Foto bij 13.1

Ik heb precies 40 abo's en ik ben dankbaar en trots tegelijkertijd. Jullie geven me zoveel motivatie om ook aan andere verhalen te blijven schrijven en mezelf te blijven ontwikkelen. So thanks ♥

Zaterdag
Nerveus bijt ik op mijn nagels, terwijl ik voor het verzorgingstehuis op Daan sta te wachten. Ik heb toch verteld waar het was? Voorzichtig, bijna betrapt, glimlach ik, omdat we gisteravond nog lang hebben geappt. Mijn lichaam wilde het liefst slapen, maar ik bleef maar typen. Toen ik uiteindelijk met mijn mobiel nog in mijn hand in slaap viel, bleek Daan nog de stad in te gaan met zijn vrienden. Ik ben blij dat ik het pas vanochtend las, anders had ik me daar druk om gemaakt.
‘Goedemorgen.’
Ik schrik op. ‘Hey.’ Nu pas kijk ik hem goed aan en ik deins iets achteruit. Automatisch steek ik mijn hand uit en raak voorzichtig de grote, blauwe plek aan onder Daans linkeroog. ‘Wat is er gebeurd?’
‘Klappen gehad. Niets om je druk om te maken.’ Hij schraapt zijn keel. ‘Laat me eens zien waar jij blij van wordt.’
Ik ga Daan voor naar binnen en probeer me daadwerkelijk niet druk te maken om die plek op Daans gezicht.
‘Goedemorgen Jasmijn. En…’ Mevrouw Zwart, de hoofdverpleegkundige, komt naar ons toe.
‘Daan. Ik wilde graag eens zien waar Jasmijn zo graag over vertelt.’
‘Oké.’ Haar pieper gaat. ‘Leuk je te ontmoeten.’ Gehaast loopt ze weg. ‘Ga jij naar meneer Simons?’ roept ze me na.
‘Ja!’ Ik glimlach. ‘Meneer Simons is mentaal de sterkste man die ik ken, zeker op zijn leeftijd. Hij is vanaf zijn middel verlamd, maar dat heeft hij met zijn positieve houding kunnen accepteren.’ We lopen zijn kamer binnen.
‘Ha bloempje, ik zat al op je te wachten.’ Zijn ogen twinkelen.
‘Goedemorgen meneer Simons. Hoe gaat het met u?’
‘Ik loop nog even hard als altijd. Wie heb je meegenomen?’ Hij knijpt zijn ogen iets samen.
‘Dit is Daan. Daan is een…’ Ik kijk even opzij. ‘Daan is een vriend van me.’
‘Liefde is prachtig.’ De oude man pakt een kaart van tafel. ‘Deze is voor jou, als je in het nieuwe jaar tenminste ook hier blijft helpen.’
‘Dank u. Mag ik het hier al openmaken?’
‘Natuurlijk, natuurlijk. Ha jongen, ik ben meneer Simons. Wat was je naam ook alweer? Pas je goed op dat mooie kind?’
Ik open de envelop en zie de handgemaakte kaart. In een schuin handschrift met lange halen staat dat me fijne kerstdagen en een prachtig nieuwjaar wordt gewenst, maar dat het daar niet ophoudt. Het nieuwe jaar zal me kansen bieden waar ik al lang op hoop, als ik zelf mijn dromen durf na te jagen. Ik bijt op mijn lip en dring mijn tranen terug. ‘Meneer Simons, het is prachtig. Dank u,’ zeg ik zacht.
‘Die kaart heb ik van mevrouw De Vree gekocht hoor. Je denkt toch niet dat ik zelf ga friemelen met dat ellendige spul?’ bromt hij.
Ik glimlach. ‘Dan zal ik haar straks ook bedanken. Gaat u mee, dan gaan we koffie zetten.’
‘Dan zal je me toch echt moeten duwen.’
‘Niet zo nors hoor, dan laat ik u staan.’
Zijn mondhoeken krullen kort omhoog. ‘Is ze ook zo streng tegen jou, Daniël?’ Hij kijkt Daan aan.
‘Minstens even streng, meneer. Maar ik denk dat we dat nodig hebben, zo’n felle dame.’
Ik waardeer het dat Daan niet direct hem corrigeert om de verkeerde naam, maar dat hij doet wat ik telkens ook probeer, namelijk de bewoners een goed gevoel geven.
‘Mijn vrouw, dat was ook zo’n dame.’ Meneer Simons begint uitgebreid te vertellen en Daan luistert aandachtig.
Ik laat ze achter bij de koffietafel en haal mevrouw De Vree op, die hier sinds vorige week woont.
‘Dag Jasmijn, fijn dat je er bent.’ Ze staat moeizaam op en pakt haar rollator vast. Langzaam schuifelt ze met me mee.
‘Ik hoorde van meneer Simons dat u de kaart had gemaakt die ik van hem kreeg. Wat een prachtig kunstwerk zeg.’
‘Dank je. Wie is die jongeman?’ Ze tuurt nieuwsgierig naar Daan.
‘Dat is Daan, een vriend van me.’ Het voelt al minder beladen om hem een vriend te noemen, niet in de laatste plaats omdat Daan het nu niet hoort.
‘Wat een knapperd. Zo zo. Hoe lang zijn jullie al samen?’
Ik glimlach. ‘Hij is niet mijn vriendje. Ik ken hem van school en we kunnen het goed met elkaar vinden.’
‘Ah. Ik ga even kennis met hem maken.’ Dapper schuifelt ze verder en ik weet niet of ik door dat beeld blij wordt of juist verdrietig. Ze heeft nog zoveel levenslust, maar haar lichaam werkt niet meer mee. Het zorgt ervoor dat ik me steeds extra bewust wordt van wat ik allemaal heb en dat nu mijn kans is om echt voluit voor mijn dromen te gaan, voordat ik achter een rollator sta.

‘Hoe is het met je?’ Daan kijkt me onderzoekend aan, terwijl we naar het zwembad fietsen.
‘Goed. Ik word er altijd heel rustig van om daar te zijn. Hoe vond jij het?’
‘Hoe vond jij dat ik het deed?’
‘Je zag er rustig uit, meer ontspannen dan gewoonlijk. De bewoners waren allemaal dol op je en dat vond ik leuk om te zien. Het was fijn dat je mee was.’ Ik kijk Daan niet aan.
‘Ik had je nog nooit zo jezelf zien zijn en ik denk te weten waarom. Je was zo kwetsbaar. Die vriend van je zus had gelijk toen hij zei dat je de belichaming van gevoel bent. Iedereen voelt hoe echt je bent, Jasmijn en de goede personen koesteren dat. Anderen walsen compleet over je heen. Kwetsbaar zijn in deze wereld, op deze leeftijd…Het kan je niets anders dan pijn opleveren.’
‘Maar ook heel veel mooie dingen. Het is iets wat me onzeker maakt, maar tegelijkertijd één van de weinige dingen waar ik trots op ben wat betreft mijn karakter.’
‘Meneer Simons vertelde me dat ik voorzichtig met je om moest gaan.’
‘Dat is wijze raad.’ Ik begin automatisch harder te trappen.
‘Helemaal niet.’
Ik kijk opzij. ‘Waarom niet?’
‘Jij hebt niet iemand nodig die je behandelt als een porseleinen pop. Je bent onwijs sterk, je redt je in je eentje wel als dat nodig is. Het enige wat iemand voor jou kan betekenen, is jou leren om voor jezelf op te komen.’
‘Ik denk dat je gelijk hebt,’ mompel ik.
Daan glimlacht. ‘Die blauwe plek op mijn wang, die komt door Jeff. Eén van…’
‘Die jongens op de scooters,’ vul ik aan, want ik wil niet horen dat hij ze vrienden noemt.
‘Ik zal niets van zijn woorden herhalen, maar het was lelijk, Jasmijn en het ging over jou. Hij heeft zijn oog helemaal dicht geloof ik. Hopelijk doet hij geen aangifte.’
‘Dat kan ik me niet voorstellen. Maar…Dankjewel dat je voor mij bent opgekomen.’
‘Graag gedaan. Al denk ik dat je nu een keer met me uit moet gaan, omdat ik geen vrienden meer heb.’ Daan grinnikt.
‘Ik weet hoe stoer jongens doen als ze met elkaar zijn, Daan. Je moet geen vriendschappen verbreken, omdat ze eens iets lelijks over iemand zeggen.’ Met hem uitgaan, lijkt me verschrikkelijk, al is dat alleen om de club. Een avond met hem zijn, vind ik namelijk helemaal geen slecht vooruitzicht.
‘Het was niet stoer doen, het was achterlijk gedrag. En het was geen vriendschap, dat wist jij al voordat ik het wist. Het interesseert me niet, ik weet wat ik kan verliezen en wat niet en dit viel zonder twijfel in de eerste categorie.’
Het is heerlijk als Daan zich ergens druk over maakt, omdat hij dan veel scherper is.

Reacties (6)

  • Spiridakos

    Lief dat hij voor haar op kwam! Ben stiekem wel benieuwd nu wat er gezegd is ;D

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Sommige dingen kunnen beter nooit meer opnieuw uitgesproken worden...

      1 jaar geleden
  • GossipGirl21

    Schattig:)

    1 jaar geleden
  • IrisThePiris

    Wauww top weer dit stuk(Y)Ik kan er nog steeds niet over uit hoe goed dit verhaal is!

    1 jaar geleden
  • Slughorn

    Nawh leuk (:

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Lang leve Jasmijn, Daan en de oude mensjes (:

      1 jaar geleden
  • Teal

    Liefff

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen