Foto bij H.126.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ja, tuurlijk. Een pretpark lost alles op. denk ik bitter bij mezelf. Gewoon twee mentaal volledig stabiele mensen die besluiten om in een andere achtbaan te zitten dan degene die we leven noemen. Wat kan er mis gaan?

James POV


Ik haat pretparken. De mensen zijn er te blij en het ruikt er naar kots. Maar ik moet toch íéts? Bovendien is Gioa zelf nooit naar een pretpark geweest. Haar ouders vonden het niks aan, waar ze groot gelijk in hadden, en nadat haar vader lossloeg waren gezellige familie-uitjes al helemaal geen optie meer.
Bovendien moet ik toch íéts doen? Ik kan toch niet kijken hoe ze blijft huilen en huilen tot ze leeg is en zich daarna weer vult met verdriet om het opnieuw te kunnen doen? Ze lacht wel en soms is het ook wel oprecht, maar als je zou zien hoe haar handen trillen wanneer ze die om een kop thee klemt, zou je zweren dat er gewoon iets gebróken is binnenin haar. Ze heeft zo veel gehuild dat het bijna gewoon lijkt alsof ze nu nog steeds de sporen van tranen op haar wangen heeft liggen. Ik denk dat er gewoon iets kapot is gegaan op het moment dat ze besloot bij Evan weg te moeten, dat haar hart aan stukken gescheurd is en haar ribben eromheen zijn versplinterd.
En als ik het niet voor haar moet doen, moet het voor mezelf. Haar wisselende gedrag maakt me zo bang dat ik midden in de nacht wakkerschrik met beelden van ambulances, Gioa in een plas bloed, haar bleke gezicht, haar trillende adem. Bloed. Zo veel bloed. Maar daar kan ik haar niks over vertellen. Als ik dat zou doen, zou ze zich schuldig gaan voelen. En nu hebben we geen tijd voor schuldig, want we lopen door een pretpark.
En Gioa kijkt haar ogen uit. Voor het eerst in maanden lijkt ze écht geïnteresseerd in iets. Ze sleurt me aan de mouw van mijn jas mee naar allemaal plekken. Al snel eindigen we in een achtbaan. Er komt iemand langs om te checken of alle gordels goed vastzitten en dan komen we in beweging. Ze maakt een klein geluid van schrik en grijpt met haar hand mijn pols vast, ze klauwt haast in de stof. Maar ze lacht wel, ook al is het zenuwachtig. Ik probeer te voorkomen dat mijn gezicht vertrekt. Ik heb haar geleerd hoe ze een kogel door iemands hoofd schieten; ik zou niet bang moeten zijn voor achtbanen. Ik vraag me af of ze me ermee zou plagen als ze erachter zou komen.
We worden omhoog getakeld en ik voel het geratel van de kettingen door mijn botten. Even is er dat moment van stilte. En dan vallen we. De anderen in het karretje beginnen en te gillen en ik klem gewoon mijn kaken op elkaar, schreeuw tussen mijn tanden door. Maar als ik opzij kijk, naar Gioa, zie ik gewoon dat haar mond openhangt van overweldiging en haar ogen groot zijn. Dan begint ze te lachen. En zelfs wanneer we over de kop gaan, wat een normaal functionerend mens zichzelf nooit zou laten overkomen, als je het mij vraagt, blijft ze volledig extatisch. De laatste keer dat ik haar zo gelukkig heb gezien, is maanden geleden.
Wanneer we weer uit kunnen stappen, heb ik slappe benen en ben ik duizelig. Het is ook gewoon niet natuurlijk, zo'n achtbaan. Er is ongeveer honderdtwintig procent kans dat ik zojuist overleden ben. Gioa, echter, heeft nog nooit zo levendig gekeken, ondanks dat haar haar door de war zit en haar handen trillen van de adrenaline.
Ze draait zich naar me om en verklaart uitbundig: 'Dat was echt heel gaaf!'
Ik glimlach zwakjes en knik. Het was helemaal niet gaaf, het was levensgevaarlijk. Ik had wel dood kunnen gaan. Zo voelde het in ieder geval wel.
Dan fronst ze opeens bezorgd en stapt behoedzaam naar me toe. Met haar hand raakt ze aarzelend mijn schouder aan. 'Ben je misselijk?'
Ik schud lichtjes mijn hoofd. 'Nee,' grom ik met opeengeklemde kaken. Ik kan normaal gesproken vrij goed liegen, maar niet wanneer ik het gal in mijn keel voel branden.
Ze ziet duidelijk door mijn leugen heen en pakt mijn onderarm vast. Ze trekt er zacht aan. 'Kom, dan gaan we even ergens zitten.'
We lopen door het park, haar vingers nog steeds om mijn mouw geklemd.
'Mensen gaan denken dat we een stelletje zijn,' bezwaar ik.
'Dan zal ik ze vertellen dat je mijn mentaal achterlopende broertje bent en dat je tegen een boom aan zal lopen als ik je loslaat. Volgens mij is dat wel redelijk geloofwaardig, want je ziet er niet al te fris uit,' sneert ze. Ik denk dat ze de afgelopen drie maanden op geen moment zoveel woorden achter elkaar gezegd heeft. Ze wordt weer koppig en vinnig, zoals ik haar ken.
Ik wil er iets scherps op terugzeggen, maar haar pas wordt ineens heel langzaam en ze kijkt opzij. Ik volg haar blik, verwachtend dat ik niks zal zien, dat ze weer hallucineert, maar dat is niet het geval. Haar blik lijkt deze keer vastgezogen op een jonge vrouw van misschien twintig. Ze zit met een telefoon bij haar oor te hartstochtelijk huilen, haar vrije hand voor haar gezicht.
‘Ja, dat had gemunt. Maar zo ís het niet gegaan, Nathaniël! Jij ging weg! Jij ging wég!’ gilt ze in de telefoon, alsof ze haar hart eruit wil schreeuwen.
Zou het haar aan Evan doen denken? Zou ze denken dat hij ook boos op haar is omdat ze is weggegaan?
‘Donna,’ zeg ik, gezien dat haar nieuwe schuilnaam is. Het duurt een paar seconden voordat ze doorheeft dat ik het ben en ze kijkt naar me op.
‘Sorry,’ zegt ze en ze kijkt nog kort naar de vrouw, die nog steeds snikkend in de telefoon stamelt. Dan kijkt ze weer terug. ‘Ik raakte even afgeleid.’
Ze slikt iets weg en loopt weer door. Ze blijft er duidelijk mee in haar maag zitten, maar ze gaat wel weer verder.
Nee, ideaal is het zeker niet. En ze heeft meer tijd nodig dan ik eigenlijk had gedacht, maar misschien komt het nog wel goed met ons.

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven. Fijnne kerst

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Leuk een keer een hoofdstukje via James!

    2 jaar geleden
  • Luckey

    leuk hoofstukje
    hahaha james kan niet tegen acht banen
    ze mist evan nog elke dag

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen