Foto bij Agent Holemen & The Doctor [Part 1]

SHIELD facility, some miles east of Garden City, Kansas, 8:25 AM CST, March 13th 2010

Het beloofde weer een saaie dag te worden.
      Ik ben Rebecka Holemen, negentien jaar oud, agent-in-opleiding bij SHIELD. Dat klinkt misschien spannend, maar het enige zenuwslopende dat de afgelopen tijd is gebeurd, is dat Coulson te laat op het werk was.
      In plaats van achter buitenaardse wezens te rennen of criminele meesterbreinen op te pakken, patrouilleerde mijn divisie bij één van SHIELD's faciliteiten. In Kansas. Waar haast niks gebeurt.
      Verveeld stond ik in de hoek van een laadruimte. Alles was ondergronds, dus je kon ook niet even naar buiten kijken. Nog even en mijn groep zou langskomen voor de wisseling van de wacht, om daarna met z'n allen te gaan trainen.
      Ik zuchtte. Toen Barton zei dat deze baan de wereld zou redden, had ik toch wel iets anders verwacht.
      Net toen ik het nut van deze opleiding overpeinsde en ik me afvroeg of ik toch niet beter naar de universiteit had kunnen gaan, hoorde ik opeens een geluid. Alsof iemand iets over de vloer sleepte.
      Ik hield mij geweer iets beter vast. ‘Hallo?’ Mijn stem echode door de ruimte.
      Niets. Onbehaaglijk vroeg ik me af wat ik moest doen. Op mijn post blijven, of erachteraan gaan?
      Nerveus keek ik naar waar mijn groep op elk moment vandaan kon komen. Het zou nogal wat wenkbrauwen doen optrekken als ik voor niets weg was, dus ik besloot te blijven.
      Mijn portofoon kraakte. ‘Holemen, report to base.
      Onhandig hield ik het ding bij mijn mond. ‘Verdacht geluid in laadruimte 3. Verzoek om het te onderzoeken.’
      Weer gekraak. ‘Dat zal waarschijnlijk de nieuwe vracht zijn. Blijf op je post.’
      Ik wist niets af van een nieuwe vracht, maar ik deed wat de teamleider me opdroeg. Ik wilde liever niet in mijn eerste jaar er gelijk uitgeschopt worden.
      Even later liep mijn groep eindelijk langs. Ik sloot bij ze aan en we gingen verder naar de volgende laadruimtes, om zo uiteindelijk bij de barakken te komen. Dat had geen problemen moeten opleveren, ware het niet dat er onderweg wat onvoorziens gebeurde.
      Bij de ‘nieuwe vracht’ zat een Brits blauw politiehokje. Ik wist niet dat die dingen nog bestonden, maar deze scheen in goede staat te zijn. Het zag er vreemd uit tussen al die houten kratten.
      ‘Wat doet dat ding hier?’ fluisterde ik tegen een teamlid.
      ‘Wat ding?’
      ‘Dat blauwe ding. Je gaat me niet vertellen dat het magisch is.’
      ‘Oh.’ Ze haalde haar schouders op en leek het toen weer vergeten te zijn.
      ‘Meneer, bezoekers hebben geen toestemming om hier te komen. Uw papieren graag.’
      Dat was onze teamleider, gericht naar een man die hier inderdaad niet leek te horen. Hij droeg een bruine, lange trenchcoat over een groezelig krijtstreeppak. Met zijn haar zo in de war leek het alsof hij alles niet meer op een rijtje had, maar hij liet een portefeuille met een wit papier erin zien. ‘Alles is in orde, jongens. Verrassingsinspectie.’
      ‘Daar hebben wij helemaal niets van gehoord,’ sputterde onze teamleider tegen.
      ‘Daarom is het ook een verrassing. Nou, chop chop, ga maar verder,’ antwoordde de man. Aan zijn accent te horen was hij Brits, maar SHIELD haalde zijn agenten overal vandaan dat dat me eigenlijk niet verbaasde.
      Schijnbaar waren zijn papieren voldoende, al stond ik te ver weg om ze echt goed gezien te hebben. We gingen verder, maar het zat me toch niet helemaal lekker. Hadden we ooit eerder zo’n inspectie gehad? En waarom was hij alleen, als die dingen meestal in kleine groepen gedaan werden?
      Ik ging wat sneller lopen zodat ik de teamleider in kon halen. ‘Hé, sorry, maar ik ben volgens mij iets heel belangrijks vergeten.’
      ‘Wat nu weer, Holemen?’ gromde hij terug, waarschijnlijk denkend aan hoe hij de overste zou overstelpen met klachten.
      ‘Ik kom jullie zo wel inhalen!’ Ik draaide me om en rende weer terug.
Bij de laadruimte dacht ik even dat de man was verdwenen, totdat ik wat gerommel hoorde uit het blauwe politiehokje. De deur stond op een kier en ik klopte aan. ‘Het is niet de bedoeling dat je hier in gaat.’
      De deur zwaaide nu wat meer open en de man verscheen. ‘Controle.’
      ‘Ik zou graag uw papieren willen zien.’
      ‘Nú?’ Hij klonk klagelijk.
      ‘Nu meteen.’
      Hij wierp me zijn portefeuille toe, die ik nog net opving. Terwijl hij ongeduldig stond te wachten, sloeg ik het hoesje open. Op het papier stond… niets.
      Hoe kon de teamleider hier nou overheen kijken? Het papier was zo wit als het maar kon.
      Met een bruusk gebaar gaf ik het terug. ‘Hier staat niets op.’ Ik richtte mijn geweer op hem. ‘Ga nu onmiddellijk uit dat hokje.’
      De man keek naar het papier, toen naar mij, toen weer naar het papier. Hij leek stomverbaasd. ‘Dat is… interessant. Hoe heet je?’
      ‘Kom van dat hokje vandaan en hou je handen boven je hoofd,’ beval ik. ‘Ik ga het niet nog een keer zeggen.’ Als hij nou eens deed wat ik wilde, kon ik dit rapporteren en kreeg ik misschien wel extra punten. Hopelijk kon ik corvee overslaan.
      De man bewoog zich nog steeds niet. Op dat moment klonk dat vreemde geluid van eerder weer, een slepend iets. Het kwam van achter de laadruimte vandaan.
      Voor een seconde afgeleid zei ik: ‘Wat was dat?’
      ‘Dat is een hele goede vraag. Zeg eens, hoe lang werk je al hier?’
      ‘Een halfjaar,’ antwoordde ik verbluft. Het geluid klonk opnieuw, alleen dichterbij en ook grommend.
      Er klonk gepiep van apparatuur uit het hokje. De man draaide zich om en ging het hokje weer in.
      ‘Hé, wacht even!’ Ik ging hem achterna en stapte binnen. ‘Weet jij wat dat ding is… what the…
      In plaats van een krap hokje, stond ik in wat leek een buitenaards schip. Een heleboel kabels, bruinoranje apparaten en rare kronkels. De ruimte leek zo groot dat het onmogelijk in een politiehokje had kunnen passen.
      De man zei iets, maar ik was zo overstuur dat ik het niet verstond en een paar stappen naar buiten zette. Nog steeds een blauwe box. Ik liep er een half rondje omheen. Nog steeds even klein.
      Vertwijfeld stond ik voor de deur naar binnen te kijken. Volgens mij draaide ik door. En het ergste was, dat als ik dit aan de anderen door zou geven, niemand me zou geloven.
      Het geluid klonk weer, dit keer leek het alsof het van recht achter me kwam. Ik verstijfde. Voor één keer liet ik de doodsangst overnemen. Ik vluchtte het hokje in en sloeg de deur achter me dicht.
      ‘Houd je vast!’ riep die vreemde vent. Hij haalde een hendel over en opeens werden we alle kanten op gegooid.


London, Great Britain, 1:46 PM GMT, March 13th 2010

Toen het ding eenmaal stilstond, realiseerde ik me in wat voor nare situatie ik me bevond.
      Tijdens het heen en weer geschud had ik me vastgeklampt aan een van de rare kronkels. Ik had mijn ontbijt amper binnen gehouden. Inmiddels besefte ik dat, als dit inderdaad een ruimteschip is, die gast dan wel een alien zal zijn. Of gewoon een gek.
      En dat betekende dan ook gelijk dat ik door buitenaardse wezens ontvoerd werd.
      Ik liet de pilaar los en richtte mijn geweer opnieuw op hem. ‘Jij gaat me nu onmiddellijk vertellen wat dit allemaal is,’ snauwde ik.
      Hij hief zijn handen, maar niet zo zeer in een gebaar van overgave. ‘Ik snap dat je bang bent.’
      ‘Ja, en? Dat heeft hier niets mee te maken. Wie bén jij?’
      Voorzichtig stapte hij naar me toe. ‘Ik ben de Doctor.’
      ‘Doctor waarvan? Waar kom je vandaan?’
      Zijn gezicht betrok. ‘Niet van hier. Ik houd ook niet van wapens.’ Hij was ondertussen zo dichtbij dat hij mijn geweer uit mijn handen haalde. Ik was nog steeds zo in de war dat ik het hem maar toeliet. Ik had toch nog wel ergens een pistool zitten.
      ‘Waar zijn we eigenlijk?’ vroeg ik. ‘Wat is dit voor een ding?’
      De Doctor keek fronsend op een scherm. ‘Het heet een TARDIS. Het staat voor…’
      ‘Wacht! Ik weet het.’ SHIELD had me inmiddels geleerd om gekke woorden uit afkortingen te halen. Oké, ik had het mezelf geleerd. ‘Uh, Terrific And Raving Dancing In Space?’
      Hij grijnsde. ‘Precies.’ Hij griste een apparaatje mee en rende richting de deur. ‘Het wordt tijd om buiten te kijken.’
      ‘Hoe bedoel je?’ Ik kwam achter hem aan.
      Hij deed de deur open en we stapten in het volle daglicht.
      Ik knipperde verdwaasd met mijn ogen. We bevonden ons op de stoep van een drukke straat met oude, hoge huizen. Het voelde niet aan als de Verenigde Staten. Wat mensen liepen langs en ik hoorde een sterk Engels accent. ‘Toto, I’ve a feeling we’re not in Kansas anymore,’ fluisterde ik.
      ‘Londen,’ zei de Doctor. ‘En dit zal dan wel Baker Street zijn.’
      Ik keek om ons heen en toen naar de TARDIS, die stond alsof het er altijd daar had gestaan. ‘Oké, ruimteschip. Alien. Prima. Ik moet trouwens wel op tijd terug zijn.’
      ‘Het kan ook door de tijd reizen,’ mompelde de Doctor, terwijl hij op het apparaat tikte.
      ‘Sorry, wát zei je? En ga je me nog vertellen wat we hier doen?’
      ‘We zijn op zoek.’ Hij liep naar een van de huizen toe en klopte aan.
      ‘Waarnaar?’ We waren voor nummer 221b blijven staan, al begreep ik niet echt wat het hele doel van dit alles was.
      ‘Een wezen dat niet van hier is, maar toch weer wel. Het is oud, heel oud, maar het probeert ook steeds weer jonger te worden. En hoe langer het er is, hoe meer mensen het neemt. Wat was jouw naam?’
      Ik had geen idee waar hij het over had en nogal overrompeld antwoordde ik: ‘Rebecka Holemen.’
      ‘Agent?’
      ‘Nee. Nog niet.’
      De deur ging open. Een oude, vriendelijke vrouw keek ons vragend aan. ‘Zijn jullie hier voor Sherlock?’
      Ik wist niet wie dat was, maar de Doctor glimlachte. ‘Ja, dat klopt helemaal.’
      De vrouw liet ons binnen en gebaarde naar de smalle trap. ‘Hier naar boven. Volgens mij hebben ze geen cliënten.’
      We liepen de trap op – de Doctor vol met energie, ik nogal twijfelend. We hoorden een vioolspel, dat abrupt onderbroken werd toen de Doctor aanklopte. Hij haalde zijn papier tevoorschijn. Ik wilde net zeggen dat dat niet zou werken, toen de deur openging. Een man ongeveer net zo lang als ik, met grijsblond haar, keek even naar ons. Hij had wel iets weg van een Hobbit. ‘Sherlock, klanten.’
      ‘Nou, niet helemaal.’ De Doctor liet zijn papier zien.
      De man fronste. ‘Jullie zijn ongediertebestrijders?’
      Verbaasd keek ik hem aan. Serieus?
      ‘Gewoon een reguliere check, niets om je zorgen over te maken.’ De Doctor walste langs de man de kamer in.
      Het was niet zo heel groot, maar wel gezellig. Het behang leek net zo oud te zijn als de meubels. Hier en daar lagen wat aparte prularia uitgestald, waaronder… was dat een schedel?
      ‘Sherlock, kijk hier even naar.’ De man gaf het papier aan de man die midden in de kamer had gestaan. Hij had leuke zwarte krullen en een viool in zijn handen.
      Met een geconcentreerd gezicht keek hij naar het papier. Totaal niet onder de indruk keek hij op naar de Doctor. ‘Hier staat niets op.’
      ‘Oh, briljant!’ riep de Doctor uit, op hetzelfde moment dat de andere man ‘Wat?’ zei.
      ‘John,’ zei Sherlock. ‘Wat zie jij?’ Hij hield het papier voor John’s gezicht.
      ‘Gewoon! Ze zitten bij de ongediertebestrijding.’ John zag er nu echt van streek uit.
      Sherlock wierp het papier naar de Doctor. ‘Wie zijn jullie en wat willen jullie?’
      ‘Briljant,’ zei de Doctor nogmaals.
      Ik zuchtte en haalde mijn badge van SHIELD tevoorschijn, die wel degelijk echt was. ‘Ik ben agent Holemen. Hij is de Doctor. We zijn op zoek naar…’ Ik keek twijfelend naar de Doctor.
      Hij had zich op zijn apparaatje gericht. ‘Het wezen laat sporen in de tijd-ruimtedimensie achter. Het is hier geweest, of het zal nog hier langskomen.’
      ‘O-ké.’ John ging op een leunstoel zitten. Met zijn wollen trui zag hij er huiselijk uit, al was de verwarring duidelijk van zijn gezicht af te lezen.
      Sherlock keek van mij naar de Doctor, die nu de muren van de kamer leek te scannen met een penvormig ding. ‘Jullie kennen elkaar net?’ vroeg Sherlock.
      ‘Hoe weet jij dat?’
      ‘Vertrouw je hem?’
      Ik keek naar de Doctor, die nu nadenkend op het scherm van zijn computertje stond te kijken. ‘Ik ben in zijn ruimteschip gesprongen en meegereisd naar de andere kant van de oceaan,’ zei ik. ‘Ik denk dat ik wel zal moeten.’
      John schudde zijn hoofd, terwijl Sherlock grijnsde. ‘Mycroft zal helemaal gek worden als hij dit hoort.’
      ‘Wacht even,’ zei John. ‘Bedoel je dat hij…’ Hij wees naar de Doctor, die nu, nog steeds gericht op zijn apparaat, de kamer overbrugde door grote stappen te nemen.
      ‘De laatste keer dat ik dit zag, was op Titan, de zesde maan van Saturnus,’ zei de Doctor.
      John liet een piep horen. ‘Ik denk dat ik maar thee ga zetten.’ Hij stond op en verdween de keuken in.
      Ik ging op de bank zitten en Sherlock nam plaats op een andere stoel. ‘Weet je overste dat je hier bent?’
      ‘Nee,’ antwoordde ik. Toen realiseerde ik me opeens iets. ‘Oh shit! Ik heb niemand gewaarschuwd over dat wezen!’ Ik pakte mijn portofoon erbij, maar die had natuurlijk geen bereik.
      Onmiddellijk stond ik op. ‘Doctor, we moeten nú gaan.’
      ‘Dat wezen is allang weer verdwenen, Rebecka.’ Hij keek me nogal serieus aan. ‘Hebben ze jou niets verteld over een tragisch ongeval?’
      ‘Nee? Wat voor ongeval?’ Ongerust staarde ik naar hem. ‘Doctor, wat vertel je me niet? Wat precies doet dit wezen?’
      Hij haalde diep adem. Net op het moment dat hij iets wilde zeggen, piepte het apparaat in zijn handen. ‘Ah! Natuurlijk!’ zei de Doctor. ‘Dat is het.’
      ‘Wat is het?’
      De Doctor liep gehaast naar de deur. ‘Waar het wezen nu is! We moeten gaan!’
      Ik wilde hem achterna gaan, maar ik draaide me nog om naar Sherlock, die geamuseerd naar ons keek. ‘Uhm, bedankt denk ik.’
      ‘Graag gedaan. Vergeet niet dat je altijd langs mag komen.’
      ‘Eh, tuurlijk.’ Vlug sloot ik me aan bij de Doctor, die inmiddels al buiten was.
      In de TARDIS begon de Doctor aan een heleboel knoppen te zitten. ‘Ik had dit veel eerder moeten bedenken,’ zei hij. ‘Het wezen reist met interdimensionale energie. Er is een tijd-ruimte rift in Cardiff waar het zichzelf mee kan voeden.’ Hij stond op het punt om een hendel over te halen.
      ‘Wacht!’ schreeuwde ik nog net op tijd. Ik klampte me vast aan een rare kronkel. ‘Oké, doe maar.’
      Hij lachte even en haalde de hendel over. We werden weer ruw door de ruimte gegooid.


Cardiff, Great Britain, 2:36 PM GMT, March 13th 2010

Pas toen we goed en wel geland waren, durfde ik los te laten.
      De Doctor kwam naast me staan. ‘Als het goed is, wachten ze op ons.’
      Dat kon me niet zoveel schelen, want ik was vooral bezig met ervoor zorgen dat er geen kots naar buiten kwam. ‘Hmm,’ reageerde ik alleen maar. Ik haalde voorzichtig adem. ‘Zeg eens, reis jij altijd alleen?’
      Zijn gezicht stond een beetje droevig. ‘De laatste tijd wel.’
      ‘Ah.’ Ik voelde me duizelig worden. ‘Dat verklaart een hoop.’
      ‘Kom.’ Hij pakte mijn hand. ‘We gaan naar buiten.’
      Buiten zag ik dat we blijkbaar op een plein waren geland. Voor ons rees een hoge, spiegelende toren waar water vanaf stroomde. Daar rechts van was een enorm gebouw met letters, al kon ik niet goed lezen wat er stond.
      Maar wat de meeste aandacht trok, was het kleine groepje mensen dat naar ons keek, geleid door een knappe man met een donkerblauwe lange jas.
      ‘Rebecka Holemen,’ zei de Doctor. ‘Welkom bij Torchwood.’


Reacties (2)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • Snakey_Crowley

    Een zeer vertraagde analyse van dit hoofdstuk.

    Dat klinkt misschien spannend, maar het enige zenuwslopende dat de afgelopen tijd is gebeurd, is dat Coulson te laat op het werk was.

    Oh mijn god, dat moet zeker zenuwslopend zijn geweest. I mean de hele wereld vergaat wanneer Coulson niet aanwezig is.

    Bij de ‘nieuwe vracht’ zat een Brits blauw politiehokje. Ik wist niet dat die dingen nog bestonden, maar deze scheen in goede staat te zijn. Het zag er vreemd uit tussen al die houten kratten.

    *Doctor who theme starts playing

    Hij droeg een bruine, lange trenchcoat over een groezelig krijtstreeppak. Met zijn haar zo in de war leek het alsof hij alles niet meer op een rijtje had, maar hij liet een portefeuille met een wit papier erin zien.

    Psychic paper bitches!

    Terwijl hij ongeduldig stond te wachten, sloeg ik het hoesje open. Op het papier stond… niets.

    That girl is smart

    In plaats van een krap hokje, stond ik in wat leek een buitenaards schip. Een heleboel kabels, bruinoranje apparaten en rare kronkels. De ruimte leek zo groot dat het onmogelijk in een politiehokje had kunnen passen.

    That is because you are woman

    Hij was ondertussen zo dichtbij dat hij mijn geweer uit mijn handen haalde. Ik was nog steeds zo in de war dat ik het hem maar toeliet. Ik had toch nog wel ergens een pistool zitten.

    Wow dat is wow. Like that is not what the doctor is trying to do here...

    Uh, Terrific And Raving Dancing In Space?’

    Leuk bedacht! Wat zou Doctor Who er toch anders uitzien als dit was hoe het ging.

    ‘Toto, I’ve a feeling we’re not in Kansas anymore,’

    Wizard of Oz reference

    ‘Londen,’ zei de Doctor. ‘En dit zal dan wel Baker Street zijn.’

    Casually throws Sherlock in the mix. Ben benieuwd waar dit naar gaat leiden.

    ‘Sherlock, kijk hier even naar.’ De man gaf het papier aan de man die midden in de kamer had gestaan. Hij had leuke zwarte krullen en een viool in zijn handen.
    Met een geconcentreerd gezicht keek hij naar het papier. Totaal niet onder de indruk keek hij op naar de Doctor. ‘Hier staat niets op.’
    ‘Oh, briljant!’ riep de Doctor uit, op hetzelfde moment dat de andere man ‘Wat?’ zei.

    It's getting better and better with the second.

    John liet een piep horen. ‘Ik denk dat ik maar thee ga zetten.’ Hij stond op en verdween de keuken in.

    Awh arme John, Niet wetend wat hij met dit alles moet doen en maar thee gaat zetten als een echte Brit.

    Er is een tijd-ruimte rift in Cardiff waar het zichzelf mee kan voeden.’

    When I read this I was literally chanting: Let them meet Jack.

    Maar wat de meeste aandacht trok, was het kleine groepje mensen dat naar ons keek, geleid door een knappe man met een donkerblauwe lange jas.
    ‘Rebecka Holemen,’ zei de Doctor. ‘Welkom bij Torchwood.’

    YASSSSSSS. YES BITCHES IT'S MOTHERFRICKING TORCHWOOD BACK AT IT AGAIN. WITH CAPTAIN FABULOUS
    Seriously tho this is amazing

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen