Foto bij 4.

EXTRA HOOFDSTUKJE!
Liefste lezers sorry voor de verwarring, maar ik heb dus een extra hoofdstuk geschreven in het begin van het verhaal. Sorry voor wie al verder zat! Ik was gewoon nog niet helemaal tevreden met dit verhaal en had het gevoel dat ik te snel van een klein Terwynetje naar een volwassen vrouw was gesprongen dus vandaar nog een extra stukje.
Enjoy!

Zo groeide Terwyn langzaam maar zeker op in het machtigste dwergenrijk in Middle Earth, Erebor. In het begin vertrouwde het kleine meisje bijna niemand, enkel Thorin, Dis en Frerin konden met haar spreken of konden haar overtuigen om mee te komen eten met hen, of om mee te spelen met andere dwergenkinderen. Thror en Thrain hielden hun ogen steeds strak gericht op het kind en begonnen steeds meer vreemde trekjes van haar op te merken. Dwergen waren dan wel koppige en opvliegende wezens, toch was dit meisje wel heel extreem koppig en opvliegend. Thror zou zelf gezworen hebben dat hij Terwyn’s ogen rood zag kleuren wanneer ze in zo’n woede bui was, uiteraard liet Thror haar dan ook steeds meteen opsluiten in haar kamer door de wachten tot ze volledig gekalmeerd was. Zo kreeg Terwyn steeds minder woedeaanvallen en leerde ze zichzelf toch wat beter onder controle houden, wetende welke straf haar telkens boven het hoofd hing. Terwyn leek ook nooit echt onder de indruk van haar thuis Erebor. Vele keren mochten Thorin, Dis en Frerin op zoek naar Terwyn die maar al te graag uit de berg ontsnapte en dan buiten rond dwaalde. Vanaf jonge leeftijd creëerde Terwyn een liefde voor wapens en voor het jagen. Terwijl Thorin en Frerin verplicht moesten leren vechten als jonge prinsen van Erebor, ging Terwyn vaak de wapenkamer in en stal zwaarden of pijl en boog om op zichzelf te kunnen oefenen. Later oefende ze ook met Frerin in zijn kamer waar niemand hun zou komen storen. Vanaf het moment dat ze goed overweg kon met pijl en boog ging ze vaak zelf weg uit Erebor voor een hele dag en keerde dan terug met een aantal konijnen of eekhoorns of vogels waar ze op gejaagd had. Allerlei vreemde eigenschappen die noch Thrain, noch Thror konden plaatsen, maar Thorin, Dis en Frerin leken zich er niets van aan te trekken. Voor hen was Terwyn speciaal, ze had al een halve wereld rondgereisd en hoewel zij zich hier niet veel van kon herinneren, kon ze er wel mooie verhalen van opmaken. Zo vertelde ze verhalen over de elfen met hun groenvoer of over de gigantische bomen van het Groene Woud waar zij inklom. Ze had wel altijd iets te vertellen voor diegene die wilden luisteren. Stiekem droomde Terwyn er steeds vaker van om er nog eens op uit te kunnen trekken, om de elfen terug te zien en zo mogelijks meer te weten te komen over waar ze vandaan kwam. Ze wou de elfenprins van het Groene Woud weer zien en nog eens in de bomen klimmen waar ze haar groot en sterk voelde. Ze zag maar al te goed dat Thror en Thrain haar steeds scherp in de gaten hielden en haar bij elke misstap veroordeelden. Ze wist wel dat ze niet één van de koningskinderen was, maar wat had ze hen toch misdaan? Jaren gingen voorbij en de vraag die in haar hoofd speelde vervaagde langzaam, maar werd nooit opgelost. Terwyn leek haar plaats te aanvaarden en diende haar koning zo goed ze kon. Ze hoopt niet meer op een uitweg, ze wou niet meer weg uit Erebor, waar zou ze heen gaan? Die elfen wilden haar toch niet meer zien? Ze had hier Thorin, Dis en Frerin die om haar gaven, wat kon ze nog meer wensen?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen