Foto bij Hoofdstuk 17

Ik schrijf dingen aan een stuk door en daardoor krijg ik hoofdstukken van 3000-4000 woorden. Oeps. Dan maar splitsen.

      Het was pas weer avond toen Thórir, Zolin en Aileen het huis verlieten. De drie rolden samen de koets terug naar buiten en spanden Mikkel, Thórirs paard, voor de wagen. Aangezien ze bij de kasteelpoorten waarschijnlijk weer gecheckt zouden worden, moest Zolin ditmaal de koets besturen. En Thórir was bang dat het hem niet zou lukken.
      "Zorg ervoor dat je een brede bocht neemt, maar niet te breed. Raak de stoep niet. Raak geen mensen. Niet zomaar stoppen op de bergpas. Gewoon recht vooruit rijden, probeer gewoon zo min mogelijk te bewegen."
      "Ik heb wel eens eerder een paard bereden, Thórir. Dit is gewoon groter." Zolin trok experimenteel aan de teugels, waardoor het paard proestte en Thórir met een frons de spanning verminderde en gromde, "Dit is niet hetzelfde! Hirtha. Je zoekt het zelf maar uit."
      Met een zucht plofte Thórir naast Aileen op de bank en zwaaide hij ijdel met zijn rechterhand uit het raam, "Oké, vesal, naar het kasteel, graag!"
      "Uiteraard, mijnheer Arnesen. We zullen er weldra zijn," pufte Zolin sarcastisch, waarna hij hard aan de teugels trok en Mikkel deed steigeren. Direct schoot de koets een meter vooruit en vielen de twee inzittenden met een klap naar voren. Gevolgd door een luide 'ugh' klom Thórir weer terug op zijn zitplek, maar hij lachte al snel en haalde zijn schouders op, "Touché, brothir. Touché."
      "Ik hoop dat ik verder niet in jullie capriolen verzeild raak," mompelde Aileen terwijl ze ook terug op de bank kroop. Thórir sloeg alleen grinnikend een arm om haar heen en trok haar overdreven naar zich toe, "Niet zo mopperen, svass! Je bent wel mijn date vanavond."
      "Gelukkig heb ik mijn trouwe lijfwacht bij me," zei Aileen met een lach, waarna ze Thórir grijnzend van zich afduwde. Meteen klonk Zolin al vanaf de voorkant van de kar, "Kijk uit, mijnheer Arnesen. Een foute beweging en ik maak van u een elfenspiesje!"
      "Dat zou ik nou nog eens willen meemaken!" riep Thórir opschepperig, maar hij wist zijn handen netjes thuis te houden. Het waren tenslotte Aileen én Zolin die hem ingehuurd hadden.

      Het duurde niet lang voordat de drie de kasteelpoorten hadden bereikt. Wederom vroeg er een wachter om de nodige papieren, maar de toegang werd zonder moeite gegeven, zelfs al was de wachter ditmaal een Alben. Zodra de poorten geopend werden, kregen de drie elk een masker aangeboden. De prins verzocht een gemaskerd bal, dus dat was waaraan ze zich moesten houden.
      Elk masker was van te voren voor de dragende familie gemaakt. Voor Aileen was dit een groen masker in de vorm van een das, met bladgoud in de details. Thórir kreeg een gitzwarte wolf met een simpele zilveren glans. Zolin kreeg een standaard masker, in dezelfde kleuren van Aileen, om aan te tonen dat hij een dienaar aan haar 'hof' was.
      "Dit wordt lastig." Aileen zuchtte en hield het masker voor haar gezicht, "Hoe kan ik zo nou met de prins in gesprek gaan."
      "Het is juist makkelijker, omdat de prins zich kan verschuilen tussen de rest van het volk." Thorir draaide zijn eigen masker rond in het maanlicht, "De koninklijke familie gaf vaak verkleedfeestjes. Wellicht omdát de prins al die tijd geheim moest blijven. Vanwaar moeten jullie überhaupt met de prins spreken? Voor diplomatiek kun je beter direct naar de koning gaan."
      "Uh…" Aileen twijfelde eventjes of ze Thórir de details van hun spannende missie moest vertellen. Aarzelend staarde ze langs hem uit het raam, waar de fakkels langs de bergpas ritmisch voorbij kwamen. De elfenjongen staarde met grote ogen terug, oprecht geïnteresseerd in hun zaken met de koninklijke familie. Uiteindelijk gaf Aileen toe en haalde ze haar schouders op. Ze had hem al betaald. Hij zat in hetzelfde schuitje, of hij het nou wilde of niet. Het was beter als hij wist wat hem te wachten stond. Ze nam diep adem en keek hem recht aan, "We hoorden dat hij een magiër zou kunnen zijn. We wilden graag vragen of hij een leraar aan ons kon schenken zodat ik ook mijn magie kan leren beheersen."
      "Oh… Je bent een magiër? Oké, wel, eigenlijk is dat logisch, met het rode haar en zo…" Thórir schraapte ongemakkelijk zijn keel, "Alleen is magie ten strengste verboden in Albandor."
      "Wat?", maar voordat Aileen verder kon vragen, kwam de koets al tot stilstand en opende Zolin de deur. Thórir glimlachte spijtig en stapte als eerste uit, waarna hij zijn hand naar Aileen uitstak en lichtjes boog, "Naar u."
      Aileen perste haar lippen op elkaar en pakte zijn hand beet, waarna ze ook uit de koets stapte en stijfjes haar arm onder die van Thórir stak. Zolin liep gniffelend achter ze aan, niet zo subtiel lachend toen Thórir Aileens arm in een propere manier om zich heen wrong.

      "Namen?" Een nette lakei stond de groep bij de grootse ingang op te wachten. Thórir haalde zijn uitnodiging tevoorschijn en stelde Aileen en Zolin voor, aangezien de twee laatstgenoemden veel te druk bezig waren met het bewonderen van het decor. Voordat ze het doorhadden, liepen ze verder door de lange marmeren gangen met excentrieke kroonluchters. Overal hingen schilderijen, voornamelijk van de koning die ondanks zijn flinke buik toch overal een slanke kop had. Verder in de gang hing een schilderij van een blonde jongeman, streng en trots. Hij zag er belangrijk uit, misschien wel net zo belangrijk als de koning zelf.
      "Dat is de eerdere kroonprins… Feodor. Hij was een van de gekozen magiërs van voor de destructie… Hij is daarna nooit meer teruggekomen." Thórir verlaagde zijn stem aanzienlijk zodra ze de balzaal binnenstapten, "Het is wijs om zijn naam niet te noemen. Het zou überhaupt slim zijn om niet direct over magie te spreken. Het ligt gevoelig bij het hof."
      "Begrepen," fluisterde Aileen, waarna ze haar masker opdeed en de andere twee haar voorbeeld volgden.
Eenmaal in de zaal voelden ze zich direct ongemakkelijk. Naast de enorme lege tafel aan de achterkant van de zaal stonden een stel muzikanten hun snaarinstrumenten te bespelen. Nette, blonde mannen en vrouwen met strak naar achteren gekamde kapsels. Rond het midden van de vloer waren koppels aan het dansen en in de uithoeken stonden groepen met elkaar te praten. Van de koning of prins was er nog niks te bekennen. Een tikkeltje onzeker schuifelden de drie dus richting een lege tafel, waar ze direct drankjes en snacks aangeboden kregen.
      "Dit is zo ongemakkelijk. Ik ben nog nooit naar zo'n feest geweest. Wat moet je doen?!" Aileen dronk uit nervositeit twee grote slokken uit haar wijnglas. Thórir duwde vlug haar glas een tikkeltje straf terug richting de tafel en pakte wat nootjes uit de schaal voor zich, waarna hij zijn schouders ophaalde en richting de grote tafel keek, "We wachten tot ze tevoorschijn komen. We zijn eerder dan gepland, dus dat zal nog wel even duren. Als je wilt, kunnen we dansen. Of we kunnen hier zitten en snacken, maar dan lopen we het risico dat er vervelende ventjes aanschuiven. In ieder geval zou ik niet te veel van die wijn drinken. De dienaren hier zoeken altijd manieren om mensen er vroegtijdig uit te gooien. Dat scheelt ze schoonmaakwerk."
      "Kom je hier vaker?"
      "Nee, ik heb gewoon getrainde oren." Thórir bewoog zijn hoofd richting een Viridense zakenman achter hen die luid in zijn eigen taal aan het schreeuwen was. Een huishoudhulpje snelde al richting de roepende elf, waardoor de man nog luidkeelser schreeuwde. Met een zucht richtte Thórir zijn blik terug op Aileen, kort hangend op de tatoeage, en daarna op de houten klok boven de grote tafel.
      "Mag ik ook nootjes eten?", vroeg Zolin voorzichtig, waardoor Thórir de schaal voor zijn neus schoof en medelijdend glimlachte, "Ga je gang, vriend."
      "Deel je nou de luxe noten met je sveitung?" Een vreemde man kwam bij hen aan tafel zitten en Thórir leek kort te schrikken toen hij de blauwe ogen en puntoren zag. Al snel herstelde hij zich en slikte hij langzaam, waarna hij de oudere man met een stomme grijns aankeek, "Kom op, brothir. Het is feest! Hirtha! De myrkzil is al jaren in trouwe dienst, ik gun hem een traktatie!"
      "Hmmpf." De andere elf wenkte met een grom naar zijn vrouw, welke meteen naast hem aan tafel kwam zitten. Ze was ook een Viriden, met zilverblond haar en grijsblauwe ogen. Minachtend staarde ze naar Aileen, alsof ze er in een vieze handdoek bij liep, maar voordat de elfenvrouw iets kon zeggen, klonk er een schel getik door de zaal.
      "Dames, heren. Hartelijk dank dat u allen hier bent gekomen om prins Zhelimirs achttiende verjaardag met Zijne koninklijke hoogheid te vieren." Een gemaskerde man met lang zwart haar legde het lege wijnglas terug op de tafel en boog netjes richting de wandtapijten achter zich, "Uwe majesteit?"
      "Himura, doe toch niet zo stijf!" Een gezette, jolige oude man kwam achter de doeken vandaan en lachte luid richting de zaal. Hij droeg geen masker, waardoor zijn grijze ogen van veraf te zien waren. Met zijn bolle buik stootte hij bijna zijn dienaren om terwijl hij zijn armen in de lucht stak en glimlachte naar het bezoek, "Welkom op Zhelimirs verjaardagsfeestje! Lang heb ik zijn bestaan geheim gehouden, maar ik word al wat ouder en heb toch écht een opvolger nodig!"
      "Het is vast een halfbloed," fluisterde de Viridense vrouw grinnikend aan tafel, de speech van de koning onderbrekend. De drie vrienden waren niet echt onder de indruk van haar gezwets, maar haar man trok een scheve grijns en knikte. Nonchalant leunde hij verder over de tafel en vulde hij haar geroddel aan, "Jammer dat zijn volbloed gesneuveld is. Dat was een proper mannetje, een echte kroonprins. Fors en trots. Een verschoppeling is makkelijker te kneden. Wat zullen we krijgen als de myrkzils in opstand komen?"
      "Myrkzils? Ik denk dat het een halve Paevse is, de koning heeft er genoeg aan het hof. Er zijn achter de schermen vast wat gaten gevuld, in welke richting dan ook."
      "Ik heb liever dat het een Elaeten is, dan komt dit land misschien nog ergens. Paeven zitten enkel maar op hun reet en voeren zelf geen zak uit. Dit land heeft geen administratie nodig, maar acties!"
      "Vader, alstublieft." Een zachte, maar forse stem klonk van achter het tapijt en een slanke jongen kwam netjes naar voren gestapt. Hij droeg een traditioneel kleed van indigo satijn dat om zijn lichaam geslagen was als een soort grote jas. Als masker droeg hij een zilveren vos met uitstekende snuit, waardoor zijn gezicht goed verborgen was. Zijn gitzwarte haar was in een traditioneel Albens kapsel achter zijn hoofd gevlochten. De dienaar gebaarde naar de prins en boog lichtjes, "Zijne hoogheid, kroonprins Zhelimir Alekhin van Albandor!"
      Een deel van het Albense publiek klapte voor de eindelijke verschijning van de jongen. Het grotendeel staarde enkel vervreemd naar het buitenlandse zwarte haar. Aan tafel grinnikte de Viridense vrouw opnieuw, de arm van haar man schuddend, blij dat ze gelijk had. Aileen kneep echter stevig in haar glas. Zodra ze de blik van de jonge prins ontmoette, perste hij zijn lippen op elkaar en begon haar tatoeage te tintelen. Dit kon nog eens lastig worden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen