Foto bij Chapter seventy-two

De gangen naar de uitgang van het stadion zijn lang. Veel langer dan ik me kan herinneren. Wanneer ik eenmaal buiten sta, ren ik nog een stuk om het enorme gebouw heen en stop dan hijgend met rennen. Met mijn rug tegen de stadionmuur gedrukt, kom ik hijgend op adem. Een misselijk gevoel overvalt mijn lichaam. De spelers van Zeus, Teikoku, Aliea Academy, iedereen komt als een waas voorbij. De ravages en de gewonden die ik gemaakt heb branden achter mijn gesloten ogen en een luide gil verlaat mijn lippen. Ik laat me langs de muur omlaag glijden en staar met grote ogen naar de lucht. Mijn handen trillen en ik knijp ze af en toe samen tot vuisten om te ontspannen. Mijn tanden knars ik hard op elkaar en geef een vuistslag tegen de grond. Als ik voetstappen mijn kant op hoor komen, keer ik me gelijk naar het geluid toe. Mijn lichaam schiet overeind bij het zien van de slendere, blonde man die op mij af komt lopen. Op mijn hoede, zet ik een paar stappen naar achteren en vernauw mijn ogen. ‘Stoppen!’ snauw ik hem toe. De man voor me grijnst breedt. Hij zet nog een paar stappen voordat hij tot stilstand komt en op mij neer kijkt. Zijn linkerwang wordt gesierd door een litteken. Een litteken dat ik daar geplaatst heb. ‘Mijn naam-’ ‘Ik weet wie je bent!’ kaats ik hem kwaad toe. De spanning die door mijn lichaam stroomt, zorgt ervoor dat ik op mijn plek sta te trillen. Mijn tanden stevig op elkaar geknarst. ‘Wat wil je van me?’ De man voor me, grijnst mij opnieuw toe. Ik zet een stap terug wanneer hij zijn hand naar mij uitreikt. ‘Het is tijd dat je, je aan je lot overgeeft Milou. Je weet wie je bent en je bent slim genoeg om te weten waar je thuishoort. Onder mijn hoede,’ beantwoordt hij mij. Opnieuw zet ik een stap naar achteren. Via mijn ooghoeken zoek ik een plek om heen te rennen. ‘Vluchten heeft geen zin.’ Met grote ogen draai ik mijn blik terug naar de man voor me. ‘Tenzij je dit niet terug wilt, natuurlijk,’ grijnst hij. Uit zijn zak haalt hij een glimmende ketting. Er bungelt een sneeuwvlokje met een klein steentje in het midden, aan de ketting die hij omhoog houdt. Mijn hand gaat onbewust naar de plek waar ik die ketting jaren geleden gedragen heb, maar die ik verloren heb kort nadat ik bij Teikoku kwam. ‘Kageyama!’ roep ik vol woede uit. Een grijns vormt zich op zijn gezicht. ‘Ik denk dat wij wel tot een overeenkomst kunnen komen. Ice Queen.’

--

De zilveren ketting om mijn hals, glinstert door de ondergaande zon. De wind blaast door mijn lange haren heen en met mijn armen op de reling van de brug, kijk ik naar de horizon. De zon voelt nog altijd warm aan en de zonnestralen strelen mijn wangen. Mijn telefoon staat roodgloeiend en vis het toestel uit mijn zak. Ik werp een blik op het gloeiende scherm, naar de namen die mij berichten sturen en een poging doen om mij te bellen. Zonder gehoor. De enige die ik een antwoord stuur, is Atsuya, vlak voordat ik het toestel over de reling, het water in laat vallen. Een plons luidt als het toestel het water raakt en een zucht verlaat mijn lippen. Mijn vingers spelen met het kleine hangertje aan mijn ketting en sluit met een tevreden glimlach, mijn ogen. Ondanks de eisen die Kageyama stelde, was het een succesvolle onderhandeling. Het feit dat ik mijn ketting om mijn hals heb hangen, is daar het bewijs van. Dat ik hem in zoverre heb kunnen overtuigen dat ik eerst mijn ketting wilde, voordat ik zou meewerken, verrast me. Maar nu ik heb wat ik wil, hoef ik alleen maar van de radar te blijven, totdat Kageyama gepakt wordt. Dat betekent dat ik niet langer bij Inazuma Japan kan zijn en niet met hen mee kan naar het Football Frontier International tournament. Of mijn naam op de lijst blijft staan, is onbekend. Kageyama wil tenslotte dat ik voor zijn team speel tijdens het tournament. Een dubbele aanmelding zal ervoor zorgen dat ik mogelijk compleet gediskwalificeerd wordt. Iets dat ik wil voorkomen, zodat ik Kageyama’s plan kan saboteren. Hij is uit op een reünie tussen mij en Kidou. Een destructieve reünie die ervoor zorgt dat Kageyama alles krijgt wat hij wil. Die reünie kan ik niet plaats laten vinden. Kidou mag niet langer in contact komen met Kageyama. Mijn doel is om hem te stoppen, voordat hij zijn debuut tijdens het International tournament maakt. Voordat hij in contact komt met Kidou. Voordat hij Kidou overhaalt naar hem terug te komen. Want als dat gebeurd, is alles voorbij.

In mijn ooghoeken kan ik iemand aan zien komen lopen. Ik keer kort mijn hoofd opzij en kijk Atsuya aan. Daarna draai ik mijn blik terug naar de horizon, slaak een diepe zucht en duw mijzelf bij de reling vandaan. Ik zet een stap naar achteren en keer mij naar de jongen toe. Atsuya komt op een rustig tempo op mij afgelopen, zijn ogen staan hoopvol, maar ook bezorgd. Als er nog een paar meter tussen ons in staat, stopt hij. Het is dezelfde afstand van voordat ik mij hem kon herinneren. Er hangt een stilte tussen ons. De wind blaast een paar haren voor mijn gezicht en veeg deze voorzichtig achter mijn oor. ‘Milou,’ begint Atsuya. Ik kijk op naar de jongen voor me, mijn groene ogen ontmoeten de zijne. De glinstering in mijn ogen, zorgt voor een gespannen trekje bij Atsuya, alsof zijn hart een slag oversloeg toen hij naar mij keek. Een onzekere stap wordt mijn kant uitgezet en mijn blik houdt hij stevig vast. ‘Atsy,’ begin ik zacht. Atsuya’s ogen verwijden verrast. ‘Lou?’ vraagt hij voorzichtig. Ik knik hem kort toe. ‘Weet je nog de laatste keer dat ik je zo noemde?’ vraag ik hem. Tranen wellen op in zijn ogen en de jongen knippert ze vlug weg. ‘Na de lawine. Niet toen we heel jong waren, maar degene daarna. Toen je wakker werd uit je coma. Ik heb dag en nacht naast je bed gezeten, met je gepraat. Totdat je wakker werd,’ zegt hij hees. Een kleine glimlach siert mijn gezicht als ik naar hem kijk, mijn vingers spelen met de hanger van de ketting. Atsuya’s ogen verwijden zich kort als hij de halsketting ziet hangen en hij zet een stap naar voren. ‘De laatste keer dat je die droeg, was op de dag dat je Hokkaido verliet,’ zegt hij hees. ‘Daarna heb ik hem je nooit meer zien dragen. Ook niet toen je terugkwam en toen we samen bij Raimon speelde. Waarom?’ vraagt hij me. Een zwakke glimlach krult op, op mijn gezicht. Mijn vingers sluiten voorzichtig om de hanger heen en wend mijn blik af. ‘Daar wilde ik over praten,’ zeg ik zachtjes. ‘Je gaat weer weg, is het niet?’ Met grote ogen kijk ik om naar de jongen voor me. Zijn handen heeft hij tot vuisten gebald en aan de houding van zijn kaak, kan ik zien dat hij zijn tanden op elkaar geklemt heeft. ‘Ats-’ ‘Nee!’ onderbreekt hij me. Zijn ogen boort hij in de mijne. ‘Stop met vluchten, Milou. Je bent veilig bij ons. Veilig bij mij. Wat kan er zó dreigend zijn dat je weer weg wilt gaan? Vertrouw je mij soms niet? Is het omdat ik je de eerste keer niet kon helpen? Is het omdat ik je niet kon beschermen tegen de aliëns?’ Zijn stem is hees en verslagen. De frustratie staat in zijn ogen en hij stapt op mij af. Door de blik in zijn ogen, zet ik geschrokken een stap naar achteren. Atsuya stopt meteen. Een steek schiet door mij heen als ik de verslagen blik in zijn ogen zie staan. Zijn tanden kan ik op elkaar horen knarsen. ‘Prima. Als je mijn hulp niet wil-’ ‘Wacht,’ onderbreek ik hem. Onze ogen kruisen en ik houd zijn blik vast zodat hij mij als een open boek kan lezen als ik met hem praat. Ik leg hem de situatie met Kageyama uit. De afspraak die ik gemaakt heb en dat ik in ruil daarvoor de ketting terug heb gekregen. ‘Maar, als je nu de ketting al hebt. Dan is het toch opgelost?’ vraagt Atsuya niet begrijpend. Met een zwakke glimlach kijk ik op naar de jongen. ‘We hebben het hier over Kageyama. Als hij iets wilt, dan doet hij er alles voor om dat te krijgen,’ mompel ik zacht. Met een zucht, stroop ik mijn mouw op en wordt het litteken van de brandwonden zichtbaar. ‘Dit heb ik aan hem te danken. Dit gebeurde toen ik Teikoku verliet en me bij Raimon voegde,’ zeg ik met een zucht. ‘Het spijt me, maar ik moet Kidou beschermen.’ Atsuya blijft een lange tijd stil, zijn blik nog steeds op mij gefocust. Een zucht verlaat zijn lippen en zijn blik rust op de brandplekken op mijn arm. Voordat Atsuya een reactie kan geven, wordt ons gesprek onderbroken door een koude en kille stem. ‘Mooie brandplekken heb je daar. Achteraf gezien had ik je misschien toch niet moeten redden. Het had een hoop gedoe gescheeld als je daar omgekomen was.’

Reacties (1)

  • Luckey

    nou fijn om te weten ....

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen