39.

(2024)

Patterson, New York

Leroy Rhodes deed de voordeur open.
      “FBI” zei Aisha Hayworth terwijl ze haar penning toonde. “Mr. Rhodes, ik wil u spreken over de moord op Mischa Waltman.”
      Zijn hart sloeg een slag over en zijn adamsappel ging pijnlijk op en neer. Hij had zijn halve leven gewacht op dit bezoekje, maar… Hij fronste zijn voorhoofd.
      “Wie?”
      Aisha stak haar penning weg en glimlachte kordaat. “Geen zorgen, Mr. Rhodes. We weten dat u het niet hebt gedaan. Harry heeft al vastgesteld dat u ten tijde van de moord toezicht hield op een brug reparatie in Boston. Het is uw tweelingbroer in wie we geïnteresseerd zijn.”

Kort nadat het opsporingsbevel was uitgevaardigd, werd Jayden Rhodes opgepikt in Atlanta. Zijn vingerafdruk kwam overeen met die in de doos bewijsmateriaal van Barry Parker. Een van de meest bizarre en gevaarlijke moordenaars aller tijden was eindelijk gevangen. Hij was aangetroffen op een parkbankje.
      Nu zat Styles in een verhoorkamer en keek in de holle ogen van de tweelingbroer van zijn stiefvader. Ze waren genetisch identiek, hoewel ze niet meer sprekend op elkaar leken. Leroy had een recht houding en was slank, Jayden was gekrompen, de deuk in zijn voorhoofd een zichtbaar teken van zijn handicap.
      Na het letsel dat hij vijfentwintig jaar geleden bij het auto-ongeluk had opgelopen, had hij nauwelijks nog gefunctioneerd.
      Styles schoof een mok koffie naar hem toe en keek toe terwijl zijn oom hem met bevende handen oppakte. “Waarom ga je niet naar huis, Jayden?”
      Een moment lang dacht Styles day hij de vraag niet had begrepen. Toen fronste Jayden, tuurde in de mok alsof hij het antwoord uit zijn koffie kon toveren. “Dat k-kan niet” stotterde hij. “Het m-mag niet.” Hij hief zijn hoofd op, hield het opzij alsof hij ergens naar luisterde. “Opgesloten.” Zijn uitdrukking werd verward. “Nu… b-buitengesloten.”
      Styles opende zijn koffertje en haalde er pen en papier uit. “Hé Jayden. Deze keer gaan we tekenen. Ik doe mijn huis. Doe jij het jouwe?”
      Styles schetste een primitieve weergave van een huis, compleet met rook uit de schoorsteen, maar die van Jayden had niets te maken met kamers of schoorstenen.
      “Wat is dat?” Styles wees naar een schijnbaar willekeurig krabbeltje.
      Toen er geen antwoord kwam, legde hij zijn eigen vel naast dat van Jayden, gebaarde en herhaalde de vraag.
      Jayden fronste. “Huis” mompelde hij en hij pakte zijn mok weer op.
      “Wat is dit dan?”
      Met weerzin keek Jayden hem aan. “Schuur.”
      Styles liep de verhoorkamer uit, zocht een telefoon en koos Growner’s mobiele nummer. Een paar tellen lang was de wazigheid uit Jayden’s blik verdwenen en was hij helder geweest, had hij rechtstreeks in het verleden gekeken.
      Het oude terrein van de Rhodes was al tevergeefs overhoop gehaald. Er stond een garage, maar die was redelijk modern. Waarschijnlijk was de schuur waarin Jayden als jongen opgesloten had gezeten inmiddels gesloopt, maar het kon ook zijn dat hij op een stuk land stond dat los van het huis was verkocht en nog steeds overeind stond.
      Een paar tellen later werd hij doorgeschakeld naar Growner’s voicemail. Hij sprak iets in, verbrak de verbinding, pakte zijn koffertje en vertrok naar het vliegveld.
      Er moest nog heel wat veldwerk gebeuren, maar als zijn theorie klopte, had Jayden de moorden gepleegd in dezelfde steden als waar zijn tweelingbroer Leroy had gewerkt, een extra kick voor een van de meest bizarre moordenaars in de recente geschiedenis. Met de gefragmenteerde informatie die hij tot nu toe had weten te bemachtigen, had het patroon in eerste instantie naar Leroy gewezen, maar toen Styles eenmaal was begonnen Jayden’s gangen na te trekken, was het duidelijk geworden hoe het zat. Jayden was slim geweest, maar niet slim genoeg. Een paar keer was Leroy weggeroepen, maar waren er toch moorden gepleegd. Door die op Mischa Waltman nam alles weer een andere wending. Ondanks het DNA-materiaal dat van de haarlok op haar lichaam was gevonden, kon Leroy noch Jayden daar schuldig aan zijn.

Lassiter, Louisiana

Op Plaisance Street bestudeerde de moordenaar het huis naast dat van Styles. Hij liet zijn auto de smalle oprijlaan op koersen. De McCain’s waren allebei al voor negenen naar hun werk vertrokken en ze hadden hun peuter naar de opvang gebracht. Er was niemand thuis.
      Hij zette de honkbalpet op, pakte een van de vuistgrote decoratie stenen in de tuin op en zag de sleutel eronder liggen. Hij liep door naar de achterdeur.
      Kort daarop had hij zijn laserapparatuur opgesteld in de grote slaapkamer, waarna hij de kijker op een van Styles' keuken ramen richtte. In het daglicht was het onwaarschijnlijk dat iemand het minuscule rode stipje zou opmerken, laat staan zou begrijpen wat het was.
      Een uur later kwam het telefoontje waarop hij had gewacht. Als hij iets wist, was het hoe agenten in elkaar zaten. Niets was saaier dan een getuige beschermen en wanneer ze zich verveelden, gingen ze net als iedereen eten.

Nadat Audrey een pizza had besteld gaf ze de surveillant zijn telefoon terug.
      Styles had twee agenten opgeroepen om haar te beschermen. Mark was binnen en Lucas liep rond in de tuin. Ze waren allebei gewapend, stonden via de mobilofoon met elkaar in contact en kwamen geregeld binnen kijken. In theorie was elk risico gedekt.
      Drie kwartier later werd de bestelling gebracht. De pizza was gestold, de koffie bitter en lauw in plaats van heet, maar het kon Audrey weinig schelen. Ze at om haar lichaam van brandstof te voorzien en de tijd te doden tot Harry thuis zou komen.
      Harry. Ze staarde om zich heen in het mausoleum achtige Styles-huis, ervoer de verbazing die haar telkens bekroop wanneer ze bedacht hoe radicaal haar leven was veranderd. Het leek vreemd om op zo’n intieme manier aan Styles te denken.
      Toen ze klaar was, krulde ze zich op in een leunstoel die naast de salontafel stond en begon door een tijdschrift te bladeren. Ze gaapte en kon amper haar ogen openhouden.
      Mark was al onder zeil.
      Ineens sloeg de paniek door haar heen, maar het was al te laat. Ze kwam wankelend overeind, greep zich vast aan de tafelrand en de kamer begon om haar heen te draaien. Haar vingers streken over de telefoon die op tafel lag. Hij schoot weg en kletterde op de grond.
      Ze klampte zich aan de tafel vast. Haar zicht was vertroebeld, ze was duizelig en misselijk. Met pure wilskracht wist ze naar de telefoon te schuifelen.
      Het lukte haar ternauwernood hem op te rapen. Ze strompelde terug en liet zich in de stoel vallen, de tafel als steun gebruikend. Met haar ogen ingespannen op he schermpje gericht riep ze het menu op en koos de lijst me voorgeprogrammeerde nummers. Grimmig liep ze ze door. Het toestel piepte en haar maag maakte een salto terwijl het menu opnieuw verscheen. Op de een of andere manier was haar duim weggegleden en had ze het telefoonboek geannuleerd.
      Met een diepe ademteug probeerde ze het nogmaals, maar haar oogleden zakten telkens dicht en het werd almaar moeilijker haar vingers te besturen. Ze riep het telefoonboek weer op, maar er moest iets mis zijn met haar motoriek, want ze koos het verkeerde nummer.
      Ze hoorde dat er werd opgenomen en een vrolijke stem vroeg wat ze wilde bestellen. Ze had een restaurant in Beach Haven aan de lijn dat thuisbezorgde. Er werd opgehangen. Een paar tellen later kwam er een oproep binnen. Audrey staarde naar het schermpje, haar hoofd leeg en het toestel gleed uit haar hand.

Tevreden hing hij op. Hij stak de telefoon die hij van Carmichael had gepikt - en waar het nummer van Audrey zo mooi in had gestaan - in zijn zak.
      Hij draaide de contactlens om, zette het bestelbusje in beweging en koerste naar Plaisance Street. Twee minuten later draaide hij Styles’ oprit op en stapte uit.
      De voordeur zat op slot, maar hij had ook niet verwacht dat er iemand zou opendoen voor hem. Hij haalde een Browning uit zijn schouderholster en tikte met de achterkant scherp op de ruit. De oude geribbelde vensterruit bood weerstand, maar brak uiteindelijk als een brosse toffee. Hij stak zijn hand naar binnen, deed de deur van het slot en opende hem.
      Via de gang liep hij de woonkamer in. De man negerend die in een stoel onderuit hing, tilde hij Audrey over zijn schouder en liep weer naar buiten.
      Alsof hij snoep afpikte van een kleuter, zo eenvoudig ging het.

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    O nee! Mega spannend! Wie is dit?!

    1 jaar geleden
  • TAMOCHi

    Heb alles vandaag terug gelezen en jeeeetje wat spannend.
    Voor mijn spastische hoofd; Gaan we er snel achterkomen want ik ben nu wel heel nieuwsgierig!
    ‘x

    1 jaar geleden
    • Smexy

      Ja, je zal er snel achterkomen. Verhaal is bijna tot zijn einde.

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen