Sirius nam een grote slok uit de fles in zijn hand. Er was nog slechts een bodempje over, maar ook dat zou niet lang meer duren. Met zijn vrije hand streek hij over de stam van de boom voor hem. Een bast was er niet meer over en er groeide geen enkel blaadje aan. Slechts de woekerplanten toonden enig teken van leven.

      Het vuur was het enige licht op het veld. Dat, en de spreuken die in het rond vlogen. Alles bewoog in het licht van de vlammen die uit de boom sloegen. Schaduwen trokken over de gezichten en maakten het onmogelijk te herkennen wie er stonden.
      Sirius had het niet nodig. Hij wist het precies. Zes tegen één. Was hij zo belangrijk dat You-know-who er zijn beste mensen op af stuurde? Dat hij als een gevaar werd gezien die moest worden uitgeschakeld, in plaats van als het ongedierte zoals hij waarschijnlijk altijd behandeld was? Het was amper een eerlijk gevecht te noemen.
      Zijn benen gingen zo hard als kon, maar het was niet snel genoeg. De man voor hem - nee, de jongen - verloor steeds meer grond. Hij zou nooit op tijd zijn.


      "Leugenaar!" Zijn stem schalde over het veld heen. Met gebalde vuisten gaf hij een klap tegen de boom. De boom gaf geen kik. "Leugenaar, leugenaar, leugenaar!"
      Het zou goed komen, was hem beloofd. Reg zou veilig zijn. James zou bij hem blijven. Remus was de zijne. Het waren leugens geweest. Stuk voor stuk.
      Hij lachte. Het klonk hard in de stilte die op het veld had geheerst. Het was geen rustgevende stilte. Het was meer een stilte voor de storm. Nog even en alles zou losbarsten. Alles zou neergaan.

      "Regulus!" schreeuwde hij. "Reg!" De jongen keek kort op. Hij ogen kruisten elkaar. 'Ik ben hier,' wilde hij zeggen. 'Het is goed'.
      Maar het was niet goed. De jongen verloor langzaam maar zeker steeds meer grond. Stomme Reg. Stomme, stomme Reg! Hoe had hij kunnen denken dat hij wel weg zou kunnen komen van dit alles? Dat hij onpartijdig in de oorlog zou kunnen blijven? Hij had Sirius nodig voor alles! Hij had hem nodig voor al zijn beslissingen, had hem nodig als bescherming tegen Moeder, was zelf niet meer dan een kleine jongen! Hoe zou hij dit ooit alleen kunnen doen? Hoe zou hij ooit alleen kunnen ontsnappen uit de greep van de Dark Lord?
      Een spreuk vloog Sirius' kant op. Woordeloos weerde hij hem af en schakelde de tegenstander in dezelfde beweging uit. Hij was op oorlogspad. Niemand zou hem kunnen stoppen.


      Hij viel op zijn knieën. Zijn ademhaling ging zwaar. Teveel herinneringen. Teveel gedachten die hij al die jaren al verdrongen had. Hij wilde de beelden niet zien, wilde de pijn niet voelen.
      Hij nam nog een slok uit de fles.
      "Waarom?"
      Zijn stem schalde over het lege veld. Er kwam geen antwoord. Natuurlijk niet. De tijd van antwoorden was allang voorbij. Wie was er nog over om te antwoorden? Ze hadden een mes in zijn rug gestoken, stuk voor stuk. James. Regulus. Remus. Hij kon op geen van hen bouwen.

      Een spreuk raakte de jongen vol op de borst. Het was alsof tijd vertraagde. Sirius zag de jongen vallen. Zag hoe hij door de lucht zweefde alsof de zwaartekracht even geen grip op hem kreeg. Maar uiteindelijk wonnen de wetten van de natuur wel. Sirius kon er niks tegen doen.
      "Nee!" Het was haast een oerkreet, niet meer menselijk. Zijn hart werd uit zijn borst gerukt, zo voelde het. Heel even was het stil op het veld, alsof de hele wereld tegelijk haar adem inhield. Alleen het het geknetter van het vuur was hoorbaar. Het vuur liet zich niet temmen door de gebeurtenissen van die dag.
      Uiteindelijk landde de jongen dan toch op de grond.


      "Nee!" Zijn ogen brandden, maar tranen waren er niet. Tranen waren er nooit geweest. Een Black huilde niet. Huilen was zwakte, en een Black was niet zwak. Toen hij de fles weer aan zijn mond wilde zetten, was er nog slechts een druppel over. Met een ruw gebaar gooide hij de fles van zich af. Hij wilde meer. Meer alcohol. Meer zelfbeheersing.
      Meer vergetelheid.

      Hij viel op zijn knieën naast het lichaam. De borst van de jongen ging te snel op en neer. Over zijn gehele borstkas liepen diepe wonden waar het bloed uit stroomde. In de paar tellen die het Sirius had geduurd om de laatste meters af te leggen, was Regulus' hele shirt al doorweekt geraakt.
      "Shh, shh, het is goed," fluisterde hij. "Ik ben hier al." Regulus opende even zijn ogen. Er lag een gepijnigde uitdrukking op zijn gezicht. Het was goed zei Sirius. De grote broer zou alles oplossen. Maar het was niet goed, verdomme! Hij had opgesloten in dat huis gezeten terwijl Regulus hem nodig had gehad! Hij had aan Reg's zijde moeten staan in het gevecht en niet pas moeten arriveren toen het al te laat was! Fuck Secret Keeper zijn! Fuck 'houd je buiten het gevecht, Sirius. Je moet James en Lily veilig houden'! Dumbledore had mooi te praten. Hem maakte het niet uit wie er verder zou sterven, zolang als zijn plannen maar werden uitgevoerd. Sirius had niet moeten luisteren. Hij had Regulus moeten helpen!
      Het ergste was nog dat Sirius vanaf het moment dat hij geaccepteerd had Secret Keeper te worden had geweten dat dit punt zou gaan komen.


      Hij sloeg zijn armen om hemzelf heen. Zijn lichaam trilde zo hard dat hij bang was echt uit elkaar te vallen. Zou dat zo erg zijn? Zou iemand er echt om geven als hij nu zou verdwijnen?
      Een onverwacht gevoel van eenzaamheid overviel hem. Zou iemand het überhaupt opmerken als hij zou verdwijnen? Als hij nu zou besluiten niet meer terug te keren naar zijn leven? Hij had al een keer eerder alles in zijn leven omgegooid toen hij weggelopen was en zich bij James en zijn familie had aangesloten. Toen had niemand hem gestopt, dus waarom nu wel? Waarom zou iemand erom geven als hij alles zou vernielen?
      Hij had niemand meer.

      Hij streek de haren uit het gezicht van de jongen. Een evenbeeld van zijn eigen gezicht, al waren er ook verschillen. Regs haren waren korter en zijn gezicht was net iets hoekiger. Iets scherper. En nu de pijn van zijn gezicht straalde, leek hij vooral jonger.
      Hij was nog maar een jongen verdomme!
      "Sirius." De stem was amper meer dan een fluistering. Elke seconde namen Regulus' krachten af. "Het spijt me."
      "Nee, zeg dat niet," was zijn antwoord. Waarom verontschuldigde Regulus zich? Waarom klonk het alsof hij afscheid nam? Alles zou goedkomen! Het moest wel!
      "Lily, doe iets!" De wanhoop straalde uit elke beweging toen Sirius zich opzij draaide naar waar de jonge vrouw stond. Zij was een Healer! Zij kon hem helpen!
      "Oh Sirius..." Ze legde een hand op zijn schouder die hij met een ruw gebaad afschudde. Hij hoefde haar medelijden niet! Het was niet zo verloren als zij dacht! Ze moest gewoon haar werk doen, dan zou alles goedkomen en zouden ze allemaal dit veld verlaten.


      "Doe gewoon je fucking werk!" Zijn stem werd slechts met stilte beantwoord. Er was niemand aanwezig. Hij was alleen op het veld. Er was geen Lily om hem te zeggen dat het hopeloos was. Geen James om een hand op zijn schouder te leggen en hem meer te zeggen met een enkele blik dan hij ooit in woorden had kunnen doen.
      Het was te laat voor Regulus.

      "Doe iets! Red hem!" James trok hem stevig tegen zich aan. Sirius wilde zich los worstelen. Nee, ze hadden geen gelijk! Hij ademde nog! Ze hoefden slechts zijn wonden te helen en dan zou hij naar St. Mungo's gaan waar ze hem volledig zouden opknappen en dan-
      Regulus' ademhaling stokte even. "Nee, Reg, nee! Verdomme, dat was niet de afspraak!" schreeuwde Sirius. "Blijf leven! Blijf. Fucking. Leven. Ik had je zo gewaarschuwd dat je niet zomaar tegen Moeder in kon gaan! Wat levert dit je nou op? Hoe had je nou ooit gedacht weg te kunnen komen zonder mij? Je bent mijn kleine broertje!" Zijn stem verloor meer en meer kracht. Het ging gelijk met de kracht die Regulus' ademhaling verloor.
      "Je bent mijn broertje." De woorden waren nog amper verstaanbaar. Zijn hele lichaam trilde van de snikken die zich onvrijwillig uit zijn keel wrongen. Al zo lang waren ze geen familie meer. Sirius was geen Black. Regulus moest een Black zijn. En toch, ondanks alles was Regulus zijn broertje. Hij had moeten oppassen op hem. Hem veilig moeten houden.
      Nogmaals haperde Regulus' ademhaling. James trok Sirius stevig tegen hem aan en streek zacht door zijn haren. Sirius kon zijn ogen niet afwenden van het gezicht waarmee hij opgegroeid was.
      Heel even vond Regulus de kracht nog om zijn ogen te openen. Dezelfde grijze ogen als Sirius had. Hun blikken kruisten zich en in die paar tellen werd alles gezegd wat ze nooit tegen elkaar hadden kunnen zeggen. 'Het spijt me van die jaren dat we elkaar niet hebben gezien.' 'Ik had er voor je moeten zijn.' 'Ik houd van jou.'
      Regulus stierf met Sirius op zijn netvlies.


"Reg!" Hij stak zijn hand uit om nog eenmaal het haar uit zijn gezicht te strijken, zijn wang aan te raken, zijn ogen voorgoed te sluiten. Hij raakte slechts leegte.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen