Foto bij Scar 36

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Kunnen... kunnen we gewoon doen alsof dat niet gebeurd is?’ smeekt ze me en door het onvrijwillige trillen van haar stem heen, hoor ik een behoedzaamheid, bijna iets diplomatieks.
Kunnen we doen alsof er niets gebeurd is? Nee. Eigenlijk niet. Eigenlijk is het van belang dat ze het eindelijk aan iemand vertelt. Eigenlijk kan ik gewoon zien hoe het haar kapot maakt. Maar in principe is het wel mogelijk. En ik kan haar niet dwingen.
Ik pers mijn lippen even op elkaar. Dan zeg ik geforceerd: ‘Oké.’

Heel lang is het stil. Ik wacht tot zij iets zegt. Het is haar keus wat ze kwijt wil en wat niet.
Ze haalt even diep adem en zucht dan. Met haar blik op haar handen gericht begint ze te vertellen. ‘Mijn oudste broer heet Vadìm. Hij is tien jaar ouder dan ik ben. Hij is...’ Ze is even stil en haalt trillerig adem. ‘Hij is redelijk... ik... hij is eng. Hij is echt gewoon eng. Zeker toen hij eenmaal ouder werd. Hij... hij leek op mijn vader. Ze zijn praktisch dezelfde persoon, maar Vadìm is vijfentwintig jaar jonger.’
Ze heeft het grootste deel van haar jeugd geleefd in angst van haar tien jaar oudere broer. Iemand die haar hoorde te beschermen. Ik ben nu al niet gerust op de rest van haar verhaal.
‘Mijn andere broer, Grigory, is twee jaar jonger dan Vadìm. Hij doet zijn best om zo veel mogelijk op hem te lijken, maar dat kan hij niet. Grigory is veel minder... hard. Dat zou hem aardig kunnen maken, maar hij kiest ervoor om die karaktereigenschap te compenseren met lafhartigheid en wreedheid.’
Ze zucht even, alsof ze daarmee alle pijn weg kan filteren. Dan gaat ze verder. ‘Daarna komt Dennis. Hij is een jaar ouder dan ik en hij is voornamelijk... slim, denk ik. Hij denkt logisch na. Te logisch. Iets is zwart of iets is wit. Zo lijkt hij bijna gevoelloos, soms. En daarna kom ik. En twee jaar jonger dan ik is Kaiden.’ Ze kijkt op en bijna glimlacht ze. Haar hand glijdt naar haar borstkas, alsof ze daar de herinnering aan kan raken. ‘Kaiden. Hij heeft een goed hart. En hij heeft een karakter wat hem de kans zou hebben gegeven om heel gelukkig te worden. Ik weet niet precies wat er van hem geworden is, maar... toen mijn moeder en ik weggingen uit Rusland toen ik dertien was... we... hij is achtergebleven.’ Net wanneer ze zo lang stil is dat ik overweeg zelf iets te zeggen, verbetert ze zichzelf: ‘Ik heb hem achtergelaten.’
Ik schud mijn hoofd. 'Je was Dertien, Paige. Dertien. Het was jouw keuze niet.'
Het voelt alsof haar blik een snauw is. Naar mij. Naar zichzelf. Naar iedereen. 'Dat is niet waar. Nathan, dat is echt niet waar. Ik was dertien, maar ik was slim genoeg. Misschien had ik ervoor kunnen zorgen dat mijn moeder ook hem mee had genomen toen ze bij mijn vader wegging. Je hebt allemaal illusies over wie ik ben. Kaiden was van alle kinderen de aardigste en ik ben de kilste.'
Ze kijkt alsof die woorden fysiek pijn doen wanneer ze ze uitspreekt. Misschien voelt dat ook wel zo. Ik kan me onmogelijk voorstellen dat het niet brandt in je keel wanneer je zoiets over jezelf zegt.
'Dat geloof ik niet,' zeg ik standvastig.
Ze schudt haar hoofd. In haar ogen parelen tranen. 'Ik kan mensen aankijken en hun wereld ineen zien storten in hun ogen, zonder genoeg erbij te voelen om er iets aan te veranderen.' In principe liegt ze niet, want er ontstaat geen litteken op haar huid, maar ik ben ervan overtuigd dat dat gewoon een leugen is waar ze in haar hoofd een waarheid van heeft gemaakt, dat dat echt is wat ze denkt. Het kan in werkelijkheid onmogelijk kloppen, gezien ze het niet eens over haar lippen kan krijgen zonder bijna in huilen uit te barsten.
'Dat heb je jezelf verteld.' Ik grom de woorden bijna. Het is niet haar schuld dat ze zo over zichzelf denkt. Daar moet iemand anders iets mee te maken hebben. Maar blij ben ik er niet mee. Ik zou haar door elkaar willen schudden tot haar zelfbeeld weer is rechtgetrokken. Of haar kussen en in mijn armen houden tot ze alle pijn eruit heeft gehuild. Een van de twee.
‘Zelfs als dat waar is,’ zegt ze na een tijdje, ‘is Kaiden nog steeds aardiger dan ik ben.’ Ze gaat verzitten. 'Ik was bijvoorbeeld echt een moeilijke eter als kind. In sommige tijden hadden we niet veel, maar ik was toch kieskeurig. Mijn ouders pakten dit aan door me niets te laten eten totdat ik hetgeen wat ik weigerde te eten op had gekregen. Als het echt lang duurde, mocht ik ook niks drinken.'
Even denk ik dat ze een grapje maakt, of dat haar ouders er in ieder geval niet té streng over waren en echt voet bij stuk hielden, maar dan zegt ze: 'Het langste dat ik het heb volgehouden is bijna vijftig uur.'
Voor een paar seconden kijk ik haar als versteend aan. Het is verschrikkelijk koppig en als het mijn eigen kind was had het waarschijnlijk het bloed onder mijn nagels vandaan gehaald, maar op een gegeven moment moet je als ouder toch wel de keuze maken om voor je kind te zorgen wanneer ze dat zelf niet doen, ook als je daarbij het effect van een straf verloren moet laten gaan?
'Dat lukte alleen omdat Kaiden me stiekem toch eten en drinken toestopte. Kleine beetjes. Zodat het niet opviel. Hij liep er een enorm risico mee.' Even is ze stil. 'Ik heb het uiteindelijk toch opgegeten, alleen omdat mijn ouders begonnen te vermoeden dat ik hulp kreeg. Gezien mijn andere broers allemaal even... gedisciplineerd zijn, bleef er maar één keus over: Kaiden. Ik wist dat alsnog mijn eten opeten de enige manier was om te voorkomen dat hij straf kreeg.'
Nadat ik heel subtiel op een zeer verontwaardigde manier verklaar dat ik me niet voor kan stellen dat ze zo'n opvoeding ooit overleefd heeft, vertelde ze dat het heus wel erger kon. Haar blik wordt glazig. Ze ziet het vast weer voor zich, wat het ook is. Ik vermoed opeens dat ze expres nog de minst erge kan van haar jeugd laat zien en zelfs dit verscheurt me al vanbinnen.
In het kort vertelt ze daarna hoe haar moeder toen Paige dertien was samen met haar is weggevlucht, naar Frankrijk, waar haar moeder geboren is. Toen ik vroeg waarom ze het beschreef als "vluchten", verklaart ze bijna fel dat het ook zo was. Ze zijn weggevlucht, uit angst voor de toxische bijwerkingen die haar vaders aanwezigheid op haar zou hebben. En haar broers hebben ze achtergelaten. Haar moeder vond dat het voor hen al te laat was.
Wanneer ik aan haar hele houding zie hoe al die verschrikkelijke, onderdrukte herinneringen haar te veel worden, probeer ik het gesprek in andere banen te leiden. We beginnen te praten over de leuke of grappige dingen die we ooit meegemaakt hebben. Ze vertelt hoe ze als kind altijd doodsbang was dat, als ze op een trap liep met openingen tussen de traptreden, een hand haar enkel vast zou grijpen als ze erop liep. Daarna beken ik dat ik als kind bang was dat er een fruitplant in mijn buik zou groeien als ik fruit zou eten met pitten erin.
We praten nog uren verder, bestellen een pizza in de avond, waarna we nog weer uren praten. Maar op een gegeven moment, wanneer het bijna elf uur is, valt ze nadat we al een tijdje stil zijn geweest in slaap. Even twijfel ik wat ik moet doen. Ik zou haar naar mijn eigen bed kunnen dragen en zelf op de bank kunnen slapen, maar als ze wakker wordt wanneer ik haar opeens naar mijn slaapkamer til, weet ik zeker dat ze het verkeerd op zal vatten en ik een rib of vierentwintig zal breken. Dus ik haal maar gewoon een extra deken uit de kast en leg die over haar heen. In haar slaap trekt ze die om haar heen alsof het een omhelzing van haar moeder is.
Ik ruim het afval op en ga dan zelf ook maar naar bed. Ik zet vroeg een wekker, zodat Paige morgenochtend nog genoeg tijd heeft voordat het werk begint.
Om eerlijk te zijn kan ik niet ontkennen dat de eerste keer dat Paige in mijn appartement zou slapen in mijn hoofd wel wat anders was, maar ik kan niet klagen. Ze vertrouwt me. En dat is het belangrijkst.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Aaaaaaahhh super schattig!(flower)(hoera)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen