De kleren waren schoon, het eten was warm, het bed was zacht. En toch was het niet goed voor Remus. Hoewel Lily aardig deed en Harry wel wat rondhobbelde, was de sfeer gespannen zodra James de kamer binnen kwam lopen. Dat deed hij vaak. Zodra Lily of Harry bij Remus in de kamer was, zat James er ook. Dan begon hij spontaan een tijdschrift te lezen, of schoon te maken, of zelfs maar gewoon te zitten. Het ontging Remus niet dat hij negen van de tien keer zich tussen Remus en de anderen in parkeerde.
      Het ontging Lily ook niet. Telkens als hij 'spontaan' de kamer binnen kwam, wierp ze hem een vragende blik toe. Moest hij daadwerkelijk iets ergens anders doen, dan vroeg hij of Remus hem kwam helpen en stond Remus in de andere kamer te wachten tot James eindelijk het apparaat weer aan de praat had of het bed had opgemaakt.
      Hij gaf James geen ongelijk, dacht Remus terwijl hij zat te kijken hoe Harry aan het kleuren was. Erg veel systematiek zat er niet in, maar de bonte verzameling van strepen zag er erg kleurrijk uit. Hij volgde de lijntjes met zijn ogen, waarna zijn blik weer op zijn handen viel, die op zijn schoot lagen. Harry's handen waren nog klein, maar maakten dit al. Hoe mooi moest het zijn om te creëren met je handen in plaats van te verwoesten?
      "Wil je ook meedoen?" Lily's stem haalde hem uit zijn gedachten. Hij keek op naar haar. Ze wenkte hem. "Kom erbij zitten, er zijn genoeg krijtjes."
      Aarzelend stond hij op. Bij Lily en Harry aan tafel zitten? James zou ontploffen als hij dat zou zien. Maar hij wilde het wel. Hij wilde ook mooie kleuren maken op papier.
      Hij pakte een van de krijtjes vast. Hoe moest hij hem vasthouden? Met wat moeite probeerde hij Harry's stevige greep te imiteren. Een grote vuist en stevig vasthouden, en dan op het papier zetten?
      Lily lachte. "Ken je het niet?" Remus schudde zijn hoofd en keek naar beneden. Voor de zoveelste keer werd hij geconfronteerd met het feit dat hij niks kon. Wat deed hij hier? Dacht James nou echt dat hij zou kunnen meedraaien in de mensenwereld? Hij kon niks, zelfs niet kleuren.
      Lily's aanraking liet hem opkijken. Geduldig vouwde ze zijn vuist open en herschikte zijn vingers tot hij blijkbaar wel de goede greep had. Toen pakte ze zijn hand vast en zette de punt op het papier. Langzaam maakte ze cirkels.
      "Zo, dan kan jij ook," zei ze. Remus keek naar haar en glimlachte. De afgelopen twee dagen had Lily er alles aan gedaan om hem erbij te betrekken. Zelfs als ze het raar vond dat een jongeman zo weinig kennis van de wereld had, dan liet ze het niet merken. Toen zag hij James in de deuropening staan. Zijn glimlach vervaagde.
      "Remus, kom je me helpen?" Aan zijn toon te oordelen duldde hij geen tegenspraak.
      Remus stond al bijna toen Lily sprak. "Hij is hier bezig." James' blik schoot van Remus naar Harry. Remus beet op zijn lip. "Kan ik je even spreken, James?"
      Ver liepen Lily en James niet. Ze kwamen tot de aangrenzende keuken, waar James dankzij de open deur nog steeds toezicht kon houden op Harry - en op Remus. Remus boog zich over het papier heen en begon gekleurde strepen te zetten. Hij wilde zich concentreren, maar hij kon niet. Hij wist al te goed waar ze over zouden praten. Over hem.
      "Wat is er met je aan de hand?" Ondanks dat ze fluisterden, kon Remus precies verstaan wat ze zeiden. Lang leve zijn weerwolfzintuigen.
      "Niks."
      "Zeg dat niet. Ik ben niet blind! Ik zie ook wel hoe je je rondom Remus gedraagd."
      Remus wilde de woorden buitensluiten. Hij wilde niet horen hoe ze, ondanks hun gefluister, tegen elkaar aan het schreeuwen waren. Hoe zijn aanwezigheid hun gezin uit elkaar zou trekken. Lily was zo warm geweest tegen hem. En dan was dit hoe hij haar zou terugbetalen?
      "Je begrijpt het niet!"
      "LEG HET ME DAN UIT!"
      Nee, nee, nee, hij wilde het niet horen! Konden ze niet stoppen? Kon het geluid niet gewoon verdwijnen, of hij verdwijnen? Hij kneep zijn handen tot vuisten. Het krijtje in zijn handen knapte met een luide krak. Remus opende langzaam zijn hand en staarde naar de stukjes die op het papier vielen. Zie je wel! Hij was niet om te maken. Zelfs mooie dingen maakte hij kapot. Hij was een wandelende ramp, gemaakt om te vernietigen.
      "Hij is- Het zit zo-"
      Remus drukte zijn handen tegen zijn oren. Nee! Haal hem hier weg! Harry keek op van zijn tekening en imiteerde de beweging van Remus met een ondeugend glimlach. Remus wilde glimlachen om de kleine jongen die hem zo onschuldig aankeek, maar hij kon het niet. Hij kon niet doen alsof alles goed was, alleen omdat er een pup aanwezig was.
      "Nou?" De handen blikten het geluid amper. Ondanks dat hij Lily niet kon zien, kon hij zich inbeelden hoe de vurige dame met de handen in haar zij stond en met haar voet ongeduldig op de grond tikte.
      Hij boog zich voorover, met zijn voorhoofd op de tafel. Het werkte niet om zijn hoofd te legen. Om James' woorden buiten te sluiten.
      "Hij is een weerwolf!"
      Remus sprong overeind. Zijn stoel viel met een harde klap op de grond, maar hij merkte het niet. Blindelings rende hij weg uit de kamer. Weg van die veroordelende woorden. Weg van de blik van Lily die zou gaan volgen, vol walging en angst. Zijn voeten brachten hem automatisch naar de logeerkamer waar hij de afgelopen nachten had doorgebracht.
      Zijn schouders schokten terwijl hij zich op het opgemaakte bed liet vallen en opkrulde als een balletje. Hoe had hij ooit in zijn hoofd kunnen halen dat Lily hem wel zou accepteren? Dat ze naar hem zou blijven glimlachen zoals ze deed, net zoals ze naar haar zoontje keek? Hij hoorde hier niet. Hij was geen mens.
      Een zachte klop op de deur haalde hem uit zijn gedachten. Hij had niet eens doorgehad dat hij de deur gesloten had.
      "Remus? Mag ik binnenkomen?" Toen hij niet antwoordde, ging de klink alsnog naar beneden en kwam Lily hoe dan ook binnen gelopen. Remus deed niet eens moeite om overeind te komen of het te laten lijken alsof hij niet ingestort op het bed lag. Ze zou er toch wel doorheen kijken, en nu had hij een reden om de andere kant op te kijken en haar vooral niet te zien.
      Het bed deukte in toen Lily naast hem ging zitten. Remus bleef naar de matras staren. Als hij maar lang genoeg zou doen alsof ze er niet was, dan zou dat misschien waar worden.
      Ze was stil. Hij was ook stil. De woorden die ze uit moesten spreken hingen in de lucht. Waarom had hij niks gezegd? Waarom was hij hier en bracht hij haar zoon in gevaar? Wanneer zou hij weggaan?
      Uiteindelijk was het toch Remus die de stilte brak. "Sorry."
      Lily legde haar hand op zijn schouder. Hij kromp ineen. Hij verdiende die aandacht niet. Die genegenheid haast. "Waarvoor?"
      Remus haalde zijn schouders op. "Voor dit allemaal. Voor dat ik jullie levens ben binnengedrongen en dat jullie nu ruzie hebben en..." Zijn stem stierf weg.
      "Je hoeft je niet te verontschuldigen," antwoordde Lily. "Ik ben niet boos op jou of James. Ja, hij had het meteen kunnen vertellen, maar ik snap hem wel. Hij deed wat hij dacht dat het beste was. Voor ons. Voor jou."
      "Voor Sirius."
      Hij keek op. Lily glimlachte wel naar hem, maar het bereikte haar ogen niet meer. Daarin stond een immens verdriet geschreven. "Voor Sirius," herhaalde ze zijn woorden.
      Heel even zaten ze weer in stilte, beide verzonken in hun eigen gedachten. Ditmaal was het Lily die de stilte brak. "James denkt dat ik het niet weet," zei ze. "Dat hij de enige is die doorheeft hoe Sirius langzaam maar zeker steeds verder in die afgrond valt. Hij denkt dat hij me beschermd. Mij en Harry. Maar ik zie het wel. Ik zie hoe de keuze om Secret Keeper te worden van ons tijdens de oorlog en daarmee ons veilig te houden ten koste van alles wat hij had aan hem knaagt. Hij is alles verloren die avond, en dat is onze schuld. Voor ons is hij achtergebleven en heeft hij zich niet met het laatste grote gevecht bemoeid. Had hij dat wel gedaan, dan was alles anders geweest, maar hij heeft onze veiligheid, de veiligheid van Harry, boven zijn eigen welzijn en dat van Reg gesteld. En het maakt hem kapot vanbinnen. Ik weet niet wat hij je verteld heeft, waarom hij je in huis gehaald heeft, maar hij is aan het breken. Hij houdt zich vast aan de laatste strohalmen die hij heeft, of misschien zijn die strohalmen eigenlijk het touw die hem nog dieper naar beneden trekken. En James wil niet dat ik het weet, wil niet dat ik me schuldig voel dat we hem gevraagd hebben. Die last wil hij alleen dragen, en ik heb geen andere keuze dan hem laten denken dat ik het niet zie. Het zou James anders kapot maken."
      Ze glimlachte waterig naar Remus, maar hij zag de tranen in haar ogen staan. Langzaam kwam hij overeind en sloeg een arm om haar heen. Ze trok niet weg, maar vleidde zich juist tegen hem aan. Het was iets wat hij niet verwacht had.
      "Ik weet ook niet waarom ik je dit vertel." Ze lachte kort. Er klonk geen humor in door. "Misschien omdat ik je dat verontschuldigd ben. Jij zegt sorry, maar ik ben degene die mijn excuses moet aanbieden en je moet smeken om vergiffenis. Alles wat Sirius je heeft aangedaan is mijn schuld. Ik heb hem gebroken en jij hebt ervoor betaald. Het spijt me, Remus. Voor alles. Kan je me ooit vergeven?"
      "Er is niks te vergeven," zei hij. Hij meende het. Hij nam haar niks kwalijk. Zij was alleen maar goed voor hem geweest.
      "Er is meer dan genoeg te vergeven," was haar antwoord. "Je bent gewoon te goed. Weet dat mijn deur altijd voor je open staat als je het nodig hebt en dat je zo lang kan blijven als je wil. Mens, weerwolf, het maakt me niet uit. Jij bent geen bedreiging, zelfs al twijfelt James daar wat aan. Dat laat je nu wel zien. Je bent een goed persoon, Remus, met een prachtig hart. Ik ben blij dat je er bent."
      Dit was het moment dat Remus brak.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here