Foto bij H42 - 14 sept.

Hallo lieve lezertjes, zoals jullie al wel gemerkt hebben, loopt het verhaal wat vertraging op, waarvoor mijn excuses. MAAR! Eén van mijn goede voornemens is om dit verhaal te voltooien, dus heb ik besloten om elke week minstens 1 hoofdstuk te activeren. In ieder geval is hier al het eerste hoofdstuk van het nieuwe jaar. Veel leesplezier!

(Ps: bedankt _Wanheda_ voor de lieve reacties en voor de nieuwe motivatie! Hopelijk zal dit verhaal jou blijven interesseren.(H))

Ik zoek dan nog wat verder en kom nog een interessant boek tegen voor ook maar 20 pond: 'Demonen en geesten van over de hele wereld' Ik bestel deze ook. Ik krijg meteen een bevestiging dat ik ze morgen al kan komen ophalen. Ik sluit mijn computer en zucht dan. Wat kan ik nu nog doen. Ik pak dan maar mijn Wiskunde en maak oefeningen opnieuw.

Alaïs Spiorad pov.

Ik ben al de hele tijd Henry en Edward aan het ontwijken. Edward omdat… ik het hem nog niet vergeven heb, mijn arm ziet nog steeds paars. En Henry, omdat hij mij liet stikken in het zwembad. Ik stap door de gangen, op weg naar mijn 4 de les, als er plots tegen mijn rug wordt geduwd. Ik draai me meteen om en zie een meisje staan. “Ik heb gehoord dat je Henry hebt uitgescholden?”, zegt ze en ik kijk haar vragend aan. “Oh, ja. Zo’n dom wicht weet niet wie ik ben: ik ben Mary, zijn ex.”, zegt ze en ik zie dan hoe ze haar hand tot een vuist maakt. Voor haar vuist mijn gezicht raakt, pak ik haar vuist vast met mijn hand. Ik knijp er dan in en draai haar vuist, zodat ze gedwongen wordt om op haar knieën te gaan zitten. “Ik neem aan dat je juist tegen jezelf sprak en dat jij de domme meid hier bent”, zeg ik gefrustreerd en laat haar vuist los. Ik draai me dan om en ik glimlach in mezelf. Dan bedenk ik me dat het alleen maar de ex van Henry was. Wat als het de hele klas is? En dan weet ik dat ik een grote fout heb gemaakt. Door afstand te nemen van Henry, zien de pesters hun kans weer om mij te pesten. Ik moet weer met hem omgaan.

Ik stap de klas in en zie Henry alleen aan een bankje tegen het raam zitten. Ik stap naar hem toe en stop vlak voor hem. Hij kijkt me enkel gevoelloos aan. “Het spijt me dat ik zo tegen je schreeuwde”, zeg ik en hij staat dan recht. “Het is al goed. Je had gelijk, ik ben een egoïst en ik beloof je dat dat zal veranderen”, zegt hij en ik voel dan een drang voor zijn warmte. Ik geef hem dan een knuffel en druk me tegen zich aan. Ik voel hoe hij even verstijft, maar dan ontspant hij zich en slaagt zijn armen om me heen. We laten elkaar dan los en gaan zitten. “Wat dacht je om de 18de met mij naar de kermis te gaan?” vraagt hij en ik knik dan: “Is goed.” “Dan kom ik je rond 7 p.m. halen bij je thuis en dan kunnen we samen gaan”, zegt hij en ik knik dan. Hij toont mij dan zijn handpalm en zegt: “Schrijf je adres hier maar even op.” Ik pak dan mijn balpen en schrijf het op zijn handpalm. “Bedankt, schat”, zegt hij en geeft een kus op mijn wang, terwijl ik mijn balpen opberg. “Meneer McGowan, de les is al begonnen. Dat geldt ook voor jou Alaïs Spiorad”, zegt de leerkracht zuchtend. Ik heb het gevoeld dat de leerkrachten geen tortelduifjes in hun klas willen hebben.

Het is avond en ik ga de boeken, die ik besteld had, halen. “Mam, ik kom binnen 10 minuutjes terug!” roep ik door het huis, in de hoop dat de zin haar bereikt, waar ze ook uithangt. Ik sluit de deur en ga dan te voet naar de boekenwinkel. Het was maar 5 minuutjes stappen.

Als ik er ben, doe ik de deur open en er gaat een belletje. Het is een klein winkeltje dat 5 op 5 meter groot is. Het staat gevuld met boeken van allerlei formaten. De meeste boeken zijn onder het stof en de spinnenwebben hangen her en der. Ik stap verder over de krakende planken in het winkeltje. Er was slechts één lichtpeertje die gelig licht afgaf. Een zwarte hond komt naar me toe gehinkeld en ik kniel neer. Ik leg mijn hand op zijn hoofdje en hij gaat dan op de planken liggen. Zijn staart kwispelt opgetogen heen en weer en zijn tong hangt uit zijn bek. Als ik beter kijk zie ik dat één oog volledig wit is. Halfblind. “Goede avond, kan ik u helpen?”, vraagt een oude, rasperige stem en ik sta dan recht. Een oude man met veel rimpels en kort, wit haar is achter de toonbank verschenen. Hij is mager en draagt oude kleren, enkel zijn blauwe ogen stralen nog iets levendigs uit. Ik stap dan naar hem toe en zeg: “Ik had 3 boeken besteld.” “Oh, ja. Ik heb ze hier liggen”, zegt hij traag en bukt zich dan langzaam. Hij legt dan een stapeltje boeken op de toonbank en ik kijk er dan naar: ze zagen er gloednieuw uit. “Bedankt, hier is de 50 pond”, zeg ik beleefd en hij neemt ze dankbaar aan. “U bent hier altijd welkom”, zegt hij nog en glimlacht met zijn rimpelige mond en verdwijnt weer in het magazijn achteraan het winkeltje. Ik pak de boeken van de toonbank en doe ze in een zak. Ik slaag de rugzak weer over mijn schouder en verlaat dan de winkel.

Als ik buiten sta, stap ik over het zandwegje als ik plots gekraak schuin achter me hoor. Ik kijk naar links, naar de rand van het bos, en trek dan een scheve glimlach. “Ik heb je rode ogen al gezien, ik heb je stank al geroken en je maakt zoveel lawaai dat je die tot 2 km ver kan horen.”, zeg ik en draai me dan om en er komt een gedaante uit het bos en het strekt zich in volle lengte, zodat hij wel 2 meter lijkt. Ik voel dan in mijn achterzak en pak het handvat van mijn Athame al vast.

Reacties (2)

  • ellenlemon

    Deze week beginndn lezen. Super verhaal, schrijf verder!!

    1 jaar geleden
  • Allmilla

    Ik heb je rode ogen al gezien, ik heb je stank al geroken en je maakt zoveel lawaai dat je die tot 2 km ver kan horen.

    Oh, een barguest? Of jij na een nachtje films kijken...?;)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen