Foto bij 10.2


Uitgeput hap ik naar adem, wat pijn doet aan mijn droge keel. Er tintelt iets in mijn neus en ik veeg de opgedroogde tranen van mijn wangen. Het traanvocht heeft ervoor gezorgd dat mijn huid strak is getrokken. De spieren in mijn schouders zijn compleet verstijfd. Wrang bedenk ik dat een massage van Daan nu zeer welkom zou zijn. Ik vind het verschrikkelijk dat ik aan hem denk, zeker omdat ik minder onaangename gedachten heb dan ik zou willen. Het zou fijn zijn om hem vanuit de grond van mijn hart te haten, zodat ik mijn mening over hem aan één moment kan koppelen en hem keihard af kan keuren. Helaas dwalen mijn gedachten steeds af naar een lachende, plagende Daan die meer indruk op me maakt dan ik heb durven toegeven. Het is iets wat mensen vaak aan me bewonderen, maar nu verafschuw ik het. Mijn grenzeloze begrip en oneindige vergevingsgezindheid leveren mij nooit iets positiefs op. Anderen lachen er om, geven me er complimenten over en gaan er vervolgens vandoor nadat ze me gekwetst hebben. Het liefst zou ik alle schuld op Daan afschuiven, maar ik weet dat mijn aandeel groter is dan ik in eerste instantie had gedacht. Ik leg mijn hand tegen mijn borst en mijn hart klopt heftig onder mijn vingers als ik terugdenk aan hoe Daans hand daar lag. Pas toen hij dat deed, blokkeerde ik en stopte ik hem. Iets wat ik veel eerder had moeten doen en ook zeker had gedaan als zijn kus niet allesoverheersend was geweest. Er schiet een kriebel door mijn onderbuik, bijna achteloos, alsof het niet van belang is. Ik weet dat het van een groter belang is dan ik nu in mijn hoofd aankan. Vermoeid sluit ik mijn ogen en direct is het alsof ik Daans lippen weer op de mijne voel. Zijn vingers langs mijn kaak. Ondanks dat ik een vest draag, weet ik zonder te kijken dat er over mijn gehele lichaam kippenvel ontstaat.
Daans woorden schieten steeds opnieuw door mijn hoofd. Hij heeft mij aan zich toegeëigend, zonder daarin enige toestemming aan mij te vragen. Het is een beklemmende constatering, vooral omdat ik weet dat Daan zoveel sterker is dan ik en dan ga ik totaal voorbij aan het fysieke gedeelte. Ik heb bewondering voor zijn autonome houding en ik probeer vanaf dag één zijn ogenschijnlijk relaxte houding te kopiëren en te begrijpen hoe comfortabel hij zich voelt in zijn uitzonderingspositie. Tegelijkertijd merk ik steeds meer hoe dominant hij is en dat zijn egocentrisme ook een schaduwzijde heeft, omdat hij anderen compleet wegvaagt.
Ik sta op en loop naar de badkamer, waar ik koud water in mijn gezicht gooi. Het verbaast me niet dat ik me niet eens een fractie beter voel. Ik ga weer op mijn bed liggen met mijn ogen dicht, bij gebrek aan een betere oplossing.

Vrijdag
Mijn handen trillen als ik mijn kluisdeurtje sluit en voorzichtig pak ik mijn tas op. Mijn hele lichaam doet pijn en moeizaam loop ik de trappen op, terwijl ik om de paar seconden achterom kijk. Het liefst ga ik in de klas op een andere plek zitten, maar ik heb geen zin in vragende blikken van klasgenoten, dus ga ik op mijn vaste plek zitten, bij het raam, de tafel voor Daan, die er nog niet is. Ik hoop dat hij opnieuw van de radar verdwijnt, maar nu hopelijk voor langer dan een week.
‘Goedemorgen 5v1, het is me weer een waar genoegen om jullie les te geven.’
Zelfs meneer Thomassen hoor ik nog liever praten over zijn vak dan dat ik Daan onder ogen moet komen. Helaas voor mij zal ik het met economie én Daan moeten stellen.
Daan komt binnen en de enige verklaring dat ik direct opkijk, kan zijn dat er plotseling meer gepraat wordt in de klas. Hij kijkt me recht aan, waarop ik mijn blik afwend en resoluut mijn boek opensla.
‘Ik wil graag dat jullie in tweetallen werken vandaag, in verband met het onderwerp.’
Ik zucht diep en schuif mijn stoel iets achteruit. Het liefst zou ik opstaan en weglopen, maar ik ben inmiddels helemaal klaar met die overlevingstactiek. Als ik er niets aan verander, zal iedereen die dat wil me kapot kunnen maken.
‘Kom je naast me zitten, Jasmijn?’ vraagt Daan zacht.
‘Prima.’ Ik draai me om, vermijd hem aan te kijken en leg mijn spullen op de tafel naast hem. Ik neem naast hem plaats en schuif mijn stoel niet al te subtiel een stukje van hem af.
‘Hoe is het met je?’ Hij kijkt me aan en ik verbaas me over zijn vriendelijke en geïnteresseerde oogopslag, omdat ik die nog niet eerder heb gezien.
Ik pak het economieboek en kijk naar de opdracht. ‘Hoe houd jij overzicht op je inkomsten en uitgaven?’ Onverstoorbaar begin ik in mijn eigen schrift te schrijven.
‘Eerst mijn vraag, dan de jouwe.’
‘Dan doe ik het wel alleen.’ Ik druk zo hard op mijn pen dat het papier begint te scheuren.
‘Lukt het hier?’ Meneer Thomassen komt naast ons staan.
‘Ja hoor.’ Ik forceer een glimlach.
Daan knikt en ik ben blij dat hij me niet voor schut zet. Meneer Thomassen loopt verder.
‘Kan ik je vandaag spreken?’ Daan legt zijn hand op de mijne en zorgt er daardoor voor dat ik niet meer verder kan schrijven.
Ik trek mijn hand hard weg. ‘Nee.’
‘Wanneer wel?’ dringt hij aan.
‘Geen idee. Laat me met rust.’ Ik begin opnieuw te schrijven en het is voor het eerst dat ik economie daadwerkelijk interessant vind of in ieder geval doe alsof.

Reacties (6)

  • GossipGirl21

    Ach das super van haar.

    2 jaar geleden
  • MR11

    Goed bezig Jasmijn haha

    2 jaar geleden
  • Sombre

    Daan snapt er ook helemaal niets van hé...

    2 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Jongens... *rolt met ogen*

      2 jaar geleden
    • Sombre

      Echt he..

      2 jaar geleden
  • Slughorn

    Oei, ik ben benieuwd. Ergens is het jammer dat ze zich nu volledig afsluit, maar heeeeeel begrijpelijk. Ik ben benieuwd hoe Daan hiermee omgaat.

    Go Jasmijn!

    2 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Die "go" kan ze heel goed gebruiken op dit moment!

      2 jaar geleden
  • IrisThePiris

    Ik snap haar reactie volkomen... Mooi geschreven!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen