Foto bij nog 43 dagen..

Je hebt niet lang meer te leven
Op de laatste dag van de zomervakantie wordt je vermoord
Door mij, iemand die je haat.
Let op, ik heb dertien rozen bij me.
Als je ze alle dertien hebt verzamelt,
Komt er een einde aan je leven.
Ik geef je alvast een zetje.
De eerste roos...



Ik bleef stil. Dit kon niet echt zijn. Het was vast een grap van iemand. dacht ik. Maar aan de andere kant was ik ontzettend bang en hopeloos. Wat nou al het echt zo was? Ik raapte de bloedrode roos op en rennend met ook de brief in mijn handen ging ik door het park.''Ik wil niet doodgaan, ik wil blijven leven!'' Waarom ik? Er waren mensen die mij vragend aankeken, maar dat boeide mij niks. Over 43 dagen ben je dood! BAM klaar! Niks aan te doen. Het is maar zo. Ookal is het zomer, het leek alsof de bladeren bruin waren alsof het herfst was. Er was veel wind en de wind droeg alle bladeren met zich mee. Ik had zoveel vragen over deze moord. Wie wordt mijn moordenaar, Waarom doet hij het, Wat is er mis met mij!? Het geruis van de wind leek niet een kant op te gaan, het leek heletijd mij te omcirckelen. Met alle bladeren die blij om mij heen vlogen alsof het een feest was. Dit is ontzettend vaag, wie wil mij nou vermoorden? Ik deed mijn ogen dicht en bleef stokstijf staan. Op dat moment wist ik niet wat er gebeurde.


'' Wat is er gebeurd!? Is ze oké?'' '' Rustig aan ze kan ieder moment wakker worden!'' '' Haar vader is er niet, terwijl hij zoveel om haar geeft en ik sta hier maar zonder dat jullie weten wat er aan de hand is?'' ''Mevrouw, we doen ons uiterste best. Een ogenblik geduld alstublieft!''


Ik knipper met mijn ogen. Ik voel langs mijn gezicht draden lopen die eindigen in het niets. Ik keek voorzichtig om me heen. Dan zie ik mama. Wachtend op een stoel. ''Mam?'' Zei ik akelig. Ze sprong uit haar stoel en rende naar de brancard. ''Lieverd! Oh maak je geen zorgen, je moeder is hier!'' Hoorde ik haar gillend zeggen. Ik sprong rechtovereind in mijn bed. Hijgend vroeg ik: ''Waarom ben ik hier? Waar is papa!'' Mam zuchtte. Ze schudde haar hoofd alsof ik zou moeten weten waarom ik in het ziekenhuis lig. Ik voelde me kerngezond, dus ik snapte het niet. ''Serieus! Waarom ben ik hier?'' Vroeg ik nog een keer. ''De dokters hadden gezegt dat je flauwviel in het park, Is dat zo?'' Vroeg mama met een ontroerende blik. Ik denkde terug aan de tijd dat ik in het park was. Het enige dat ik nog kon herinneren was dat ik me ogen sloot. Voor de rest niets. ''Ik weet het niet mam, maar waarom is papa hier niet?'' Vroeg ik. Ik wou papa graag zien. Ookal was ik zó boos over de scheiding. ''Hij had je graag willen zien, maar omdat ik er nu ook ben is hij niet gegaan'' Hoorde ik mama zeggen. Ze keek naar de spierwitte vloer en haalde hopeloos haar schouders op. En ik werd nog bozer dan eerst. Hoe durft hij, en het is ook nog eens mijn vader! Ik sprong uit de brancard, rennend door het witte gebouw. Toen zag ik de uitgang. Ik rende door de draaideur, En daarna renden ik over stoeptegels. Ik ga naar huis, nu! om mezelf voor te bereiden voor een verhuizing naar de zwerfstad.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen