Foto bij Scar 38

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Hij kijkt naar de grond, maar dan scheurt hij zijn blik toch los van de planken en kijkt me aan. ‘Waarom doe je dit?‘
‘Je bent negentien.’
Hij schudt kwaad zijn hoofd. ‘Ik ben negentien en jij bent echt niet heel veel ouder. Je bent gewoon een neef van me. Je bent maanden geleden al weggelopen van je belofte om “voor mij te zorgen”. Je bent mijn broer niet.’
Ik herinner me nog dat ik als een jongetje van nog geen negen jaar oud met Benjamin als baby door het park liep. En twee jaar later ben ik met hem naar de kermis geweest. Ik heb hem vaker dan een paar keer naar school gebracht of weer opgehaald. En nog een hele hoop andere dingen ook. Misschien, op een hele ongebruikelijke manier, ben ik wel degelijk zijn broer.

Wanneer ik die avond naar de voordeur van mijn appartement toe loop, zie ik dat er tegen de muur leunend iemand op me staat te wachten.
‘Nola,’ grom ik, niet eens proberend mijn ontevredenheid te verbergen.
Ze lacht naar me. ‘Ook leuk om jou weer te zien, Natey.’
Ik kijk haar geërgerd aan. Voordat ik iets terug kan zeggen, vraagt ze: ‘Mag ik even mee naar binnen komen?’
Ik zou “nee” moeten zeggen en de deur in haar gezicht dichtslaan, maar dat doe ik niet, want ik sta nu eenmaal bekend om hoe verschrikkelijk aardig ik wel niet ben.
‘Prima,’ zucht ik en ik doe de deur open. Ze loopt naar binnen en hangt haar jas aan de kapstok alsof ze hier zelf woont.
Ze loopt langzaam door de gang naar de woonkamer, inspecteert alles. Ze draait zich naar me op en zegt geamuseerd: ‘Er is niks veranderd sinds de laatste keer dat ik hier ben geweest.’
Ik neem haar even aandachtig in me op. Ze draagt lichtblauwe jeans en een perzikkleurig topje. Haar donkerblonde, golvende haren rijken tot onder haar schouderbladen en haar bronskleurige ogen glinsteren. Ze heeft gouden ringoorbellen in die ik haar ooit heb gegeven. Ik kan zien waarom ik ooit voor haar gevallen ben.
‘Wat doe je hier?’ vraag ik bars.
Ze trekt een wenkbrauw op. ‘Wat ben je slecht gehumeurd vandaag, lieverd.’
Ik maak een ontevreden geluid en sla mijn armen over elkaar heen. ‘Hoe anders zou ik me moeten voelen wanneer mijn ex ineens voor mijn deur staat?’
Ze leunt tegen het aanrecht aan staan en houdt haar hoofd een beetje schuin, waardoor er een streng haar voor haar gezicht valt. Voordat ze iets kan zeggen, ben ik haar voor.
‘Wat doe je hier?’ herhaal ik.
‘Ik hoorde dat je een nieuwe vriendin hebt.’ Het klinkt bijna alsof ze me beschuldigt van vreemdgaan. Daar komt ze nou een beetje te laat mee. ‘Hoe heet ze ook al weer? Paige, was het?’
Ik weet niet precies wat ik moet zeggen. Dat Paige mijn vriendin niet is? Dat ze me met rust moet laten? Dat ze Paige met rust moet laten? Voordat ik iets kan bedenken, gaat ze al verder.
‘Ik snap niet waarom je haar beter vindt dan mij. Ze is echt heel lelijk. En ze lijkt me zo saai. Ze verdient jou niet.’
Ik klem mijn kaken op elkaar. Ik zou haar willen vertellen dat dat niet zo is, maar dan zou ze haar zin krijgen, want daar is ze duidelijk op uit.
Ze loopt naar me toe en probeert mijn hand vast te pakken, maar wanneer ik dat niet toelaat, legt ze haar handen op mijn borstkas, haar vingers spelen wat met mijn shirt.
‘We hadden het zo leuk samen, Nathan,’ zegt ze, zo zachtjes dat ik het maar net kan horen. Haar smekende ogen zijn zo groot wanneer ze me aankijkt dat ze wel een puppy lijkt. ‘Ik wil dat weer. Ik hou nog steeds van je.’
Dat is het probleem. Zij houdt van mij, maar ik niet van haar. Het zou wreed en egoïstisch zijn als ik in zo’n situatie toch gebruik van haar zou maken.
‘Nola, je bent echt geweldig, maar we horen niet bij elkaar. Je vindt vast wel iemand, maar ik ben die persoon niet,’ probeer ik haar zo net mogelijk af te wijzen. Zes maanden geleden, toen we uit elkaar gingen, hadden we ruzie en ging het er een stuk minder vriendelijk aan toe.
Blijkbaar ziet ze mijn zachte wijze van praten als een uitnodiging om me te kussen, want ze slaat haar armen om mijn nek en drukt haar lippen op de mijne. Ik blijf gewoon als versteend staan, maar wanneer ze mijn hand vastpakt en die onder haar shirt trekt, besef ik me dat dit het moment is waarop ik haar van me af moet duwen. Het zou echt heel makkelijk zijn om mijn armen om haar heen te slaan, of mijn hand door haar haar te laten glijden en gewoon te doen wat ik zou willen, maar ik weet dat de gevolgen daar niet tegenop wegen. Ik trek mezelf terug en houd haar tegen wanneer ze me opnieuw probeert te zoenen.
‘Nola, niet doen,’ verzucht ik.
Ze lijkt er niks van te willen weten, want ze haakt haar vingers in de lusjes van mijn broek en trekt me tegen zich aan, maar ik duw haar weer van me af.
Er verzamelen zich tranen in haar ogen en ze zegt: ‘Ik ben niet goed in alleen zijn.’
Ze begint te huilen en aan haar houding zie ik hoe ze steun bij me wil zoeken, hoe ze wil dat ik mijn armen om haar heen zou slaan. Maar dat kan niet. Het zou niet eerlijk zijn.
‘Ga naar huis, Nola.’ Mijn stem slaat over. Ik ben nooit goed geweest in mensen troosten.
‘Ik kan niet meer alleen zijn, Nathan,’ snikt ze, alsof ze me niet eens gehoord heeft. ‘Ik kan het niet. Ik ben er niet sterk genoeg voor. Ik wil in de armen van iemand waarvan ik houd in slaap vallen en naast die persoon wakker worden en samen ontbijten en ik... ik ben zo slecht in alleen zijn. Ik kan het niet. Ik... ik wil dat je van me houdt.’
Ik probeer te voorkomen dat mijn gezicht vertrekt. Ze moet hier weg, voordat ik domme keuzes ga maken waar zij uiteindelijk de dupe van zal worden.
‘Ga naar huis.’
‘Ik wil niet naar huis!’ gilt ze en ze kijkt me in een mengeling van verdriet en woede aan.
Met vriendelijkheid kon ik haar niet wegkrijgen. Dan maar met de harde waarheid.
‘Je moet naar huis en je moet niet meer terugkomen! Begrijp je dat?!’ schreeuw ik, zo hard dat ze ineenkrimpt. Ik gebaar naar haar en dan naar mezelf. ‘Er kan geen ons zijn! Ik hou niet van je, Nola! Ik heb ook niet van je gehouden! En daarom ben ik weggegaan en moet ik nu weg blijven! Ik heb het uitgemaakt, want ik ben vreemdgegaan! Ik ben met iemand anders naar bed geweest! Ik kende haar niet en zelfs haar naam heb ik nooit geweten! En daarom heb ik het uitgemaakt! Omdat ik niet van je hield! Begrijp je dat?!’
Even kijkt ze me verward aan, maar dan vallen de puzzelstukjes op zijn plaats en lijkt ze zich te beseffen dat ik de waarheid spreek. Ze begint weer te huilen en duwt ruw me opzij. Ze grist haar jas van de kapstok en loopt zonder nog iets te zeggen weg. De deur slaat ze achter zich dicht. Ik had verwacht dat ze me in mijn gezicht zou slaan. Of uit zou schelden. Maar dat deed ze niet.
Ik val neer op de bank en zacht vloekend houd ik mijn hoofd in mijn handen. Iets minder dan een half uur later, wanneer ik net op wil staan om een pijnstiller te nemen tegen de knallende koppijn die deze confrontatie me heeft gegeven, gaat mijn telefoon. Het is Paige. Ik klik om op te nemen en zet het ding aan mijn oor.
‘Paige?’ vraag ik.
‘Nathan?’ Haar stem klinkt onvast en trilt. Ze lijkt overstuur. Het zorgt ervoor dat het bijna voelt alsof mijn luchtpijp dichtgeknepen wordt..
‘Ja. Wat is er?’
Even is ze stil en maakt ze een paar onsamenhangende geluidjes. Dan zegt ze: ‘Er staat een vrouw aan mijn voordeur die jou zegt te kennen. Ze... eh... ze lijkt niet heel blij.’
Shit.
‘Heeft ze gezegd hoe ze heet?’ vraag ik voor de zekerheid.
‘Nola.’

Reacties (1)

  • BethGoes

    OH NEE! OH NEE! NATHAN GA HAAR REDDEEEEEEENNNN!!!!!!!!!!!!!!!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen