Foto bij H.124.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Zodra Evan me niet meer kan zien, begin de tranen te stromen. Zonder geluid. Zonder het schokken van mijn schouders. Er is alleen mijn iets haperende ademhaling en mijn ogen die de hoeveelheid tranen niet meer aankunnen. Ik loop gewoon leeg. James zegt er niets van. Het blijft stil. En waar we naar rechts hadden moeten gaan om naar zijn vroegere verblijfplaats te rijden, slaan we linksaf, naar het vliegveld.

Ik ben niet Gioa Annelson meer. Als iemand vraagt of ik haar ken, vertel ik dat ik wel iets van haar gehoord heb op het nieuws. Maar sinds drie maanden ben ik Donna Carner en James is sinds die dag mijn grote broer en niet langer meer mijn meest belangrijke vriend. Met mijn nieuwe paspoort ben ik achttien en geen zeventien. Het verhaal is dat ik met mijn broer hiernaartoe ben verhuisd en dat ik nu aan het oefenen ben om een staatsexamen te doen. Ik werk als serveerster in een café waar veel truckers komen, een kinderboerderij en de supermarkt. James werkt als monteur en verkoopt stofzuigers aan de deur. In zijn vrije tijd doet hij een opleiding tot grafisch ontwerper, in de hoop later meer geld te kunnen verdienen.
Ik heb meer dan acht jaar lang geleefd in een mist van leugens, maar aan deze situatie kan ik onmogelijk wennen. Ik vergeet steeds dat ik Donna heet en James nu bij de naam Jonathan Carner gaat. Omdat James' gezicht niet overal op de televisie te zien was voor wekenlang, hoefde hij zijn uiterlijk niet aan te passen, maar ik wel. Om het broer-en-zusverhaal wat geloofwaardiger te maken, heb ik mijn haar in dezelfde kleur als hem geverfd en elke ochtend stijl ik het met een stijltang, om mijn iconische krullen te verbergen. Ik heb het zo kort geknipt dat het maar net iets langer is dan kaaklengte. Mijn laag sproeten verberg ik met make-up. Alleen mijn ogen zijn nog hetzelfde, maar zelfs die herken ik niet meer. Mijn blik wordt met de dag doffer.
Ik ben een wrak. Mijn wangen zijn ingevallen. Ik kan de botten in mijn handen duidelijk zien. Ook bij mijn schouders. Sleutelbeen. Heupen. Ribben. En het is niet dat ik niet wíl eten - ik heb gewoon echt geen honger. Ik krijg op sommige momenten geen hap door mijn keel. Ik kan het niet verdragen. Als ik niet uit mezelf eet, zet James soms een maaltijd voor me neer en zegt hij met de meest trillende stem die ik ooit gehoord hebt: ‘Eet.’ En op zo’n moment doe ik dat ook, maar alleen omdat ik bang ben dat hij anders in tranen uit zal barsten.
Ik kan me nog een avond herinneren, niet zo lang geleden, dat hij redelijk laat in de avond thuis kwam van werk en ik op de grond zat te snikken, totaal in paniek. Naast me lag een lege fles drank. Toen ik hem zag, had ik mezelf overeind gesleurd en probeerde ik wankelend naar hem toe te komen. Ik weet nog dat alles pijn deed en dat ik zo duizelig was dat ik niet zeker wist of ik ooit nog in staat zou zijn om normaal te kunnen lopen.
‘Ik weet niet wat er aan de hand is,’ had ik hem verteld. Ik stond doodsangsten uit. ‘James, ik ben bang.’
Heel lang was hij stil gebleven. Daarna zei hij met hele onvaste stem: ‘Je bent dronken.’
De dag erna heeft hij een katerdrankje voor me gemaakt. Ik verwachtte elk moment dat hij me uit zou schelden, maar dat deed hij niet. Toen ik hem vroeg of hij echt niet tegen me zou gaan schreeuwen, schudde hij zijn hoofd en vertelde hij me dat hijzelf wel eens ergere dingen had gedaan uit verdriet. Zo noemde hij het. Verdriet. Ik weet niet of dat woord wel erg genoeg is voor wat ik voel.
Maar de hallucinaties zijn nog het ergste van alles. De eerste keer dat ik daar dacht mijn moeder te zien, in de stoel in de hoek van de kamer, met het mes waarmee ze Ammay vermoord heeft in haar hand, heb ik zo hard gegild dat de buren de politie hebben gebeld. Het duurde heel lang voordat James en ik de agenten ervan konden overtuigen dat ik gewoon een nachtmerrie had en dat het niets ergs is.
Sinds dat moment heb ik wel eens mijn vader over straat zien lopen. Ammay rent over het plein van die school waar ik wel eens langs loop. Geoff LeNoir koopt boodschappen in de supermarkt waar ik werk. En Evan... dat is nog het ergste. Elke keer als ik hallucineer dat hij bij me is, ben ik dagen van slag. Hij doet niet eens iets. Hij zit gewoon op de bank, of in de stoel. Urenlang. Hij leest een tijdschrift of zit op zijn telefoon. Soms loopt hij gewoon rond en dan volg ik hem met mijn ogen. Het duurde niet lang voordat James doorkreeg wat een met me aan de hand was en elke keer dat hij me naar iets ziet kijken wat er niet is, vraagt hij me iets, waardoor ik me altijd automatisch naar hem omdraai. Wanneer ik weer terugkijk, is de hallucinatie meestal weg.
Elke dag maakt hij zich iets meer zorgen om me, wat niet volledig onterecht is. Hij weet niet wat hij moet doen. Zo nu en dan probeert hij ruzie met me te maken, gewoon om te weten dat ik er nog ben. Dat ik nog dat vuur binnenin me heb. Dat ik nog Gioa ben. Maar dat ben ik niet. Zo voelt het niet. Gioa Annelson en ik voelen als twee vreemden die elkaar verrassend goed kennen. Maar hij blijft het proberen. Hij zegt dingen die er normaal gesproken voor zouden hebben gezorgd dat ik tegen hem zou zijn gaan schreeuwen. Maar dat doe ik niet meer. Één keer was hij zo wanhopig dat hij allemaal slechte dingen over Evan begon te zeggen, denkend dat dat het laatste op aarde is waar ik nog woedend over zou kunnen worden. Maar in plaats van schelden, raakte ik zo van streek over alleen al het feit dat hij Evans bestaan erkende, dat hij de naam nooit meer heeft durven noemen.
Soms komt ineens de gedachte in me op dat, wanneer ik Evan weer in het echt zal zien, ik hem nooit, maar dan ook echt nóóit zal vertellen hoe hard ik gehuild heb op die dag dat ik weg moest. Maar dan besef ik me weer dat dat niet gaat gebeuren. Ik ga hem nooit meer zien. Maar ik kan me vasthouden aan de schrale troost dat, wat er ook gebeurt, we in ieder geval onder dezelfde sterrenhemel leven.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Dit zou eigenlijk best een mooi hoofdstuk kunnen zijn om het gehele verhaal af te sluiten.

    Wauw dat klinkt echt als een belediging...

    Maar ik ben heel benieuwd wat er verder nog komt en ik vind het heel knap hoe jij alles spannend en niet saai houd!

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik heb er alleen niet voor gekozen om het op te laten houden, als je het niet erg vind. Ik heb nog wat meer in petto.

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here