SILVANO NOX


Maybe we'll meet again,
When we are slightly older and our minds less hectic,
And I'll be right for you and you'll be right for me.
But right now, I am chaos to your thoughts and you are poison to my heart.

Skyeler nam zijn hand aan. “Ja dankje, jij ook!” Waarom had hij een milliseconde de gedachte gehad dat ze zijn hand niet zou aanpakken? Ze waren nu collega’s, ze moesten wel beleefd doen.
“Ja, goed. Veel aan het werk, zoals altijd.” Ze klonk nog zo precies hetzelfde als hij zich kon herinneren. Altijd opgewekt, gepassioneerd over het werk dat ze deed. Het gaf hem een steek door zijn hart. Ooit was hij de reden van haar opgewektheid geweest, maar die tijd was lang geleden. Ze waren allebei eigen wegen ingeslagen. Zij had een ander leven, waarin ze hard werkte om haar dromen na te jagen.
“Hoe gaat het met jou?” Het waren loze beleefdheden die ze nu uitwisselden. Alleen door de sociale norm deden ze dat nu. Silvano had zoveel meer willen vragen, maar hij deed het niet. Je kon niet zomaar aan iemand vragen of het hart van diegene in net zoveel stukken gebroken was. Of het misschien nog steeds een beetje pijn deed om eraan terug te denken.
Hij haalde zijn schouder half op. “Het gaat zoals het gaat,” zei hij. “Ik ben een tijdje uit de running geweest. Dit is mijn eerste rol sinds tijden weer eigenlijk.” Het was niet alsof ze dat niet binnen een paar dagen anders alsnog zou weten. Ook in de theaterwereld was het roddelcircuit snel. Hij had wel een aantal audities gehad, maar niemand had het nog aangedurfd om iemand die blind was aan te nemen.
Skyeler begon zacht te lachen. Het was een geluid uit een ver verleden, toen ze nog gelukkig met elkaar waren. En tegelijkertijd klonk het leger dan in Silvano’s herinneringen. Alsof ze niet echt vrolijk was en het alleen een uiting was van verwarring en spanning. “Sorry, maar dit is eigenlijk toch gewoon gek? Om elkaar op deze manier weer terug te zien…”
Ze was amper uitgesproken of Caleb begon niet al te subtiel Silvano in zijn zij te porren. Silvano zuchtte. Ja Caleb, ik hoor de ‘woordgrap’ wel, wilde hij zeggen, maar hij deed het niet.
Caleb was nog niet klaar met het maken van slechte grappen. “Dat is mijn teken om jullie een ogenblikje alleen te geven. Hardwell, het was goed je gezien te hebben. Mogelijk zien we elkaar de komende tijd vaker.”
Silvano gaf een niet erg gerichte mep in de richting van Caleb. Hij miste uiteraard en hij kon horen hoe Calebs lach zich verwijderde van hen. Toen richtte hij zijn aandacht weer op Skyeler en zuchtte.
“Sorry voor dat. Caleb is…” Hij lachte kort. Er zat geen humor in. “Nou ja, je kent hem. Caleb is Caleb.” Caleb was in dat jaar geen steek veranderd. Over hemzelf zou Silvano dat niet zeggen. Hij was een compleet ander mens geworden in de tijd dat ze elkaar niet meer gezien hadden. En Skyeler? Het was pas een jaar geleden dat ze elkaar voor het laatste gesproken hadden, voor het laatst samen hadden gelachen en passies hadden gedeeld. Hij wist nu al niet meer of hij haar nog kende. Had hij haar ooit wel echt gekend?
Hij zuchtte nogmaals en haalde een hand door zijn haren. “Ik moet ook eerlijk zeggen dat dit niet de manier was waarop ik verwacht had dat we elkaar weer zouden tegenkomen,” gaf hij toe. “Ik bedoel, bij een auditie klinkt in ons vakgebied vrij logisch - het is een kleine wereld -, maar om dan meteen samen de hoofdrol te krijgen?” Hij schudde zijn hoofd. “Nee, als iemand dat voorspelt zou hebben, zou ik hem vierkant hebben uitgelachen.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen