Foto bij H.123.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Dat is de hanger die je voor Ammays verjaardag had gekocht,' zegt hij zacht en ik knik.
Even kijk ik hem aan, maar zijn blik is ondraaglijk liefhebbend en warm, zodat ik er opnieuw aan word herinnerd dat hij ontzettend veel van me houdt en ik over een paar uur weg zal zijn, dus kijk ik weer weg. Dan zeg ik: 'Ammay verdient het om haar moordenaar veroordeeld te zien worden.'

Levenslang. Mijn moeder heeft levenslag gekregen. Wanneer ik een beetje duizelig het rechtsgebouw weer uit loop, voelt het nog steeds onwerkelijk. Is het goed nieuws? Slecht nieuws? Ik wilde toch niet dat de moordenaar van mijn zusje ooit nog vrij zou komen? Maar ze is niet alleen Ammays moordenaar. Ze is ook Monique Annelson. Ze is ook mijn moeder. Ze heeft me in haar armen gehouden wanneer ik nachtmerries had. Ze heeft me met de auto naar school gebracht wanneer het regende. Ze heeft van me gehouden. En nu zal ze verrotten in een eenzame cel, zoals ik had gewild. Ik had gewoon nog liever gewild dat dat niet was wat ze verdient.
Mijn moeder voor het eerst sinds ze me had neergeschoten in de ogen aankijken was verschrikkelijk moeilijk, maar ik weet dat de dag daarmee nog niet is afgelopen. Nu moet ik weg. Dat is vandaag. Ik heb het weken voorbereid en nu moet ik weg. Het voelt niet eerlijk. Het voelt alsof ik eindelijk durf te zeggen dat ik beter verdien. Maar, ondanks dat dat misschien wel waar is, is Evan degene die nóg veel beter verdient. En hij is in gevaar wanneer ik bij hem in de buurt ben. Dus ik moet weg. En dat doet pijn, maar misschien is dat niet zo erg als het lijkt. Ik kan het aan. Misschien ben ik wel de enige die die pijn kan dragen. Misschien ben ik sterker dan anderen me hebben laten geloven. Misschien kan ik weer genezen. En misschien is dit precies wat ik moet doen.
'Evan?' vraag ik dan, nog voordat hij zijn telefoon kan pakken om James te vragen ons op te komen halen, zoals van tevoren afgesproken was. 'James vroeg of jij misschien een taxi naar huis kan nemen. Hij wil even langs zijn... eh... oude huis, zeg maar. Om nog wat oude spullen op te halen. Hij heeft graag dat ik erbij ben.'
Het is geen hele spetterende leugen, maar gezien leugens net zo makkelijk over mijn lippen rollen als de waarheid en Evan me nu eenmaal vertrouwt, is het niet heel moeilijk om hem te overtuigen.
Hij fronst even bij de gedachte om me alleen te laten, maar knikt dan langzaam.
‘Ik wacht wel tot hij je opgehaald heeft,’ vertelt hij me. In één seconde hebben we via het uitwisselen van een blik een gesprek van duizend woorden. Ik zeg dat dat niet hoeft en hij zegt in één oogopslag dat ik moet ophouden met doen alsof ik niet van streek ben. Want dat ben ik. Hij weet alleen niet waarom.
Ineens word ik misselijk en ik slik het gal weg, samen met het beeld dat hij zometeen thuis zal aankomen en mijn briefje zal vinden. Ik weet nu al dat hij zichzelf de schuld gaat geven.
Ik wrijf even over mijn borstbeen, alsof het gevoel dat er daar iets bevroren dan kan verdwijnen.
Evan, die ziet hoe erg ik van slag ben, laat toe dat zijn bekende bezorgde frons een plaats opeist tussen zijn wenkbrauwen. Soms kijkt hij zelfs zo in zijn slaap, alsof hij zich eeuwig zorgen maakt.
‘Het gaat wel,’ beantwoord ik de vraag die hij nog niet heeft gesteld. ‘Ik ben gewoon moe.’
Opeens krijgt hij een haast rebelse blik in zijn ogen, als die van een tiener die zich tegen zijn ouders verzet. Het staat hem bijna té onschuldig. We hebben allebei een te zwaar leven gehad voor blikken als deze.
'Laat James er anders gewoon in stikken. Hij kan in zichzelf ook wel wat spullen sjouwen. We kunnen gewoon de hele dag niks doen. Geen verantwoordelijkheden.' Het idee is aanlokkelijk en zijn halve grijns maakt het bijna nog moeilijker om te weerstaan. Ik voel dat ik tussen twee opties heb: huilen, omdat ik weet dat dat geen mogelijkheid is, of glimlachen, omdat het idee alleen al een hele fijne illusie is. Ik kies voor de glimlach, al is die wel droef.
'Ik red me wel. Ik laat hem nu gewoon liever niet alleen.' Ik ben even stil, maar dan voeg ik eraan toe: 'Wij zijn niet de enige twee die een oorlog uit moeten vechten.'
Hij zucht. 'Ik... ik ben er gewoon niet helemaal gerust op. Ik vertrouw hem niet.'
'Ik wel,' vertel ik hem en ik knik kort, alsof ik de verklaring op de juiste plek tik.
Hij knikt en vertelt me dat als ik me geen zorgen maak, hij vertrouwen zal hebben in mijn instinct. Daarna legt hij een hand op mijn bovenarm en laat die naar beneden glijden totdat hij onze vingers door een soort magnetische kracht in elkaar verstrengeld laat raken. Zijn vrije hand strijkt even over mijn wang heen en sluit dan naar beneden naar mijn nek. Hij kijkt even om zich heen om te zien of er iemand is, bijna alsof hij een dief is. Dan steelt hij een kus van me.
Ik kan niet anders dan glimlachen en zeggen: 'Ik hou van je.'
Hij grijns speels. 'Ik begon dat idee al een beetje te krijgen.' Hij kust me nog een keer, heel kort en vluchtig. 'Ik hou ook van jou.'
Hij weet niet dat we afscheid aan het nemen zijn. Ik wel. Ik vraag me af wat hij zou zeggen als hij het wel wist. Waarschijnlijk zou hij een PowerPoint-presentatie geven met redenen waarom ik zou moeten blijven.
Maar dat gaat niet gebeuren. Want hij heeft geen idee. Hij heeft echt geen idee. Hij zal erachter komen wanneer hij het briefje leest wat ik achter heb gelaten. Ik weet al wat zijn reactie zal zijn. Ik weet hoe hij eruitziet wanneer hem iets schokkends overkomt. Zijn mond gaat dan iets openhangen en het lijkt constant alsof hij iets wil zeggen, maar de woorden raakt hij kwijt op weg naar zijn lippen. Zijn gezicht vertrekt dan altijd maar half, alsof een helft van hem wil grimassen en de andere helft niet in staat is om ook maar één spier aan te spannen. En ik weet ook hoe hij eruitziet wanneer hij gaat huilen. Ik weet hoe hij er altijd tegen vecht en hoe de rode vlekken op komen zetten vanuit zijn nek. Ik weet hoe zijn ogen altijd op gebroken glas lijken wanneer ze overstromen.
In de verte hoor ik James' auto al aan komen rijden. Het is een barrel. Bijna total-loss. Het geluid van de protesterende motor is gemakkelijk te herkennen.
En wetende dat ik hem zometeen nooit meer zal zien, kus ik hem opnieuw, ondanks dat James het zou kunnen zien. We zoenen nooit waar hij bij is, tenzij we hem echt willen irriteren - echt veel andere hobby's hebben we niet. Maar dit is niet om vervelend te zijn naar James. Dit is een verborgen afscheid. Een eenzijdig vaarwel. Nadat ik voor een laatste keer zijn lippen op de mijne heb gevoeld en zijn handen aan de zijkant van mijn hoofd, prevel ik een "tot zo" en loop ik naar de auto die me hier weg zal halen.
Zodra Evan me niet meer kan zien, begin de tranen te stromen. Zonder geluid. Zonder het schokken van mijn schouders. Er is alleen mijn iets haperende ademhaling en mijn ogen die de hoeveelheid tranen niet meer aankunnen. Ik loop gewoon leeg. James zegt er niets van. Het blijft stil. En waar we naar rechts hadden moeten gaan om naar zijn vroegere verblijfplaats te rijden, slaan we linksaf, naar het vliegveld.

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven hoor. Prettige feesten.

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    NEE NIET NAAR HET VLIEGVELD OEKELS!

    2 jaar geleden
  • Luckey

    nee!!!
    ik doe je echt iets!!!

    3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ja.... ik... uh... ik heb al een paar hoofdstukjes vooruit geschreven voordat ik die tip kreeg. 😬

      3 jaar geleden
    • Luckey

      maakt niet uit,
      heb je een voorraadje en kan je ideeen nu rustig uitwerken
      maar als nog doe ik je iets!!
      ze mag evan niet alleen laten!!

      3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Komt wel goed............





      .... Niet op de manier die jij wilt, helaas.xD

      3 jaar geleden
    • Luckey

      Ik haal me hooivork van zolder

      3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik haal m'n renschoenen wel even uit de kast.xD

      3 jaar geleden
    • Luckey

      Zal ik maar doen ik kom achter je aan

      3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Wel, als je me aan je hooivork spietst, kan ik er ook nooit voor zorgen dat Evan en Gioa samen eindigen en als dat is wat je wilt bereiken, ben ik bang dat je me nog niet kan vermoorden.

      3 jaar geleden
    • Luckey

      Maar ik kan je wel opjagen!
      En in je bil prikken als je niet op schiet:Y)

      3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Sh*t.... daar had ik niet aan gedacht.
      *rent weg*

      3 jaar geleden
    • Luckey

      *rent achter je aan met de hooivork* hier komen!

      3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      YOU’LL NEVER CATCH ME ALIVE!!!!!!!!

      3 jaar geleden
    • Luckey

      Never say never

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen