Foto bij Hoofdstuk 14

Mijn pauze was te lang. Iedereen is weg:(

      De reis door de ijskoude bergen verliep stilletjes. De twee reizigers kregen het voor elkaar om Thórirs vragenstorm te ontwijken en zaten momenteel samen met de elf onder een wollen dekentje en drie lagen schapenvacht, huiverend tegen de kou.
      "G-gelukkig zijn er geen m-monsters tijdens een sneeuwstorm." Thórir stak zijn hoofd boven het dekentje uit om tegen de andere twee te praten, maar merkte al snel dat dat een slecht idee was. Net voordat zijn lippen blauw kleurden, dook hij weer onder de zachte vacht, waarna hij besloot om maar door de wol heen te praten, "Verdomde sneeuw."
      "G-Goden, is het altijd zo k-koud?", vroeg Zolin vanuit een ambigue plek onder de vacht. Hij had ervoor gekozen om maar volledig onder de deken te zitten, aangezien hij de kou echt niet trok. Aileen en Thórir volgden zijn voorbeeld en trokken de deken nu ook helemaal over hun hoofden, waardoor de drie in een soort wollen tentje belandden. Thórir blies warme lucht door zijn handen en huiverde nogmaals, waarna hij tevergeefs knikte, "Het stormt altijd in dit gedeelte van Albandor. Als we eenmaal erdoorheen zijn, wordt het weer wat milder."

      "Dank je, Farhad, voor de reis," zei Aileen terwijl de twee hun spullen uitlaadden, "Zonder jou waren we niet zo ver gekomen."
      "Ach, het was me een genoegen!" De Caeruulse man lachtte en keerde zich tot Thórir, waarna hij een bundeltje richting hem gooide, "Je betaling, jongen. Ik hoop dat je volgend seizoen weer met ons meereist. Ik zou geen andere lijfwacht willen hebben."
      "Ik zie toch ook geen andere geweldige huurling rondlopen?" De elf ontving grijnzend zijn zakje goudstukken en jongleerde er nonchalant mee, maar na de derde worp veranderde zijn houding opeens. Hij liet het zakje voorzichtig in zijn tas vallen en sloeg verlegen zijn ogen neer, "Ik bedoel… bedankt, Farhad."
      "Nee, jij bedankt. Misschien moet je kijken of je buiten ons reisschema een baan als premiejager kunt nemen. Je bent een getalenteerde jager en Alben betalen veel voor een goede opdrachtnemer." De handelaar gaf hem een knipoog. Thórir haalde enkel zijn schouders op en zuchtte, "Ik denk niet dat ik veel geld zou verdienen als ik mezelf af moet schieten."
      "Verschillende opdrachtgevers hebben verschillende interesses… Ik wil gewoon niet dat jouw talent verloren gaat." Farhad glimlachte en floot naar de rest van zijn karavaan, waarna de voorste karren al begonnen te rijden. Met een luide gaap sprong hij op zijn eigen voertuig en zwaaide hij naar de drie, "Maar goed! Tot ooit dan maar weer!"
      "Kvaddi!" Thórir zwaaide nog laks terug.
      Zodra de karren in de mist waren verdwenen, draaide hij met een zucht naar de twee avonturiers en hield hij zijn armen open, "Geef hier die spullen. Mijn huis is aan het einde van dit paadje."
De drie sjouwden de bagage samen richting een houten huisje naast een weiland vol vee. Thórir opende de deur met zijn sleutel en duwde hem open, waarna hij de spullen in een hoekje dumpte en verder naar achteren liep, "Mothir!"
      Zolin en Aileen bleven een beetje ongemakkelijk in de deuropening staan terwijl Thórir in het Viridin naar de bovenverdieping riep.
      "Thórir!" Plotseling kwam er een klein opdondertje tussen hen in gerend, welke direct op haar grote broer afstormde en zich aan zijn been vastklampte. Met een lach tilde Thórir haar op en deed hij alsof ze vloog, "Kari!"
      In zijn stem was enkel liefkozing te horen en de twee avonturiers moesten daar wel om glimlachen. Toen Thórirs moeder naar beneden kwam en haar zoon over zijn bol aaide en omhelsde, konden de twee niet anders dan met een warm gevoel toekijken hoe de familie herenigd werd. Trots leegde de jongen zijn zakje goud- en zilverstukken op tafel en zijn moeder leek hem enthousiast complimenten te geven.
      "Oh, ja," begon hij terug in het Lidroons, waardoor zijn moeder vreemd opkeek, "Dat zijn Zolin en Aileen. Mogen ze een nachtje blijven slapen?"
      Thórir vulde zijn verzoek nog in het Viridin aan met woorden zoals 'Cilvenas', 'rothin' en 'myrkzil'. De twee vrienden trokken voornamelijk een grimas door de laatste twee woorden. Zijn moeder moest daardoor ook even nadenken over de vraag. Ze liep naar de twee toe en bestudeerde ze aandachtig, maar toen haar ogen op Zolins tatoeages vielen, knipperde ze verbaasd met haar ogen, "Lang geleden dat ik een priester met giften heb gezien. Ken je rituelen?"
      "Enkel Cilvense," zei Zolin voorzichtig, "Ik heb ook nog niet al mijn gaven."
      "Er is een Viridense kerk in Lyzov. Ik denk dat ze wel een gezegende leerling aannemen. Cilvens of niet. Thórir!" Ze wachtte totdat haar zoon naast haar kwam staan, waarna ze hem een tik verkocht en fronste, "Je noemt een priester van Aiyana geen 'myrkzil'! Bied je excuses aan! En neem hem mee naar buiten, laat hem een Viridense boerderij zien."
      "Ja, mothir. Sorry, Zolin. Uh, volg mij!" Met een rood hoofd glipte hij snel naar buiten, waarna hij richting het weiland holde.
      "Vergeef hem maar niet te snel." Met een glimlach keek zijn moeder hem na, waarna ze zuchtte en richting de keuken liep om een ketel op te warmen, "Hij is door zijn vader als Viridense aristocratie opgevoed. Dat betekent hier alleen niets. Maar hij werkt eerlijk, dus wees ook niet te hard met hem. Goed, ik houd jullie op. Zolin, vergeet niet te zeggen dat Thórir de schapen binnen moet halen. Aileen, wil je me helpen met het eten?"
      "Uiteraard!", antwoordde ze direct, waarna ze naar Zolin keek, "Kun je het alleen af?"
      "Oh, ja!", zei hij glimlachend. Zijn humeur was weer wat opgeknapt door de erkenning die hij ontving en de mogelijkheid om meer over de Viriden te leren. De twee legden daarom snel hun spullen in dezelfde hoek als Thórir. Aileen snelde naar het keukenblok en Zolin liep naar buiten, waar de andere elf al bij een hek stond te wachten.

      "Ugh, wel." Thórir schraapte zijn keel en opende een van de vele hekken richting het weiland, waarna hij achter zich gebaarde, "Koeien. We hebben er vijf en één stier. Dan verderop hebben we nog een stuk of tien kippen."
      Hoewel Thórir niet erg uitgebreid was met zijn tour en snel doorstapte, volgde Zolin hem toch aandachtig over het houtsnipperpad dat rond de boerderij liep. De lucht hier was fris en rook naar dennen, in tegenstelling tot de droge lucht in Caerulon. Het geknars van de stukjes hout onder hun voeten voelde erg aards aan. Het was rustgevend, en Zolin leek het hier een stuk fijner te vinden dan in de woestijn.
      "Ah… De schapen zijn nog niet binnen," mompelde Thórir, waarop Zolin knikte, "Ja, je moeder zei dat je ze binnen moest halen."
      "Ugh. Prima." Thórir trok een grimas en ging rechtop staan. Hij haalde diep adem en floot een melodietje. Het had willekeurige tonen, zowel hoog als laag, en de lengtes per noot verschilden ook. Ondanks de improvisatie, klonk het wel goed en het was daarom ook raar dat Thórir aan het einde van zijn liedje erg chagrijnig keek.
      "Wat is er?", vroeg Zolin oprecht, "Komen ze niet?"
      "Hé, doe jij het anders!", riep Thórir opeens, zijn wangen roodgloeiend, "Ik ga niet zingen! Dan sta ik voor schut."
      "Doe wat? Zingen?" Zolin liet met een grijns zijn muziekgave oplichten, "Met zingen kan ik wel helpen!"
      "Ja, maar jij kent geen Viridense-" Thórir stopte zichzelf, "Oke, fijn. Doe mij na. Ik ga het niet twee keer voordoen."
      Opnieuw opende hij zijn mond om diep adem te halen, maar in plaats van te fluiten, zong hij dezelfde noten dit keer. Ze klonken alleen erg schor en hij haalde ze niet allemaal, waardoor hij met een roder hoofd gromde en abrupt stopte, "Oké. Doe dat, maar dan zuiver."
      "Dus…" Zolin opende ook zijn mond en volgde het voorbeeld. Thórir schrok van de krachtige openingsnoot die door zijn lichaam galmde, daar Zolin door zijn gave met zijn stem gedachten kon kalmeren. De noten klonken dit keer helder en scherp, en voornamelijk helend. Zodra hij de laatste toon liet horen, klonken er bellen in de verte en kwam de kudde schapen eraan gehold.
      "Goden, dat..." Thórir stond met een mond vol tanden en vergat bijna het hek dicht te doen nadat het laatste schaap langs hem holde. Snel deed hij de poort op slot en draaide zich naar zijn rasgenoot, "Dat kwam wel heel natuurlijk naar buiten. Kom je uit een familie van veehouders of zo?"
      "Priesters, zover ik weet." Zolin haalde zijn schouders op, "Maar ik weet ook niet precies waar mijn moeder vandaan kwam."
      "Je hebt niet het uiterlijk van een priester…" Thórir beet op zijn lip, "Niet beledigend bedoeld, maar je kleuring duidt wel op de, uh, fysieke werkers. Boeren en dergelijke. Dus als je vader priester was, kwam je moeder vast van het platteland. Of waarschijnlijker, de vlakte, als jaagster of herder. Ik bedoel, je bent sowieso al een jager aan je vaders kant. Twee jagers creëren dan jou?"
      "Pff, dat betwijfel ik…" Onzeker wreef Zolin met zijn linkerhand over de pijlkoker aan zijn heup. Thórir merkte de handeling op en liet zijn ogen vallen op Zolins boog. Na een poosje stak hij zijn hand uit, "Geef eens?"
      "Is er iets mis mee?" Verward trok Zolin de boog van zijn rug en gaf hij het aan de andere elf. Thórir draaide er wat mee rond en trok experimenteel aan de pees, waarna hij zijn schouders ophaalde, "Naast het vreselijke Caeruulse design? Niet zover ik kan zien. Ik merkte dat je moeite had met het richten en aanspannen, dus ik dacht dat er iets mis was met het gewicht of de constructie, maar je zou deze perfect moeten kunnen gebruiken."
      "Dan ben ik misschien gewoon slecht." Zolin lachte uit zelfverachting, waardoor Thórir in zichzelf fronste. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes en keek toe hoe Zolin met zijn linkerhand de boog terug op zijn rug probeerde te krijgen. Opeens schudde hij met zijn hoofd, "Nee, je bent niet slecht. Je bent linkshandig. Waarom schiet je met rechts?"
      "Uh." Zolin graaide verward naar de boog op zijn rug, waarna hij hem in zijn linkerhand hield en opnieuw liet zien hoe hij zou schieten. Thórir trok boos de boog uit zijn ene hand en schoof hem in de andere, waarna hij fronste, "Nee. Probeer het nogmaals. Schiet op die hooibaal."
      "Juist…" Aarzelend trok Zolin een pijl tevoorschijn, ditmaal met links, en spande hem aan de boog. Na een korte zucht liet hij de pees los, waarna de pijl exact het midden van het doel penetreerde. Thórir sprong snel over het hek en rende naar de hooibaal om te voorkomen dat de koeien de pijl als eten zagen, waarna hij het houten ding terug aan Zolin gaf en pufte, "Zie je? Je techniek is prima. Je bent gewoon stom."
      "Aileen gaat me echt in elkaar slaan als ze dit hoort," mompelde Zolin ongemakkelijk, waardoor Thórir zijn mond open liet vallen en hem een halfhartige klap verkocht, "Je hebt geluk dat ik het nog niet voor haar doe! Je hebt decennia aan heldhaftig jachttalent van de Falkings aan je voorbij laten gaan door een hele simpele en domme fout! Je moet je te pletter schamen!"
      "Sorry! Ik ben niet heel slim?!"
      "Niet heel slim?!" Thórir leunde lachend over het hek totdat hij hard moest hoesten door de koude lucht. Wanhopig snakte hij naar adem, om vervolgens te glimlachen zodra hij gekalmeerd was, "Maar hirtha, zoals ik al zei, het zit in je bloed. Stel dat je ergens een plek zoekt om te verblijven, denk ik dat mam best veel aan je zou hebben op de boerderij. Je hebt de kerk in de buurt, en je bent tussen andere Viriden. Overweeg het eens, zou ik zeggen."
      "Oh, wauw." Zolin dacht er wel even over na. Het was fijn dat hij ergens terecht kon, maar de keuze was voor nu alvast gemaakt, "Wellicht na dit alles. Voor nu ben ik eerst met Aileen op pad."
      "Uiteraard." Thórir knikte begrijpend, "Maar ik hou de optie dus open voor je."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen