Foto bij 33.

Aangekomen bij de ingang gingen er enkele verkenners op onderzoek uit, het zag er allemaal wat verlaten uit. Misschien waren de geruchten over de Orks die Moria hadden ingenomen dan toch niet waar? Terwijl de verkenners verschillende doorgangen aan het onderzoeken waren overliepen Thror, Thrain en Thorin nog een laatste keer de aanvalsmethode mochten er toch nog wat orks aanwezig zijn. Net toen twee verkenners terugkwamen met het nieuws dat ze geen teken van leven konden bespeuren begon de grond te trillen. Er weerklonk luid gebrul over de velden en het voelde alsof honderden olifanten kwamen aangelopen. Nog voor de dwergen het goed en wel beseften kwamen door verschillende uitwegen uit de bergen orks het veld op gestormd. ‘In de aanval!’ schreeuwde Thrain dan ook. ‘Vecht! Vecht voor jullie thuis! Voor Durin!’ riep ook Thror voor ook zij in de aanval schoten. Thorin zelf had geen tijd meer om logisch na te denken of de situatie ook maar even in zich op te nemen. De orks bereikten hem zo snel dat hij wild met zijn zwaard in het rond begon te zwaaien. Even leek het alsof dit gevecht niet lang zou gaan duren. De dwergen waren in een recordtijd omsingeld. Iedereen leek te vechten voor zijn leven. Net op het moment dat Thorin hoop zag veranderen in wanhoop werd de situatie nog slechter. Vanuit de verte zag de prins een grootte witte ork aankomen lopen met een soort gigantische bijl in de hand. In de zijn furie sloeg hij met 1 simpele slag alles en iedereen die voor zijn voeten liep uit de weg. Ook Thrain had de bleke ork al opgemerkt en kwam naar zijn zoon toegelopen. Net op het moment dat beide dwergen hun moed samengeraapt hadden en de ork te lijf wouden gaan zagen ze Thror al in gevecht met hem. Hoewel het en ongelooflijk dappere daad was zag Thorin dit al helemaal verkeerd gaan. ‘Ik roei jou en je hele lijn uit!’ Schreeuwde de ork ‘Deze bergen zijn van mij, Moria is mijn koninkrijk. Ik verf de muren met jouw bloed en dat van jouw leger erbij!’ riep hij terwijl Thror alle moeite had om zijn slagen af te weren. Net toen Thorin en Thrain bijna te hulp konden schieten raakte Thror zijn zwaard kwijt. Zonder enige genade of twijfel hakte de ork dan ook op hem in en verwijderde hierbij zijn hoofd van zijn lichaam. ‘Ik ben Azog en de lijn van Durin zal hier eindigen, niemand komt in Moria zolang ik er regeer!’ riep hij alvorens hij Thror’s hoofd net in de richting van Thorin en Thrain gooide. ‘Nee!’ Schreeuwde Throrin dan ook uit en wou in de aanval gaan, maar zijn vader hield hem tegen. ‘Nee Thorin! Blijf hier!’ riep hij maar Thorin schudde wild zijn hoofd ‘Ik wil met u vechten vader!’ riep hij maar Thrain duwde hem terug ‘Hij mag dan wel de lijn van Durin willen eindigen, hij zal mijn enig overgebleven zoon niet krijgen! Blijf hier!’ zei Thrain dan streng waarna hij met een aantal goede vechters de aanval inzette op Azog. Deze bleef genadeloos in het rond slaan. Thorin zelf had zijn rug gekeerd en was veder op de strijd aangegaan. Hij kan het niet meer aanzien hoe zijn volk verslagen werd. Had hij toch naar Terwyn moeten luisteren? Had hij dit kunnen voorkomen door zijn gedachten uit te spreken, of zou men toch maar met hem gelachen hebben? Hij had zoveel vragen in zijn hoofd dat hij af en toe de concentratie verloor en orks zo kansen bood om hem te raken. Een diepe wonde in zijn arm zorgde ervoor dat zijn slagen al iets minder hard werden, een steen tegen zijn helm zorgde ervoor dat deze van zijn hoofd viel, maar tijd om hem op te rapen had hij niet. In een waas van razernij vocht hij steeds verder en verder. Tot hij op de rand van een afgrond kwam te staan en enkel luid gebrul voor zich hoorde. Dit kon maar één iets betekenen, Azog was nog in leven. Tevergeefs keek Thorin rond op zoek naar zijn vader of de dwergen die met hem de strijd aangingen, maar van hen was geen spoor. Tegen die tijd had Azog Thorin al in de gaten en sloeg Thorin’s schild weg met zijn bijl. Thorin die even van slag was probeerde zijn zwaard te heffen maar ook deze werd weggeslagen waardoor Thorin van de afgrond rolde. Azog was uiteraard nog niet tevreden en ging door. Slag na slag wist Thorin te ontkomen. Hij greep een eikentak om zich wat af te weren tot hij waar bij zijn zwaard kwam. Hij voelde zijn hart kloppen in zijn keel. Hij handen waren klam en hij kreeg amper lucht binnen doordat zijn longen zo’n zeer deden van de klappen die hij al ving in het gevecht. Toch zette hij door, hief zijn zwaard en raakte hierbij de bleke ork’s arm die er tot Thorin’s grote verbazing ook volledig af viel met wapen en al. Thorin keek toe hoe Azog een aantal stappen terugnam en het stompje van zijn arm fijnkneep met zijn andere hand. Luid gebrul weerklonk. Net toen Thorin besefte dat hij mogelijk nog een slag zou moeten uitdelen kwamen er al van alle kanten orks op hem en Azog afgestormd. De orks sleurden hun leider terug de grot in terwijl een ander deel de aanval inzette op Thorin. Zonder dat hij nog verder kon nadenken over wat er zonet allemaal gebeurde sloeg hij verwildert wat orks neer. Hier en daar waren alweer gaten in het leger van de orks waardoor Thorin opeens zag hoe bepaalde dwergen hun kans grepen om het gevecht achter zich te laten en te vluchten. Met nog een laatste slag haalde Thorin een ork neer en rende hierna terug de heuvel op tot hij een beter overzicht had over wat er nog van zijn leger overbleef. Mogelijks had hij zich op dat moment beter teruggetrokken maar de woede die door hem heen raasde was zo groot dat hij besloot de dwergen opnieuw aan te moedigen om deze strijd tot een einde te brengen. “Baruk Khazâd!” schreeuwde hij dan ook 2 of zelfs 3 keer waarbij alle dwergen dan ook hun moed samenraapten en naar hun prins kwamen gelopen, zelfs een aantal dwergen die het gevecht de rug leken toe te keren keerden terug. “Du Bekar!’ schreeuwde men over het veld tot men terug 1 linie vormde en zo een nieuwe aanval inzette tegen de orks. Deze keer met Thorin voorop.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen