Pas toen de deur van de kamer langzaam geopend werd, kwam Remus uit de zittende positie op de grond waar hij de gehele nacht in had gezeten. Misschien had hij tussendoor wat gedommeld of zelfs een uurtje of twee slaap gehad, maar veel was het niet geweest. Hij had vooral geluisterd naar hoe de klok de seconden weg had getikt.
      Tik. Tok. Tik. Tok.
      Elke seconde was een seconde meer sinds hij Sirius verlaten had. Verlaten. Het had een goed gevoel moeten geven, maar het woord bezorgde een bittere smaak in zijn mond. Hij was nu vrij van de man, maar wilde hij dat wel? Sirius was het enige dat hij kende. Hij gaf om Sirius.
      "Remus?" Aan de wallen onder James' ogen te zien, was hij niet de enige die die nacht geen slaap had gehad. "Kom je eten?"
      Remus stond op en volgde de jongeman naar de keuken. Daar zaten de roodharige vrouw die hij herkende als Lily en hun kleine pup al. Lily glimlachte toen hij binnenkwam, maar het was onzeker alsof ze niet helemaal wist wat ze met de situatie aan moest. Remus betwijfelde of iemand in deze kamer dat wel wist.
      Hij ging zitten en kreeg een bord met wat toast voor zijn neus gezet. Het was stil in de keuken, met uitzondering van de brabbelverhalen van de kleine pup. Toen hij niet de respons kreeg waar hij op had gehoopt, mepte hij met zijn lepel in de kom voor zijn neus. Melk en stukjes cornflakes vlogen in de rondte.
      "Harry!" sprak Lily hem bestraffend toe. "Dit vind ik niet zo leuk van je."
      Remus keek naar het shirt dat hij aan had en dat nu volledig onder de spetters zat. "Oh, laat me dat even opruimen." Voor Remus zelfs maar de kans kreeg om te protesteren - als hij had willen praten - stond ze al uitgebreid met een doek over zijn shirt te wrijven. De wrijving over de wonden deed pijn. "Sorry voor Harry. Hij heeft momenteel van die fases waarin hij per se zijn zin wil doordrijven," babbelde ze.
      James leek te verstrakken en hij legde een hand op de schouder van zijn vrouw. "Laat hem maar. Ik geef hem zo wel wat schone kleding." Het klonk waarschijnlijk scherper dan bedoeld.
      Lily keek hem vragend aan. "Niet hier," zei James slechts. Remus boog zich nu Lily niet meer voor hem hing zo ver mogelijk over zijn eten heen. Geen oogcontact maken, niet reageren. Ze wilden hem hier niet hebben. Dat wist hij. Hij moest ze vooral niet provoceren, ze vooral geen reden geven om hem eruit te gooien. Waar moest hij anders heen? Zou Sirius hem nog willen hebben?
      Sirius...
      Zijn gedachten schoten voor minstens de honderdste keer deze ochtend terug naar hem. Naar die ogen waarin zoveel wanhoop altijd gestaan had. Het had woede geleken, gekte, maar Remus begreep hem. Het was een wanhoopskreet. Een roep om hulp, om wraak. Remus herkende het volledig.
      Zijn gedachten werden onderbroken door James die met een klap zijn koffiebeker neerzette. "Remus, kom je mee? Dan krijg je schone kleding." Braaf stond Remus op en liep mee naar de kamer waar hij ook de nacht had doorgebracht. Hij was niet anders gewend dan dat hij bevelen kreeg. Dat zijn dag bepaald werd door anderen.
      Door Sirius.
      "Hoe is hij?" Het was niet wat James Remus wilde vragen. Dat zag Remus in zijn ogen. Hoe erg is hij afgedwaald? Hoe hard is hij gevallen? Is er nog iets over van de jongeman uit mijn jeugd? Bestaat Sirius nog?
      Remus schudde zijn hoofd en beet op zijn lip. Waarom moest James hem dat vragen? Hij wist het niet. Hijwisthetniet, hijwisthetniet, hijwisthetniet!
      Hij wist het verdomme niet!
      "Alsjeblieft." Het was amper meer dan een fluistering. Hij had net zo goed kunnen schreeuwen. Wilde hij weten of hij Sirius kon laten gaan? Ja. Wilde hij een rechtvaardiging om Sirius te verlaten? Ja. Wilde hij horen dat Sirius hem nog nodig had? Dat er nog hoop was?
      Ja.
      "Hij is..." Waar waren de woorden om te omschrijven dat Sirius naar hem keek alsof hij de prooi was? Dat hij demonen in zijn hoofd had die hem met hun gladde tongen uit zijn slaap hielden? Dat er een kwetsbaarheid in zijn ogen stond die hij verdrong met woede. Of was het meer verdronk?
      "Hij is wreed wanneer hij zacht wil zijn," zei hij uiteindelijk. Stilte volgde op zijn woorden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here