Foto bij Hoofdstuk 17

Rowan liet de zeilen deels zakken en hun tempo nam af. Bij het roer had Devans ontspannen grip plaats gemaakt voor een meer gespannen houding. Rowan kon alleen hopen dat ze het veilig door het rif zouden manoeuvreren. Faraj stond nu vooraan, zijn ogen turend onder water.
      “We gaan goed zo. Geen gevaar!”
Toen pas merkte Rowan de mist op in de verte. Was dat er altijd al geweest? Misschien was het niet alleen de scherpe rotsen of hun verraderlijke ligging, maar die mist die zoveel schepen en hun bemanning hun kop kostten.
      Faraj merkte het ook op. “Oh nee,” fluisterde hij, hard genoeg om het te kunnen verstaan. “Moge Allah ons bijstaan.”
      “We kunnen dit,” zei Devan, en ze leek haar zelfvertrouwen nauwelijks verloren te hebben.
      “Oké.” Faraj keek naar haar en knikte. “Ik vertrouw je.”
Rowan slikte en besefte dat, hoewel ze dat ook deed, haar handen trilden. Nu niet. Ze kon zich niet overgeven aan de angst als ze dit wilde overleven. Nog één keer haalde ze diep adem en toen leek de mist hen op te schrokken.

Het leek eerst of ze in een andere wereld terecht waren gekomen. Rondom hen was niets dan de witte mist, en ze kon zelfs Devan of Faraj nauwelijks zien. Ze knipperde om aan de nieuwe situatie te wennen, maar zelfs daarna waren haar reisgenoten niets meer dan silhouetten tegen de mist.
      “Devan,” riep ze. “Kun je hierin navigeren?”
      “Ik heb maar weinig keuze!”
      Ze had gelijk. Er was geen weg meer terug, en alles wat ze konden doen, was vooruit gaan. Rowan keek omhoog, naar de mast die langzaam in de mist verdween. Het was als een droom, een vreemde nachtmerrie. Ergens hoopte ze dat ze wakker zou worden, maar de druppels op haar huid, de vochtige lucht die ze inademde, het voelde allemaal te echt om een droom te zijn.
      “Stuurboord!” schreeuwde Faraj, en in een plotselinge beweging wendde het schip af van iets dat ze aannam een rots te zijn.
      “Alles oké?”
      “Ja,” riep Faraj. “Recht vooruit nu.”
      De wind loeide in hun oren, en Rowan rilde. Er klopte hier iets niet. Iets in deze lucht maakte dat ze schrikachtig en gespannen was en ergens wist ze dat het niet alleen de mist was. Toen realiseerde ze wat het was: de wind. Van wat ze kon horen, loeide het zo hard dat het op stormkracht moest zijn, maar de masten stonden allesbehalve bol en ze voelde niets meer dan de gebruikelijke zeebries. Als het niet de wind was die dit geluid maakte, wat was het dan?
Het leek alsof het harder werd zodra ze zich dat realiseerde. Voor het eerst nu leek ze er woorden in te herkennen, woorden waarvan ze niet zeker was of ze die inbeeldde of dat ze echt waren. Ze fluisterden in haar oren weg te gaan, om te keren, ze fluisterden over gevaar en dood.
      “Devan? Faraj?” vroeg ze zwakjes, nauwelijks hard genoeg om boven het geluid uit te komen. “Horen jullie de stemmen ook?”
      “Ja!” riep Devan terug.
      Faraj antwoordde niet direct, maar ze kon hem horen bidden in zijn moedertaal. Dat maakte de situatie vreemd genoeg nog beangstigender. De woorden in het Arabisch vermengd met de waarschuwingen in het Iers, woorden die ze kende, maar een dreiging en woorden die vreemd waren voor haar, maar waar ze zich aan vasthield. Opeens begreep ze waarom mensen religieus waren. Het was iets om aan vast te houden, zoals haar handen nu geklemd om de touwen en de mast zaten. Ze probeerde te doen alsof ze de stemmen niet hoorde, alsof ze alleen Farajs stem hoorde, maar al snel was het niet meer te ontkennen dat het woorden waren.
Keer om. Ga weg.
      “Dat is een beetje moeilijk, hè?” schreeuwde Devan terug, en het maakte Rowan bijna aan het lachen.
Dood wacht hier.
      “Vertel hem te blijven wachten!”
      Devan was of ontzettend dapper of compleet gek geworden. Toch gaf de uitdaging in haar stem Rowan kracht. Ze was niet alleen. Niet alleen dat, ze was met een vrouw die zoveel vertrouwen in haar sturen had dat ze de dood durfde uit te dagen. Farajs gebeden werden luider.
      Voor heel even was het stil en de mist leek een heel klein beetje op te trekken. Voor heel even duurde Rowan te hopen dat ze dit zouden overleven. Toen doemde er een figuur op voor hen, zwevend boven het water. Het viel niet langer te ontkennen: er waren hier geesten.

Reacties (2)

  • Croweater

    Haha wat een mooie reacties van Devan. Ben benieuwd wat de geesten daarvan vinden.

    2 maanden geleden
  • Hephaistion

    Yaay, nieuw hoofdstuk!

    En oooooooh O_O

    2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen