Ik zetten nog een stap en voelde hoe de verwarmde zee over mijn tenen gleed. Voetstappen onderbraken mijn gedachte, en al mijn zintuigen sprongen tegelijk op schep. Er gleed een rilling over mijn ruggengraad en ik moest even moeite doen om niet gelijk in een aanval positie te gaan staan. Stom instinct toch. Maar ik kon dit nog net op tijd onderdrukken. Dit krijg je er dus van als je te lang het drinken uitstelt, zei mijn onderbewustzijn kritisch.
Achter me naderde iemand ik hoorde zijn voetstappen in het zand dichterbij komen. Was ik zo druk bezig geweest met mijn gedachte dat ik zo scherp reageerde? De tweede keer vandaag. Ik schudde iets geïrriteerd mijn hoofd en draaide me om. Bloed was misschien wel de grootste reden waarom ik zo afgeleid ben. Ik had al een tijdje niks gedronken en mijn lichaam begon hier langzaam tegen te protesteren.
Toen ik me omdraaide was ik niet alleen geïrriteerd maar ook nog eens verbaast. Hij!
Mijn verbaasdheid zorgde ervoor dat ik een iets te grote hap lucht nam en ook nog eens zijn geur registreerde. Ik hield daarna meteen mijn adem weer in, hij rook onwaarschijnlijk aanlokkelijk, waardoor ik nu echt pas moeite had om hem niet te bespringen. Een beetje exotisch een beetje naar tabak, maar hij had een redelijk vreemde uitwerking op me.
De groene ogen kwamen steeds dichterbij en hij keek me recht aan. Waarom moest nou deze jongen mij uitkiezen om te achtervolgen. Hij was knap, zijn gezicht was op een klein moeder vlekje boven zijn oog symmetrisch. Zijn bruine haar stond lief alle kanten op. En zijn groene ogen, waren als een afgrond een beetje een gevaarlijke afgrond. Zijn spieren waren duidelijk zichtbaar onder zijn witte t-shirt en over zijn biceps nog maar te zwijgen.
En ik had al een zwak voor hem gehad toen hij nog niet een meter voor me had gestaan. Zou het lot me dan echt zo tegen staan!
“Hai” Zijn stem was diep, zacht maar rustig en sterk. Het hoorde bij hem. Ik was opslag geobsedeerd.
“Hi” Mompelde ik heel voorzichtig zonder adem te halen. De jongen glimlachte een halve glimlach. Het stond schattig.
“Where are You from?” Zijn groene ogen zochten de mijne.
Ik keek hem twijfelend aan. Wat moest ik doen en keek enkele seconde zwijgend naar de jongen.
“I’m from Holland. And you?” Ik keek hem stilzwijgend aan, ik wist niet zeker of dit verstandig was maar ik was nieuwsgierig. Één van de eigenschappen die me het meest in moeilijkheden bracht.
De jongen glimlachte, ik had al wel zo’n reactie verwacht. Maar ik kon moeilijk in het Nederlands beginnen tegen hem. Ik wist niet eens zeker of dat ik nog wel geloofwaardig als Nederlandse over kan komen. Welk accent er achter geplakt zat omdat ik al zolang niet meer in mijn moedertaal gesproken had.

“Ik ook.” Hij keek me even aan. En richtte zich toen op de zee. “Ga je ook naar het festival verder op.” Hij zette een stap dichterbij. Zonder me echt aan te kijken en hij staarde over de deinende zee.
Ik kon niet aan zijn geur ontkomen, zijn heerlijke aantrekkelijk en verrukkelijke geur. Ik kneep mijn handen tot vuisten om mezelf te beheersen. Het was te intens, te snel, ik was er niet op voorbereid geweest. Mijn lichaam begon te tintelen, ik voelde hoe mijn hoektanden zich veel te snel lieten verschijnen. De rode vlekjes danste voor mijn ogen.
Ik wilde hem geen pijn doen. Iets hield me tegen. Ik concentreerde me op het zand onder mijn blote voeten en haalde voorzichtig door mijn mond adem. Wat een tamelijk slecht idee was toen ik zijn geur proefde. Proeven geloof me is nog erger dan ruiken. Al mijn smaakpapillen raakte zowat oververhit. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal om hem mee te vergelijken. Maar zelfs het lievelingseten van toen ik mens was kwam nog geen honderdduizend kilometer in de buurt van hem.
Hij was alles wat ik ooit gewild had in smaakgebied dan. Hij was mijn Bloedlust. Iets wat ik nog nooit had meegemaakt in mijn 426 jaar dat ik leef!
Ik draaide me snel om zodat hij mijn gezicht niet kon zien. Mijn ogen verschoten al van kleur. En ik gooide mijn blonde haar voor mijn gezicht zodat ik het kon verschuilen.
“Sorry ik moet weg.” Ik weet niet hoe ik het uit me strot kreeg maar ik rende door het zand. Niet te vlug zoals ik normaal zou doen. Maar ik moest bij hem vandaan komen. Snel! Anders zou ik hem ter plekke ontdoen van al de rode vloeistof in zijn lichaam. Waarom had deze jongen zo’n invloed op mijn lichaam. Was ik dan toch bijna krankzinnig aan het worden. Of steeg bij mij ook de zomer naar mijn hoofd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen