. Het enige dat me bijstond is dat ik wakker werd met een ander gevoel. Een gevoel dat mijn borst leek open te reten en alle emotie uit me wilde duwen. Ik had last van emotiewisselingen, dat kon ik niet ontkennen. Harry, daarentegen, leek geen enkele emotie te hebben. De hele dag keek hij al stoïcijns voor zich uit. De hele dag had hij nauwelijks iets gezegd. Ook niet tegen mij. En dat deed me pijn. Sloot hij zich af? Ik hoopte hevig van niet. Niet na alles wat we hadden meegemaakt. Ook nu, op het laatste moment samen, sprak hij niet. Ik keek hem smekend aan, maar wat ik moest zeggen of wat ik wilde horen, wist ik niet. Hoelang zou ik hem niet zien? In mijn hoofd rekende ik naar de bewuste datum. November… Dan zou ik in Amsterdam zijn concert bijwonen. Hij zou bij mij blijven slapen. We hadden dertig uur. Alleen dat idee benauwde me al. Dertig uur was het enige wat we hadden in op zijn minst vier maanden. Ik wist niet of ik dat trok. Uit paniek en wanhopige liefde sloeg ik mijn armen stevig om Harry heen. Ik voelde hem aanspannen, maar vrijwel direct weer ontspannen. Hij sloeg zijn brede armen beschermend om me heen. Ik sloot mijn ogen. Dit moment. Dit gevoel. Dat mocht ik niet vergeten. Misschien was ik daar wel het bangste voor. Bang dat ik zou vergeten hoe ik me bij hem voelde. Ik was bang dat de liefde zou vervagen, alsof het nooit bestaan had. En nog banger om hem te vergeten, was dat hij mij vergat. Het zou makkelijk zijn om mij te vergeten. De drukte, de chaos en alle aandacht… Het zou voor hem makkelijk zijn om niet aan mij te denken. En voor het eerst was ik jaloers op zijn roem. Hij zou afleiding hebben. Hij zou doorgaan. Ik zou verdrinken in de boeken. Ik zou aan hem denken in de avonduren. Ik zou hem missen tijdens het studeren. Het zou voor mij moeilijker zijn om hem te vergeten. En dat besef deed een traan over mijn wang stromen. Ik probeerde het verwoed weg te knipperen. Het was niet eens uit. We maakten het niet uit. We gingen dit volhouden, dat hadden we elkaar beloofd. Een druppel in mijn haren deed me verbaasd opkijken, waardoor ik mijn tranen niet langer kon verbergen. Harry’s ogen waren nat van de tranen. Ik voelde een brok in mijn keel ontstaan. Voor het eerst toonde hij emotie. Een emotie die ik zeer zelden bij Harry had gezien. Ik betwijfelde of ik het verdriet überhaupt eerder bij Harry had gezien. Troostend streek ik de traan weg van zijn wang.
‘Het komt goed, de maanden vliegen voorbij. Je gaat het zo druk hebben. Voor je het weet sta je in Amsterdam je zoveelste concert te geven en dan zal ik er zijn.’ Ik glimlachte waterig. Hij staarde me slechts aan. Behalve een nieuwe traan die over zijn wang stroomde, kwam er geen reactie. Opeens bekroop een onbehaaglijk gevoel me. Maakte hij het uit? Ik liet hem uit een reflectie los en staarde hem aan. Ik wilde schreeuwen. Huilen. Gillen. Maar we stonden op het vliegveld. Mensen staarden al naar ons. Het leek Harry niet te deren, maar ik wilde niet meer aandacht vestigen dan nodig. Als hij het uitmaakte, dan moest dat in stilte gebeuren. Ik zou de wereld achter de douane wel bij elkaar janken. Mijn afstandelijkheid deed Harry’s houding veranderen. Hij pakte mijn middel opnieuw vast en trok me opnieuw tegen zich aan. Ik begreep het niet. Mijn hoofd draaide op volle toeren. Was dit de laatste knuffel? Was dit ons einde? Ik wilde het niet vragen, bang voor het antwoord. Het verklaarde Harry’s stilte. Het verklaarde Harry’s tranen. Hij had de beslissing genomen. Hij had dit al de hele tijd genomen. Hij wilde er niet voor vechten. Hij ging het opgeven, voordat we de situatie überhaupt eerst zouden aankijken.
‘Ga je het uitmaken?’ Het kwam er piepend uit. De tranen en paniek hadden zich meester gemaakt van mijn. Mijn stem sloeg over en trilde aan alle kanten. Ik schaamde me er niet voor. Deze situatie had ik eerder gehad. Het had me gebroken, maar de liefde met Harry was anders geweest. Adam had me gebroken, Harry zou me verwoesten. Ik balde mijn handen tot vuisten, daarbij Harry’s shirt stevig vastpakkend. Ik weigerde los te laten, zelfs toen Harry me stevig bij mijn schouders greep en me van zich afduwde. Ik schudde hem van me af en begon op zijn borst te slaan. ‘Hoe kan je dit doen? Je probeert het niet eens!’ Ik hoorde dat ik mijn stem verhief, terwijl de tranen onherroepelijk over mijn wangen gleden. Hoe kon hij mij dit aandoen?
‘Fé!’ Harry schudde me door elkaar. Ik voelde de rust na enkele seconden terugkeren. Wazig zag ik Harry voor me. Zijn gelaatsuitdrukking was bezorgd en paniekerig, maar nog altijd somber. ‘Fé,’ herhaalde hij. Zijn stem had iets geruststellend. Ik voelde me rustig worden en de chaos afnemen. Hij maande me tot kalmte. Ik liet het toe. Hij wreef mijn wangen droog en drukte een kus op mijn voorhoofd. Vervolgens liet hij zijn voorhoofd tegen de mijne rusten.
‘Ik maak het niet uit met je. Dat kan ik niet. Dat zou ik nooit kunnen. Ik houd van je.’ Zijn stem en zijn woorden bezorgden me opeens tranen. Aan alles klonk een ‘maar’. Er kwam een ‘maar’. Ik was bang voor deze nuancering. Wat ging hij zeggen? ‘Alleen ik wil je ook geen pijn doen. Ik weet dat ik altijd voor je zal blijven vechten. Ik zal het nooit kunnen uitmaken, maar ik weet niet of ik je gelukkig kan maken. Sterker nog, ik weet dat ik je de komende maanden niet gelukkig kan maken.’ Opnieuw nam ik afstand. Ik staarde Harry verbluft aan. Hij staarde koeltjes terug. Zijn houding was verandert. Het verdriet was weg. Hij had het verdreven naar het diepst van zijn hart, ver verborgen uit mijn zicht. Ik wilde niet nadenken over zijn woorden, hoe realistisch ze ook waren. Hij zei de waarheid. Dat wisten we allebei. ‘Daarom wil ik dat je het met mij uitmaakt.’ Zijn mengeling had een koude blik gemengd met iets serieus. Hij meende het. En hij leek niet van gedachte te veranderen. Ik fronste woedend mijn wenkbrauwen en gaf hem opnieuw een klap tegen zijn borstkas.
‘Denk je dat ik je zo makkelijk opgeef, Styles? Want als dat echt is wat je denkt, dan ben je achterlijk. Dan ken je me niet. Dan ben je een klootzak.’ Ik gromde het hem toe, mijn woedde flink onderdrukkend. Hoe kon hij dit van mij vragen?
‘Ik vraag je niet om op te geven. Ik vraag je om me los te laten. Alsjeblieft.’ Een smekende ondertoon ontging me niet. Toch negeerde ik het.
‘En ik zeg nee,’ siste ik hem vastbesloten toe. Zwijgend stonden we tegenover elkaar. Ik had geen idee hoelang we elkaar besluiteloos aanstaarde. Geen van ons beide was bereid om het uit te maken. ‘Als je me geen pijn wil doen, maak jij het toch uit?’ Ik wist dat het een foute redenering was. Hij zou me pijn doen, nu of later. De enige kans dat ik zonder verwondingen dit gevecht ging overleven, was als we deze maanden overleefden. En dat kon alleen als we het probeerden. Ik had hoop. Het pijnlijke was dat er een moment van twijfel door Harry’s ogen gleed na mijn voorstel. Het had slechts enkele secondes geduurd, maar hij had getwijfeld. Het was pijnlijk, aangezien ik nooit zou twijfelen. Harry en ik gingen vechten voor onze liefde. Tenminste, als het aan mij lag.
‘Nee, dat doe ik niet Fé.’
‘Oké, dan kom je nu hier en geef je me een kus.’ Ik beval het hem. En gek genoeg vormde een glimlach op zijn lippen. Een geamuseerde gloed glinsterde in zijn ogen.
‘Slechts één kus?’ Ik was overdonderd door zijn omschakeling. De pijn die in zijn vraag had gelegen, de woede die deze bij mij had opgeleverd en de dubbele gevoelens die er tussen ons inhingen deden me verbaasd opkijken naar zijn lach. Harry zette een stapje in mijn richting. Ik voelde mijn lichaam aanspannen. Deze hectiek kon ik niet ook nog aan. Dat mijn dag bestond uit stemmingswisselingen was één ding, dat Harry binnen tien minuten van gepijnigd naar kil naar lief kon gaan, deed mijn wereld hevig schudden. ‘Wat als ik meer wil?’ Zijn vraag deed me hem onderzoekend bekijken. Ik kon niet vrolijk of grappig doen. Dat waren de laatste twee emoties die nu door mijn lichaam stroomden. Ik voelde van alles. Woede, omdat hij had getwijfeld en wilde dat ik het uitmaakte. Pijn, omdat hij zowel gelijk als getwijfeld had. Frustratie, omdat dit afscheid niet soepel verliep. Bang, omdat hij me zou vergeten. Verdriet, omdat dit ons laatste moment samen was voor de komende vier maanden. In mijn moment van totale verwarring had Harry zich in mijn persoonlijke ruimte weten te begeven. Zijn handen had hij in mijn nek gelegd. Zijn groene ogen staarden me aan, de sprankeling was terug. Een geruststellende glimlach sierde zijn lippen. En hoewel ik hem haatte voor alle gevoelens die hij bij me los maakte, voelde ik de woede, de frustratie, de pijn en het verdriet wegebben. De wereld bestond uit hem en mij. De langslopende mensen deden me niks. De nieuwsgierige blikken zag ik niet. De lange rijen bij de incheckbalies baarden me geen zorgen. Het geroezemoes en het geluid van rollende koffers hoorde ik niet. Het enige wat ik zag was zijn gezicht, zijn groene ogen, zijn zachtroze lippen en zijn strakke kaaklijn. Het enige wat ik voelde was zijn handen in mijn nek. Het liet een branderig gevoel achter. Het maakte een verlangen in me los.
‘Beloof me dat je me niet vergeet.’ Ik staarde terug in zijn geruststellende blik. Mijn ogen ongetwijfeld smekend en wanhopig. Hij glimlachte zelfverzekerd. Haast alsof mijn smekende belofte niks voorstelde.
‘Jou vergeten?’ Zijn prachtige lach volgde. Hij ontblote zijn stralende witte tanden. ‘Nooit,’ vervolgde hij. Het deed de vlinders in mijn buik hevig heen en weer fladderen.
‘Beloofd?’
‘Beloofd.’ Hij drukte zijn lippen stevig op die van mij, haast alsof zijn leven er vanaf hing. Ik sloot mijn ogen en sloeg mijn armen vlug om hem heen. Ik hield hem goed vast, bang dat hij uit mijn armen zou glippen en ik hem zou kwijtraken. Onze laatste kus duurde te kort. Het voelde te kort. Een onzichtbare kracht leek ons uit elkaar te halen. Geen van ons wilde het, maar de tijd riep. Ik had een vlucht te halen. Mijn hand streek voor de laatste keer langs zijn ruwe en grote handen. Ik kneep er nog één keertje in. Hij glimlachte nog een keer geruststellend.
‘Fijne reis.’ Hij drukte een kus op mijn voorhoofd. ‘App me als je geland bent.’ Ik knikte vlug. Als ik kon appte ik hem zelfs terwijl ik in de lucht zat. Als ik kon belde ik hem zodra ik de douane gepasseerd was. Als het een optie was, was ik nooit van hem weggelopen. In plaats van me aan mijn diepste verlangen over te geven, pakte ik mijn koffer op. Vluchtig drukte ik een laatste kusje op zijn lippen. Vervolgens draaide ik me om en baande me een weg naar de incheckbalie. Harry’s blik brandde op mijn rug. Ik was bang voor zijn gezichtsuitdrukking. Eenmaal achteraan de rij keek ik toch om. Harry stond er nog altijd. Een lach sierde zijn gezicht, maar de eenzaamheid voelde ik vanaf hier. De mensenmassa liepen langs hem heen alsof hij niemand was. Hij deed me denken aan een geest. Ik voelde mijn pijn en tegelijkertijd zijn pijn. Vlug maakte ik mijn blik los en focuste me op de personen voor me.
‘Tot over vier maanden,’ prevelde ik zachtjes in mezelf. Een aantrekkingskracht trok me nog één keer terug naar de plek waar Harry en ik hadden gestaan. Hij was verdwenen. En het verscheurde mijn hart. Een onbeschrijfelijke pijn en leegte overviel me. Er was een einde aan onze fysieke tijd gekomen. En hoewel ik dacht dat Harry en ik al die maanden verwikkeld waren geraakt in een gevecht voor onze liefde, waarin we de media, geruchten en verschillende levens moesten overbruggen, besefte ik me nu pas dat dit niet het geval was geweest. De strijd had zijn intrede gemaakt op het moment dat Harry verdwenen was. En we vochten niet samen, we moesten het allebei individueel doen. Het gevecht was pas net begonnen.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen