Tadaa, deel twee vanuit Remus :'D

Veel tijd had Remus niet gekregen om zich te herstellen. Zodra Fenrir de arena had verlaten, was de spreuk weer opgeheven en was hij gedwongen om op te staan. De mensen hadden gejuicht voor de overwinnaar - zij het dan dat ze graag wat meer bloed hadden willen zien - maar voor Remus had het niet als winst gevoeld. Hij voelde zich nu de woede en adrenaline van het gevecht aan het verdwijnen waren vooral erg leeg.
      Op de automatische piloot was hij meegelopen naar de ruimte achter de arena waar hij ook begonnen was. Sirius stond daar al, net zoals een jonge heks met een viesruikend smeersel.
      Toen ze het goedje op de wonden op Remus' borstkas wilde smeren ("tegen ontstekingen en het gaat littekens tegen"), hield Sirius haar tegen. "Dat is niet nodig."
      "Maar-" De blik van Sirius stopte haar protest. Ze keek naar de grond.
      "Remus, kom." Sirius liep weg. Remus wilde blijven staan. Hij was moe, bezweet en zat onder het bloed, van zowel Fenrir als hemzelf. Hij wilde niet worden rond gecommandeerd, maar wilde gewoon even slapen en voorlopig niet meer ontwaken. Maar natuurlijk luisterde hij naar Sirius. Had hij echt een keuze?
      De man had hem terug gestopt in de arena die hij juist ontsnapt was, met uitgerekend de wolf die hem daar al bijna gedood had. Hij moest Sirius daarom wel haten. Het had zijn dood kunnen worden. Het was vernederend. Het was traumatisch.
      Maar hij was Sirius ergens ook dankbaar voor de kans. Hij had Remus de kans op wraak geboden. Was dat niet wat iedereen in deze situatie zou willen? De kans om zich eindelijk te wreken op de aanstichter van alles? Zonder Sirius zou hij nooit die kans hebben gehad. Sirius had zijn nood begrepen en hem gegeven wat hij nodig had.
      Daarom liep hij ook mee met Sirius. Het was een rare gewaarwording dat hij nu gewoon de deur uit kon lopen. Zodra hij een voet op straat zette, was hij niet meer de attractie van de dag, maar gewoon een anoniem iemand. Wel een anoniem iemand die onder het bloed zat. Zijn pas aangetrokken shirt verhulde de wonden, al begon het bloed er nu al doorheen te sijpelen.
      In stilte liepen de mannen naast elkaar. Het was donker geworden, zeker in de kleine straatjes waar zij doorheen liepen. Er hing amper verlichting. Bang was Remus niet. Sirius had zijn stok. Hij was een wolf. Wat voor straatrover zouden ze niet aan kunnen?
      Uiteindelijk was het geen straatrover die ze staande hield, maar een man die zelfs Remus bekend voorkwam. Net toen ze de straat van Sirius' huis in liepen, liep James naar ze toe. Hij leek geïrriteerd, maar vooral vermoeid. Alsof hij eigenlijk boos moest zijn, maar wist dat het toch geen zin zou hebben.
      "Pads, waar was je? We hadden een uur geleden afgespro-" Midden in de zin stopte hij toen zijn blik op Remus viel. Hij deed niet eens moeite om het te laten lijken alsof hij niet naar de bloedvlekken in zijn shirt staarde.
      Remus had veel verwacht. Boosheid op Sirius dat 'dat monster er nog steeds was en los liep'. Afgunst voor hem. Walging. Angst misschien wel. Hij had niet verwacht dat James zich compleet zou afkeren van Sirius en zijn volle aandacht op Remus zou richten.
      "Laat me eens kijken." Het klonk troostend. Remus kon zich al helemaal voorstellen hoe James die toon ook zou gebruiken bij zijn pup als die gevallen zou zijn en zijn knie geschaafd zou hebben. Laat me eens kijken. Zo, kus erop en de pijn is weg. Ga maar weer spelen. Het waren de eerste woorden die James direct tegen hem gesproken had.
      Heel langzaam tilde Remus zijn shirt wat op. Niet alles was zichtbaar, maar het was genoeg. Sirius ontving een vernietigende blik, maar zodra hij weer naar Remus keek, verzachtten zijn ogen. "Dat ziet er niet goed uit," zei hij. Sirius verstrakte naast Remus. James negeerde hem en de stap die Sirius naar voren zette, alsof hij tussen Remus en James in wilde gaan staan.
      James deed niks, behalve aan de kant stappen zodat de mannen konden passeren. Wel liep hij mee en toen Sirius de deur opende, liep hij ook mee naar binnen. Remus pakte hij bij de schouder om hem naar de badkamer te voeren. "Regel jij te eten, Pads?" vroeg hij Sirius. "Dan regel ik dit."
      Heel even dacht Remus dat Sirius mee zou lopen, maar hij deed het niet. Daardoor eindigden Remus en James met z'n tweeën in de badkamer. Remus' shirt moest uit van James. Met een natte doek veegde James voorzichtig het bloed weg. Het prikte.
      "Hij was niet altijd zo," zei James na een stilte die eindeloos aanvoelde. "Hij is nu zo anders dan de jongeman die mijn beste vriend geworden is. Iedereen die naar hem keek, werd vrolijk. Hij had zijn buien natuurlijk, maar hij was loyaal. Er was altijd met hem te lachen en als er iemand niet tegen onrecht kon, dan was hij het wel. Hij was..." Zijn stem aarzelde even. "Hij was een goed mens. Hij was praktisch mijn broer. Maar... de oorlog heeft hem veranderd. Hij is zoveel killer geworden. Ik ken hem al zolang en..."
      Hij viel weer even stil. Remus zag het verdriet in zijn ogen. Hij stak zijn hand uit en legde die troostend op James' schouder. Hij gaf om Sirius, zoveel was wel duidelijk. Hij gaf om de jongen die hij ooit geweest was.
      "En zelfs ik herken hem nog amper." Zijn stem was niet meer dan een fluistering. De brok in zijn keel was duidelijk hoorbaar.
      Toen leek hij zichzelf bij elkaar te pakken. Hij concentreerde zich erg op het schoonmaken van de wonden en het verdriet verdween uit zijn ogen. Remus betwijfelde of het ook echt weg was. Waarschijnlijk had James een erg goed masker gekregen.
      "Heeft Sirius dit gedaan?"
      Remus schudde zijn hoofd. "Nee." Technisch gezien niet in elk geval. Het was wel Sirius' schuld dat Remus in de arena gestaan had, maar Fenrir had de daadwerkelijke klappen uitgedeeld.
      "Doet Sirius je pijn?"
      Het antwoord was beide mannen al duidelijk voor de vraag gesteld was. Remus zweeg.

Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    Arme Remus..:(

    1 jaar geleden
    • Necessity

      Ja hij is zielig:(sorry Remus!
      Bedankt voor je reactie!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen