Beetje kort en shitty hoofdstuk, sorry!

”Aan de slag gaan”
Daar had ik niet hele hoge verwachtingen over. Ik had de afgelopen dagen ook al vier dagen niks gedaan, dus een paar extra dagen of uren zouden dan niet onverwachts zijn. Maar vijf minuten later kwam Haec al weer de kamer binnen met een laptop in zijn handen. Die zette hij op de grond neer, nadat hij die geopend en opgestart had.
‘Hier op kun je alles vinden wat je moet leren. Overmorgen heb je het onder de knie.’ Dat was geen vraag of hoop, dat was een feit. Er bestond geen “ja maar wat als ik dat niet heb?”.
‘Over een uur wil ik je weer even zien.’ Haec klapte in zijn handen toen ik niet in beweging kwam. ‘Hup hup. Aan de slag.’
Mooi niet.

Meteen toen Haec de kamer uit was, snelde ik naar de computer. Ik sloot het venster van het programma die Haec voor me open had gezet, enzocht naar het icoontje van het internet. De muis leek als een verdwaald pijltje op het scherm, totdat die op zijn bestemming was geland. Met een bonkend hart drukte mijn trillende wijsvinger op de linkermuisknop. Er gebeurde niks. Dubbelklikken, misschien. Weer niks. Misschien was de verbinding gewoon langzaam...
Dit programma is vergrendeld. Ontgrendelen?
Er stond een vakje met een knipperend streepje naast de tekst in de pop-up. Daar moest een zeker wachtwoord in worden gevoerd voordat ik het internet kon gebruiken.
Ik vloekte luid, en klapte de laptop dicht.
Haec was dus toch slimmer dan ik dacht... Na een tijdje had ik dat wel moeten weten. Dit was niet zomaar een roekeloos plan geweest, hier had hij lang en goed over nagedacht. Het was meer dan logisch dat hij een block op het internet zou zetten om mij ervan te weerhouden met de politie in contact te komen.
Dus daar zat ik het aankomende uur, in kleermakerszit oo de harde, koude vloer. Mijn hand bewoog heen en weer over de grond, met de muis onder mijn handpalm. Ik zuchtte en keek verveeld toe hoe het pijltje over het beeld heen gleed wanneer ik mijn hand bewoog. Af en toe veranderde het pijltje in een handje. Ik deed voor de rest niks, klikte nergens op.
Ik weigerde iets te doen, te beginnen met het leren van de dans die Haec zo graag wilde dat ik overmorgen beheersde. Als hij dat echt zo hartstochtelijk bliefde, dan moest hij maar beter zijn best doen mij er toe te zetten.

Ik verbaasde me over het feit dat Haec zich werkelijk aan zijn belofte had gehouden, en na een uur de kamer weer binnen kwam stappen.
‘En? Lukt het een beetje?’
Ik haalde schamperend mijn schouders op en draaide mijn gezicht weg terwijl Haec op me af stapte.
‘Chagrijnig?’ hoonde hij. ‘Uitgevogeld dat je toch niet zo slim bent als je denkt?’
Ik snoof toen Haec me vroeg hoe het met de choreografie ging. Hij kon ook wel weten dat ik nog geen snars gedaan had. Maar ik was verrast toen Haec me niet op mijn donder gaf of vreugdeloos lachte, maar me wenkte en zei dat ik op moest staan en hem moest volgen.
‘Ik ga je geen standje geven, je zult zelf de consequenties van niet oefenen gauw genoeg zien.’ zei hij terwijl hij de deur voor me open hield. De gang had veel weg van de kamer waarin ik had gezeten. Wit en een beige vloer, kaal en saai. Ik vroeg me af waarom Haec me niet weer blinddoekte, maar toen zag ik dat we in een badkamer eindigden.
‘Gaat u niet weg?’ vroeg ik een beetje pissig toen Haec de deur achter ons sloot en zelf dus ook de badkamer in stapte.
‘Je bent hier niet voor een toiletbezoek, Leo. Ga zitten.’
Haec schoof een kruk naar voren en duwde me er op neer. Maar ik ging natuurlijk meteen weer staan, en keek Haec wantrouwend aan. Hij zuchtte geïrriteerd, en duwde me weer terug op mijn stoel.
‘Stilzitten, nu.’ beval hij. ‘Het is voor je eigen bestwil.’
Ik begreep wat hij bedoelde toen ik het gezoem van een scheerapparaat hoorde, en voelde hoe hij een handdoek over mijn schouders legde. Als versteend zat ik op het krukte toen het apparaat door mijn haar ging. Turquoise plukken haar vielen op mijn schouders, schoot, en op de wit betegelde vloer.
Ik had mijn ogen stijf dichtgeknepen en was bang voor wat ik zou zien als ik mijn ogen weer open zou doen.
‘Ogen open.’ beval Haec.
Aarzelend gluurde ik door mijn wimpers. Toen ik genoeg kon waarnemen om te zien dat ik niet kaal was, durfde ik mijn ogen te openen en te kijken naar hoe ik er uit zag.
‘Een stuk beter zo, is het niet? Je ziet er niet alleen een stuk knapper uit, maar je lijkt meteen ook veel meer op een echte beroemdheid.’
Het was niet met plezier, maar ik moest toegeven dat Haec gelijk had dat ik er best goed uit zag met mijn nieuwe haar. Het was opgeschoren aan de zijkanten, en ook iets korter bovenop. Omdat het haar aan de zijkanten nu zo kort was, was dat mijn natuurlijke, donkere kleur in de plaats van blauw.
Maar ondanks dat Haec dan misschien een goede kapper was, ging er een rilling van walging door me heen toen hij me “knap” noemde.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen