Foto bij Scar 37

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik kan niet ontkennen dat de eerste keer dat Paige in mijn appartement zou slapen in mijn hoofd wel wat anders was, maar ik kan niet klagen. Ze vertrouwt me. En dat is het belangrijkst.

Wanneer ik de volgende ochtend de slaapkamer uit naar de woonkamer wil lopen, kan ik mezelf er nog maar net aan helpen herinneren om een joggingbroek en shirt aan te trekken in plaats van enkel in mijn boxershorts door het huis te sjouwen. Stel je voor, dat ik halfnaakt op Paige af zou stappen. Dat zal ze me niet in dank afnemen.
Dus in een grijze joggingbroek en een zwart t-shirt doe ik de deur open. Terwijl ik een paar keer mijn handen door mijn haar haal in de hoop om het te fatsoeneren, zie ik dat Paige al wakker is en haar spullen bijeen aan het zoeken is.
‘Ik ben in slaap gevallen.’ Ze kijkt niet eens naar me op. Ze heeft me waarschijnlijk toch al gehoord.
‘Ja.’
‘Sorry daarvoor,’ zegt ze en dan kijkt ze me toch aan. Haar haar zit iets door de war vanwege het slapen en haar ogen zijn iets dromeriger dan normaal. Er ligt een blos op haar wangen.
Ik frons en leun tegen de deurpost aan. ‘Dat is niet erg, hoor.’
Ze haalt haar schouders op. ‘Het wekte vast niet de indruk dat ik super veel interesse in je gesprek had.’
‘Je was gewoon moe,’ zeg ik en ze knikt. Toch zie ik aan haar dat ze nog steeds vindt dat het respectloos van haar was. Ik zie het zelf totaal anders. Ik ben juist blij dat ze zich hier genoeg op haar gemak voelt om in slaap te vallen.
Ik kijk nog eens goed naar haar terwijl ze haar telefoon in haar broekzak doet. De verhalen die ze me verteld heeft over haar familie zijn nog steeds onvoorstelbaar. Mijn familiebanden zijn ook verre van normaal, maar ik krijg wel nog altijd een uitnodiging om Kerst te komen vieren, ook al wijs ik dat aanbod altijd af. Altijd werk ik tijdens Kerst, eigenlijk alleen maar omdat ik dan een excuus heb om niet op te komen dagen. Nu dat Marco de touwtjes in handen heeft, weigert hij mij die dagen de extra diensten te geven, in de hoop dat ik toch naar mijn ouders ga om het daar te vieren. Toch eindigt het altijd maar met dat ik alleen thuis zit te drinken of dat ik een meisje mee naar huis neem van de bar. Meestal het eerste. Maar toch ben ik thuis welkom. Ik zal misschien niet echt verwelkomd worden, maar ik ben wel welkom. Ik kan me moeilijk inbeelden hoe het is om helemaal geen familie meer te hebben om op terug te vallen.
Ze strijkt een lok warrig haar weg achter haar oor en loopt langs mij heen naar de kapstok, waar ze haar jas pakt.
'Dan zie ik je morgen weer,' zegt ze. Zij moet vandaag weer naar werk, maar ik moet een dag vrij nemen. Blijkbaar hoort dat de dag nadat je in het ziekenhuis bent geweest. Bullshit. Ik voel me prima.
Ik knik en open de deur voor haar. Voordat ze weg wil lopen, draait ze zich nog even naar me om.
'Nathan, ik..' begint ze een beetje stotterend en ze raakt even met haar vingertoppen mijn wang aan, waardoor er bijna een huivering door me heen gaat. Wat ze ook wilde zeggen of doen, ze heeft zich duidelijk bedacht, want ze trekt haar hand terug en zegt op bijna zakelijke toon: 'Dank je wel.'
Daarna loopt ze zeg en ik kijk haar nog even na, maar wanneer ze uit het zicht verdwenen is sluit ik de deur. Opeens is het veel te stil in mijn appartement.

De rest van de dag breng ik voornamelijk bij Benjamin door. Hij was zo ongeveer nog minder blij me te zien dan ik had verwacht, maar hij liet me wel binnen. Ik heb boodschappen voor hem gedaan, om zijn dieet van frisdrank, heroïne en nacho's te veranderen naar iets versere, minder dodelijke producten. Ik heb in het huis schoongemaakt. Er zat zo'n grote laag stof op zijn stofzuiger, dat ik denk dat hij ook maar nooit íéts gedaan heeft om het schoon te houden. Alle drugs die ik tegenkom, spoel ik door de wc. Dingen die zo kapot zijn dat ze niet meer bruikbaar zijn gooi ik weg. Uiteindelijk weet ik drie volle vuilniszakken te vullen. Ik repareer de kapotte leidingen en zorg ervoor dat hij weer warm water heeft. En ik betaal ook zijn achterlopende rekeningen en huur. Hij vroeg waarom ik dat met mijn eigen geld deed. Ik antwoordde dat hij het me later terug kon betalen. Ik weet nu al zeker dat ik dat geld nooit meer terug ga zien, maar het is beter dan dat hij uit huis gezet wordt. Dan maar even niet op vakantie de komende tijd. Ik was het toch al niet van plan.
Dan ga ik aan tafel zitten en gebaar dat hij hetzelfde moet doen. Ik zie aan hem hoe onnatuurlijk het voelt voor hem om met iemand om te gaan, om een gesprek aan de eettafel met iemand te hebben. Ik begin hem uit te leggen over hoe hij het beste zijn connecties met de drugswereld kan verbreken en hoe hij het beste af kan kicken en een nieuw leven kan beginnen. Nadat ik ben uitgepraat vraagt hij: 'Waarom zou ik dat allemaal willen?'
'Als je geen beter leven zou willen krijgen,' zeg ik kalm, 'zou ik hier nu niet zitten. Bovendien geloof ik niet dat je dit echt wilt. Dit leven. Ik weet dat je niet op zou willen houden met de drugs, dat dat onmogelijk voelt. Dat snap ik. Je lichaam is eraan verslaafd. Je kan niet opeens stoppen. Maar ik weet wel zeker dat je wilt dat dat niet meer hoeft. Dat je onafhankelijk wilt kunnen zijn. Dus houd op met die onzin en geef me de kans om je daarbij te helpen, want, Ben, je kunt dat niet alleen. Echt niet. Niemand kan dat.'
Hij kijkt naar de grond, maar dan scheurt hij zijn blik toch los van de planken en kijkt me aan. ‘Waarom doe je dit?‘
‘Je bent negentien.’
Hij schudt kwaad zijn hoofd. ‘Ik ben negentien en jij bent echt niet heel veel ouder. Je bent gewoon een neef van me. Je bent maanden geleden al weggelopen van je belofte om “voor mij te zorgen”. Je bent mijn broer niet.' Hij staat op en geeft een klap tegen zijn borst. 'Ik kan prima voor mezelf zorgen! En het maakt niet uit welk label je me geeft! Ik heb je niet nodig! Ik heb verdomme niemand meer nodig!'
Er snijdt een nieuw litteken door de huid van zijn onderarm en hij probeert het niet eens te verbergen. Blijkbaar zag hij het zelf ook niet helemaal aankomen. En dan begint hij te huilen. Hij zakt door zijn knieën en gaat op de grond zitten, zijn gezicht verborgen achter zijn handen. Met een stekende pijn in mijn borst sta ik op en ik kniel bij hem neer. Hij stribbelt niet tegen wanneer ik mijn armen om hem heen sla.
'Ik kan het niet,' snikt hij.
'Jawel. Dat kun je wel,' beloof ik hem.
Hij kruipt dichter tegen me aan, alsof hij wanhopig zoekt naar de troost die alleen hij aan zichzelf kan geven.
'Ik wil niet dat mama met zo ziet,' zegt hij en ik weet wat hij bedoelt. Hij bedoelt de ingevallen wangen, verwijde pupillen, afgekloven nagels, donkere kringen om zijn ogen, gele tanden en nicotinevlekken op zijn trillende handen.
'Je moeder houdt van je. Hoe je ook bent. Zullen we gewoon een keer langsgaan? Ze zal echt blij zijn om je te zien. Ze heeft het nog echt heel vaak over je.'
'Ik kan... Ik ben er nog niet klaar voor,' mompelt hij en hij maakt zich van me los. Verwoed veegt hij de tranen van zijn wangen, zijn schouders nog steeds lichtjes schokkend.
'Is goed,' zeg ik en ik denk aan Johanna, die dag in dag uit in het verpleeghuis zit, al maandenlang wachtend op de zoon die maar niet komt. 'Ze gaat toch nergens heen.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Awh... Ik hoop dat Nathan Benjamin weer op het rechte pad kan krijgen!

    5 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen