Foto bij H.121.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
En dan kan ik alleen maar wachten totdat ik voor een allerlaatste keer in slaap val naast degene voor wie ik bereid ben te verdwijnen. We zijn allemaal niets meer dan kinderen die te snel zijn opgegroeid.

Ik word redelijk vroeg wakker, met zorgen die door mijn lijf dwalen alsof dat het enige is wat ik nog kan doen. Nog heel lang blijf ik gewoon liggen, zo dicht mogelijk tegen Evan aan. Ik slik de tranen weg wanneer het feit dat ik vandaag echt weg zal gaan bij me inbeukt.
Na een paar uur wordt Evan naast mij langzaamaan wakker. Alsof hij onbewust al weet waar ik ben, draait hij zich naar me toe nog voordat hij zijn ogen geopend heeft. Dan wordt hij pas echt wakker en zijn bruine ogen zijn slaperig, maar warm.
'Goedemorgen,' zegt hij met een glimlach en zijn stem is hees van het slapen.
Mijn keel zit bijna te erg dichtgeknepen om te antwoorden, maar uiteindelijk weet ik er toch een begroeting uit te persen. Hij is te moe om de tranen in mijn ogen op te merken en steekt een hand naar me uit. Zijn vingertoppen strijken even zachtjes over de kraag van een van zijn shirts die ik aangetrokken heb toen ik midden in de nacht wakker werd en het koud had en daarna glijd zijn hand omhoog naar mijn wang.
'Gaat het?' vraagt hij zacht. Blijkbaar is hij toch niet zo slaperig als dat ik in eerste instantie had gedacht, maar ik heb het geluk dat de dag dat ik hem zonder dat hij daar weet van heeft zal verlaten, ook de dag is dat mijn moeder veroordeeld zal worden. Waarschijnlijk denkt hij dat ik daardoor van slag ben.
Ik leg mijn hand zachtjes op zijn warme onderarm. 'Jawel. Het is gewoon vreemd.'
Blijkbaar kom ik daar mee weg, want hij knikt en laat zijn arm voorzichtig om mijn middel glijden en heel zorgvuldig trekt hij me naar zich toe. Ik vouw mijn armen om hem heen en begraaf mijn gezicht in zijn hals, wetend dat dit de laatste keer is dat ik dat kan doen.
Evan is verliefd geworden op mij, iemand die vanaf welke kant je het ook bekijkt beschadigd is. En al die tijd heeft hij iets van mijn pijn meegedragen, van mijn verleden en mijn schuldgevoel. Hij was sterk en geduldig waar ik dat niet kon zijn. Hij kon het bloeden stoppen en de littekens minder pijn laten doen. Maar nu ga ik weg en zal ik het allemaal alleen moeten doen. En ik weet niet of ik dat kan. Ik weet niet of ik zo sterk ben. Ik weet niet of er überhaupt wel iemand op de gehele planeet bestaat die deze pijn kan overleven.
Maar er zit een oorlog achter me aan. En hij zal het eerste slachtoffer zijn. Dus er is geen enkele kans dat dit een oorlog is die ik naar hém toe ga brengen.
En hoewel ik me had voorgehouden dat ik hem veel liever een laatste keer zou kussen dan dat ik een laatste keer als een wanhopig stukje hopeloosheid in zijn armen zou uithuilen, kan ik de snik die als een elektrische schok door me heen dreigt te razen niet tegenhouden. Hij slaat zijn armen iets strakker om me heen en ik duw me tegen hem aan alsof hij de enige is die mijn pijn kan stoppen, wat op een hele verschrikkelijke manier nog waar is ook.
'Het is oké. Ik blijf bij je,' fluistert hij geruststellend, maar dat zorgt er alleen maar voor dat ik nog harder begin te huilen want, nee, hij gaat inderdaad niet weg. Maar ik wel.
Zelfs lang nadat ik mezelf weer onder controle heb, blijft hij me op dezelfde manier dicht tegen zich aan houden.
Wanneer het gebroken schokken van mijn schouders opgehouden is, buigt Evan naar achteren zodat hij me aan kan kijken en pakt mijn hoofd in zijn handen. Teder kust hij de laatste tranen weg en legt dan zijn voorhoofd tegen de mijne aan.
‘Het komt allemaal goed. Ik beloof het je.’
Hij moest eens weten. Vanmiddag ben ik weg. In mijn dromen zal ik altijd mijn weg terug naar hem vinden, maar in werkelijkheid zal ik vanmiddag zonder aankondiging weggaan. Maar ik weet dat hij dat wel overleeft. Er is een duidelijk verschil tussen Evan en mij. Als Evan breekt, raapt hij de stukken bij elkaar en maakt er iets prachtigs van. Ik, integendeel, plak alles paniekerig met wat plakband bij elkaar en wacht angstvallig tot het weer uit elkaar valt. En vervolgens geef ik er iets anders de schuld van.
Nadat we nog heel lang zwijgend in bed hebben gelegen, besluit ik me aan te kleden. Ondanks dat ik bijna zeker weet dat hij niet stiekem zal kijken, ga ik ergens beschut van zijn eventuele blik staan en trek iets aan wat formeel genoeg is voor in de rechtszaak, maar me niet het gevoel geeft dat ik stik.
Ik loop alweer naar beneden wanneer Evan zich om gaat kleden. In de woonkamer staat James met een onderzoekende blik. James kijkt altijd of serieus, of speels, misschien wel iets treiterend. En nu is hij bloedserieus. De manier waarop hij naar me kijkt alleen al vertelt me dat hij weet hoeveel pijn ik nu wel niet moet voelen. Voorzichtig loopt hij naar me toe. Zachtjes zegt hij: 'Alles is geregeld. Na de rechtszaak kunnen we meteen weg. Weet je... weet je zeker dat je hiermee door kunt gaan?
Het is een vraag, maar ik weet dat, als het antwoord nee zou zijn, dat niks zou veranderen. Het is nu al te laat. We kunnen niet meer terug. Dus ik knik en hij schenkt me een droevig glimlachje.
Dan komt Evan naar beneden en terwijl hij ontbijt begint te maken, probeer ik zo min mogelijk te kijken alsof ik iets geheim houd.
Ik hoef maar één blik op hem te werken om genoeg motivatie te krijgen om naar boven te lopen. Daar zoek ik een van de shirts die hij gedragen heeft en met de mededeling dat ik even iets in de auto moet leggen, stop ik die in de weekendtas achterin James' auto, waarin we subtiel alle spullen gestopt hebben die we echt niet kunnen missen. En ik weet dat ik het niet overleef zonder dat ik een klein stukje Evan met me mee kan nemen.
We ontbijten met zijn drieën, in stilte. De eerste keer dat iemand weer iets zegt, is wanneer ik een blik op de klok geworpen heb en weet dat we bijna kunnen gaan.
'Op weg naar de rechtszaal,' begin ik en zodra ik voel dat Evan en James naar me kijken, wend ik mijn blik af,' kunnen we dan even een stop maken bij... bij mijn moeders huis? Ik wil nog even iets ophalen.'
Ik weet nooit precies hoe ik het moet noemen. Mijn huis? Mijn moeders huis? Het huis waarin Ammay is vermoord door haar eigen moeder zonder dat ik haar kon beschermen? De mogelijkheden zijn oneindig.
Het duurt langer dan ik hebben kan voordat er iemand antwoord. Uiteindelijk is het Evan die zegt: 'Oké, is goed. Dan moeten we zo al vertrekken.'
Niemand vraagt wat ik daar precies wil doen. Ik vraag het mezelf ook nog steeds af.
Ik knik bevestigend en zonder nog iets te zeggen loop ik naar boven toe, voor een allerlaatste keer. Ik loop de slaapkamer binnen, voor een allerlaatste keer. Voor een allerlaatste keer ga ik op het bed zitten en ik haal uit mijn jaszak een briefje. Mijn laatste woorden aan Evan.
Jij kan het niet begrijpen en ik kan het niet uitleggen.
Ga niet naar me op zoek.
Het spijt me.
Vertrouw me.
Ik hou van je.
-Gioa

Er zijn nog duizend andere dingen die ik hem zou willen vertellen, maar voor deze ene keer - deze laatste keer - is het me niet gegund dat het meer dan dit kan zijn.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven. Prettige feesten.

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Doe niet zo stom!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Je moet niet weg gaan Gioa dat is echt gewoon puur dom! Nee. NEE! Ik sta dit niet toe! NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE!!!!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here